A.
ter Braak-Faber

1955

Bijzondere-prijs
Ant ter Braak-Faber (1905-1997) ontving de incidentele bijzondere prijs 1955 voor de publicatie van het verzameld werk van haar echtgenoot Menno ter Braak (1902-1940). Elisabeth du Perron-Roos ontving eveneens een incidentele bijzondere prijs, voor het verzameld werk van E. du Perron.

De jury wil hiermee ‘uitdrukking geven aan haar grote waardering voor hetgeen door beiden verricht is ten behoeve van de publicatie van het verzameld werk’ van hun respectieve echtgenoten. ‘De Commissie is ervan doordrongen, dat het verzamelen, schiften, annoteren en persklaarmaken (…) behalve een ernstige en liefdevolle toewijding, ook deskundigheid, verantwoordelijkheidsgevoel en een langdurige en ingespannen arbeid vergt.’ Met hun werk is een ‘niet spoedig te overschatten cultureel belang gediend’. De uitreiking op de slotzitting van de conferentie over literaire kritiek is bovendien zeer op haar plaats, ‘omdat hiermee het werk geëerd wordt van twee figuren, die van grote betekenis zijn geweest door hun moedige, voortreffelijk geformuleerde en leiding gevende critiek in de periode tussen de beide wereldoorlogen, figuren, wier critisch werk nog steeds een diepgaande invloed oefent op het denken van de generatie van nu.’   

‘De Commissie is ervan doordrongen, dat het verzamelen, schiften, annoteren en persklaarmaken (…) behalve een ernstige en liefdevolle toewijding, ook deskundigheid, verantwoordelijkheidsgevoel en een langdurige en ingespannen arbeid vergt.’

Essayist en criticus Menno ter Braak was bekend van Carnaval der burgers (1930), Politicus zonder partij (1934) en Van oude en nieuwe christenen (1937). Hij was medeoprichter en bestuurslid van het Comité van waakzaamheid van anti-nationaal-socialistische intellectuelen (1936-1939) en schreef in Het nationaalsocialisme als rancuneleer (1937) over de grondslagen van nazi-Duitsland. Ter Braak en Du Perron waren de voormannen van het toonaangevende literaire tijdschrift Forum (1932-1935). Ze waren zeer bevriend en voerden een uitvoerige correspondentie. Op de dag van de Nederlandse capitulatie, 14 mei 1940, maakte Ter Braak een eind aan zijn leven. Diezelfde dag stierf Du Perron aan een hartaanval.  

 

‘Bij het in ontvangst nemen van één der twee door de Jan Campertstichting incidenteel toegekende prijzen, heeft mevr. A. Ter Braak-Faber openhartig haar mening gezegd over literaire prijzen, die zij “nogal onzinnig” vindt,’ aldus De Telegraaf. ‘Zij verwees ook naar de passage over literaire prijzen in het werk van haar overleden echtgenoot Menno ter Braak, en zei te hebben besloten de prijs te aanvaarden, nadat haar was verzekerd, dat deze voor haar verdiensten en niet voor die van haar man was toegekend.’  

 

In zijn vaste kroniek in Het Vaderland had Menno ter Braak op 25 februari 1934 het artikel ‘Litteraire prijzen’ gepubliceerd. Prijzen en literatuur hoorden ‘van nature niet bij elkaar’, vond hij. ‘De betekenis van de litteratuur voor het leven der mensen is volkomen subjectief, terwijl de betekenis van een prijs zo mogelijk objectief behoort te zijn’. Alle bekroning had ‘daarom noodzakelijkerwijze, zou ik haast zeggen, iets belachelijks. Het is, alsof men de schrijver een brevet van bekwaamheid wil uitreiken, dat hij nooit heeft verlangd; door de toekenning van de prijs trekt men hem als het ware in het objectieve, dat hem vreemd behoort te zijn.’  

 

Het verzameld werk verscheen in 7 dundrukdelen bij uitgever G.A. van Oorschot te Amsterdam. Het Algemeen Handelsblad noemde het ‘van de grootste betekenis’. ‘Zijn zuivere, heldere denkkracht – ook al kon die bevangen raken in een moedwil uit zelfrespect – boeit nog steeds en zal ongetwijfeld nog lang boeien.’ 

Jury 

Van de jury maakten deel uit: Bert Bakker, Pierre H. Dubois en A. Mout.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 1.000 gulden verbonden. De officiële uitreiking vond plaats zaterdagavond 29 oktober 1955 in het stadhuis van Den Haag, als slot van de conferentie over literaire kritiek.