Jos
Panhuijsen

1959

F. Bordewijk-prijs
Jos Panhuijsen (1900-1986) kreeg de F. Bordewijk-prijs 1959 (toen nog Vijverberg-prijs genoemd) voor de roman Wandel in het water.

‘De existentiële bewogenheid en de roman-technische beheersing, die dit boeiende boek kenmerken, doen het zonder aarzelen waarderen als een der beste werken van onze moderne literatuur der laatste jaren,’ aldus de jury. 


De katholieke romancier Jos Panhuijsen was al sinds zijn studietijd in Tilburg bevriend met schrijver Anton van Duinkerken en behoorde tot de groep katholieke schrijvers rond de tijdschriften Roeping en De Gemeenschap. Hij debuteerde al in de vroege jaren dertig met Het hoopvolle tekort (1930) Een andere bekende titel was Zee (1938) maar hij verwierf zich volgens de jury pas met zijn romans van na de oorlog echt een plaats onder de ‘vooraanstaande Nederlandse romanschrijvers van deze tijd’. Bij uitgever A.A.M. Stols verschenen in de jaren vijftig onder meer de romans Leven alleen is niet genoeg, Iedereen weet het beter, Gewoon bespottelijk en recentelijk Ik kom niet terug (1958). Panhuijsen was kunstcriticus, toneelrecensent en vanaf 1947 chef kunst van de Haagse krant Het Binnenhof. 


‘Zijn in 1957 verschenen boek Wandel niet in water mag men beschouwen als de sterkste roman, die hij tot nu toe heeft gepubliceerd,’ schreef de jury. ‘Het beklemmende levensverhaal van de zakenman, die door zijn vele gaven als ’t ware spelenderwijs in het leven slaagt, maar tevergeefs zoekt naar de zin van zijn bestaan en daaruit ten slotte voor zichzelf de voor hem enig mogelijke consequentie trekt – deze geschiedenis is door de auteur op een evenzeer beheerste als bewogen wijze meegedeeld. Zonder pathetiek, schijnbaar terloops, in een bondige, maar natuurlijke en levendige taal en soms niet zonder een subtiele humor vertelt hij dit verhaal. Toch weet hij de diepte van een religieuze problematiek de lezer te doen ervaren in een zeer persoonlijk beleefd mensenlot. Zijn verhaaltrant is aan de oppervlakte snel stromend, meer aanduidend dan omschrijvend en verklarend. Maar onder deze oppervlakte leeft de menselijke tragiek, waarin de essentiële problemen van goed en kwaad, schuld en verzoening aan de orde worden gesteld. De auteur heeft het zich met de compositie van zijn roman niet gemakkelijk gemaakt. Het is een verhaal uit de tweede hand. Dit geeft hem echter de gelegenheid door de tweede vertelster, hoe betrekkelijk gering in omvang ook is wat zij zelf zegt, aan de gebeurtenissen een dimensie meer te geven.’ 


Panhuijsen had in zijn roman ‘blijk gegeven van het vermogen in een strakke en ingehouden stijl een warm levensgevoel tot uiting te brengen’, aldus jurylid A. Mout tijdens de uitreiking. 

 

Jury

De jury bestond uit Bert Bakker, Pierre H. Dubois, Gerrit Kamphuis en A. Mout.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 1.500 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op woensdagavond 23 december 1959 in het stadhuis van Den Haag.

 

Credits portretfoto: Willem Coret