Piet
Meeuse

1996

J. Greshoff-prijs
Piet Meeuse (1947) kreeg de tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs 1996 voor zijn essaybundel Doorkijkjes.

Een essayist pur sang is Meeuse volgens de jury. Zijn derde bundel Doorkijkjes (1995) bevat negentien stukken over kijken, samen een doordachte beschouwing over de rol van het beeld in onze cultuur. ‘Een mens woont in beelden,’ schrijft Meeuse. Maar de kracht van beelden is dat ze zo oneindig veel kunnen betekenen. Op het omslag van Doorkijkjes staat een fragment van De slaapkamer, een schilderij van ‘de meester van de doorkijkjes’ Pieter de Hooch (1629-1684), maar er is een tv in gemonteerd met daarop een sfinx.  

'Zware zaken worden lichtvoetig opgediend en op een bijna verborgen wijze worden lichtvoetige gedachten begeleid door een serieuze grondtoon.'

‘Meeuse gaat ervan uit dat de geschiedenis van de beeldende kunst in de eerste plaats een geschiedenis is van de blik, van onze manier van zien,’ schreef de jury. In schitterende, persoonlijke essays gaat hij in op De Hooch tegenover een schilder als Magritte, en over de tv die onze waarneming heeft veranderd. Veel waardering heeft hij niet voor de zappende tv-kijker, die hij ‘een consument van beeldgehakt’ noemt. Meeuse zet er in ‘Lof der traagheid’ de films van Andrei Tarkovsky tegenover: diens lyrische kwaliteit verandert het kijken in een poging tot zien, een zoeken naar betekenis. De sfinx ‘groeit in het laatste essay uit tot het symbool van wat men Meeuses poëtica zou kunnen noemen: een raadsel blijkt uiteindelijk de beste uitleg. Een beeld – althans de beelden, mythen en verhalen, waar Meeuses soms bijna hartstochtelijk beleden liefde naar uitgaat – geeft zich nooit volledig prijs aan de toeschouwer, de lezer. De betekenis ervan is nooit exact te verwoorden, tenzij in een nieuw beeld, met een nieuw raadsel als gevolg.’  

 

Een ‘prikkelend boek’, vond Theodor Holman in Het Parool. ‘Inspirerend, vol leuke antwoorden op slimme vragen, vol leuke observaties, verduidelijkende anekdotes, soms ergerlijk, maar altijd om te lachen of te glimlachen; zware zaken worden lichtvoetig opgediend en op een bijna verborgen wijze worden lichtvoetige gedachten begeleid door een serieuze grondtoon.’  

 

Een ‘bijzonder rijke en stimulerende bundel’ (Arnold Heumakers in de Volkskrant); ‘ongemeen helder, trefzeker, geslepen’ (Lex Bohlmeijer in Trouw).  

 

Piet Meeuse debuteerde in 1987 met de essaybundel De slang die in zijn staart bijt. Zijn bundel De jacht op Proteus (1992) werd bekroond met de Busken Huetprijs.  

Jury

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Hugo Brems, Han Foppe, Aukje Holtrop, Anton Korteweg, Janet Luis, Leonore van Prooijen, Nicolette Smabers en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 13 december 1996 in Den Haag. 

 

Credits portretfoto: Ben Wolson