Nienke
van
Hichtum
prijs

De Nienke van Hichtum-prijs is de tweejaarlijkse jeugdliteratuurprijs van de gemeente Den Haag. De prijs wordt door de Jan Campert-stichting toegekend voor een recent verschenen jeugdboek. Het Literatuurmuseum verzorgt de prijsuitreiking, die doorgaans plaatsvindt in januari.

 

 

De prijs

De Nienke van Hichtum-prijs werd in 1964 ingesteld en bedroeg destijds 1.000 gulden. Schrijfster Gertie Evenhuis won de prijs met Wij waren er ook bij (1962), dat gebaseerd was op haar eigen oorlogsdagboek. 


Aanvankelijk werd de jeugdliteratuurprijs onregelmatig toegekend, maar dit veranderde nadat de Haagse burgemeester Victor Marijnen zich in 1970 in zijn toespraak bij de uitreiking van de Campert-prijzen sterk had gemaakt voor een hogere frequentie: ‘Naar ik meen te weten is de Nienke van Hichtum-prijs niet aan enige periodiciteit gebonden. (…) Maar misschien zou het toch aanbeveling verdienen niet te lang te wachten met het opnieuw overwegen, of er een aanleiding is deze prijs toe te kennen.’

 

Het jaar erop ging de prijs naar Tonke Dragt voor Torenhoog en mijlen breed, en ook in 1972 en 1973 werd de prijs toegekend. De beoordeling lag in handen van de algemene jury, die tot 1983 werd aangevuld met kenners en schrijvers van jeugdliteratuur. Tegenwoordig is dat ook weer het geval. Aan de prijs is een bedrag van 6.000 euro verbonden.

 

 

Nienke van Hichtum

Jeugdboekenschrijfster en vertaalster Nienke van Hichtum (pseudoniem van Sjoukje Bokma de Boer, 1860-1939) was vooral bekend van het boek Afke’s tiental, dat in 1903 voor het eerst verscheen. Het verhaal over het arme Friese landarbeidersgezin van moeder Afke was geïnspireerd op een gezin dat ze kende. Het werd een klassieker. Afke’s tiental is nog steeds in druk en werd onder andere voor tv bewerkt. 


Van Hichtum was jeugdboekenrecensente en werkte mee aan bladen als Het Kind, De Vrouw, De Amsterdammer en De Kroniek, ze was adviseur voor diverse uitgevers en medewerker van het socialistische dagblad Het Volk. Ze publiceerde een zeer omvangrijk eigen jeugdboekenoeuvre, en vertaalde en bewerkte daarnaast veel Engelstalige jeugdliteratuur, zoals Winnie-the-Pooh en de werken van Ethel Turner. Ook was ze samenstelster van populaire en rijk geïllustreerde sprookjesbundels.