Sonja Prins

(1912-2009)

‘Unusually bright’, vonden haar leraren Sonja Prins, die op jonge leeftijd al meerdere talen sprak en de schoolbibliotheek leeg las. Ze groeide op tot dichter en schrijver, communist en feminist, was actief in het verzet. Haar grote sociale betrokkenheid weerklinkt in haar literaire werk. Volgens dichter Jan Elburg is ze ‘in dit land de enige, maar dan ook de enige dichteres die een prachtig artistiek peil paart aan een waarachtig gevoel van verbondenheid met haar medemens’.

Vervaardigd 1929
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 29,5 x 26 cm

Sonja Prins

door Edgar Fernhout (1912-1974)

We zien hier Sonja Prins op 17-jarige leeftijd. Op de achterzijde van het portret staat: ‘Eddy Fernhout 1929 voor Ina’: Ina Willekes MacDonald is Prins’ moeder, een juriste en bekende communiste, vrouwenactiviste en onderwijsvernieuwer. Prins’ vader is vertaler Api Prins. Het jonge gezin woont periodes in de VS, Canada, Zwitserland en Engeland en Ina drijft naast haar overige werk een pension om in hun onderhoud te kunnen voorzien. In 1929 is het gezin weer terug in Nederland, in de bossen bij Huis ter Heide. Edgar Fernhout, even oud als Prins, is door zijn moeder Charley Toorop naar het pension van Ina gestuurd en ‘behalve zijn schildersgerei brengt hij ook zijn grammofoon en platen mee. Sonja mag meeluisteren als ze haar mond houdt’, schrijft Lidy Nicolasen in De eeuw van Sonja Prins.

Op haar achttiende, een jaar nadat Fernhout dit portret maakt, richt Prins het internationale tijdschrift Front op, voor avant-gardeliteratuur. Grote internationale namen – onder wie Sergei Tretyakov, Paul Bowles en Ezra Pound  – publiceren bij haar, zonder te weten wie S. Prins nu eigenlijk is. ‘Vrouwen hadden niet zo’n gunstige naam, daarom hield ik dat toen nog geheim.’ Het tijdschrift kent vier afleveringen, dan is het geld (een legaat van haar grootmoeder) op.

Prins zal in 1933 debuteren onder het pseudoniem Wanda Koopman Proeve in strategie, met sociaal geëngageerde en vernieuwende poëzie. Dichters-critici H. Marsman en Victor E. van Vriesland spreken zich lovend over haar uit en later oogst haar werk ook bewondering bij de nieuwe generatie van de Vijftigers. Vanaf de jaren zeventig woont Prins als een kluizenaar in een hut in de bossen bij Baarle-Nassau om in alle rust te werken aan gedichten, haar beschouwend proza en herinneringen aan het verzet. Edgar Fernhout zal uitgroeien tot een internationaal bekende schilder.