An
Rutgers van der Loeff

1967

Theo Thijssen-prijs
In 1967 is in Den Haag de Theo Thijssen-prijs uitgereikt aan An Rutgers van der Loeff.

De Theo Thijssen-prijs (voortzetting van de Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur) voor het gehele oeuvre van An Rutgers van der Loeff is toegekend op voordracht van een jury bestaande uit: Wim Hora Adema, Chr.S.H. Jansen (voorzitter), L. Kiestra, Michel van der Plas, Annie M.G. Schmidt, H.A.G. Suèr, J. Wedzinga en H. J. Michaël(ambtelijk secretaris). Aan de prijs is een bedrag verbonden van fl. 3.000.
 

An Rutgers van der Loeff-Basenau (Amsterdam, 15 maart 1910 – Laren, 19 augustus 1990), groeide op in [Amsterdam en in het Gooi, als oudste dochter van de bacterioloog Jacob Basenau en de schrijfster-vertaalster Nora Goemans. Ze volgde het Barlaeus Gymnasium en begon met de studie klassieke talen. Na de zelfmoord van haar vader in 1929 gaf ze haar studie op om met haar moeder vertaalwerk te gaan doen en les te gaan geven. In 1934 trouwde ze met haar jeugdvriend en studiegenoot Michaël Rutgers van der Loeff. Ze kregen vier kinderen. In 1941 debuteerde Rutgers van der Loeff samen met haar moeder met het boek Het oude huis en wij, een biografie van haar moeder. Haar doorbraak kwam met De kinderkaravaan uit 1949. Een groot succes werd ook Lawines razen (1954). Ze was vooral bekend als schrijfster van kinder- en jeugdboeken, maar schreef ook acht romans voor volwassenen. Ze schreef historische verhalen, psychologische romans en thrillers.

 

Haar werk is vele malen bekroond, onder meer met de Oostenrijkse Staatsprijs en de Duitse Jeugdboekenprijs. In 1976 werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau vanwege haar bijdrage aan de Nederlandse jeugdliteratuur.

An Rutgers van der Loeff Basenau (links) ontvangt prijs van minister Klompe op Ministerie te Den Haag, 2 april 1968. Credits foto: Jac. de Nijs / Anefo / Nationaal Archief, CC0.

Fragment uit het juryrapport

‘Vraagt deze schrijfster van de jeugdige lezers vrij veel aandacht en inspanning, zij overschat haar publiek zelden of nooit. Dank zij haar grote verteltalent bereikt zij met haar pleidooi voor medemenselijkheid ene breed publiek in binnen- en buitenland en daarover kan men zich oprecht verheugen.’ Om de hierboven aangegeven redenen heeft de jury gemeend An Rutgers van der Loeff-Basenau te moeten voordragen voor toekenning van de Staatsprijs voor Kinder- en Jeugdliteratuur 1967.

 

Lees hieronder het volledige juryrapport.

Juryrapport Theo Thijssen-prijs 1967

 

Sinds 1949 heeft An Rutgers van der Loeff-Basenau de Nederlandse jeugdliteratuur regelmatig verrijkt met boeken die de jury in het algemeen waardeert om hun literaire en pedagogische kwaliteiten. Zij heeft met haar werk een zeer gunstige invloed uitgeoefend op het aanzien van het kinderboek in ons land. Het is mede door haar toedoen dat de jeugdliteratuur langzamerhand de haar toekomende plaats gaat innemen.
 

Mevrouw Rutgers van der Loeff-Basenau wenst de jeugd ernstig te nemen; zij beschouwt het klaarblijkelijk als haar taak haar jeugdige lezers te betrekken bij de zaken die de samenleving als geheel bezighouden. Aan vrijwel al haar boeken is veel studie voorafgegaan, zij draagt geen schoolse leerstof over, maar haalt haar lezers over met haar op avontuur te gaan. Met haar ontdekken deze de mensen en de wereld. Omdat zij goed op de hoogte is van de omstandigheden waarin de figuren van haar verhalen leven, treden haar lezers een zeer reële wereld binnen.

+

De boeken van mevrouw Rutgers van der Loeff-Basenau zijn doorgaans eenvoudig en rustig van taal en compositie. Als zij klemmende en interessante vraagstukken van de menselijke samenleving aan de orde stelt, zoals rassendiscriminatie of watervervuiling, brengt zij haar zakelijke informaties onder in een dramatisch verloop. Over het algemeen slaagt zij erin de spanning te bewaren. De probleemstelling is verwerkt in de optredende romanpersonen, die vaak zeer bezield aan de gebeurtenissen om hen heen deelnemen.
 

De levendige belangstelling van de schrijfster voor allerhande aspecten van de menselijke samenleving en haar bewogenheid komen in haar natuurlijke schrijftrant goed tot hun recht. De jury waardeert het dat zij in haar boeken werkelijke problemen durft te behandelen zonder opdringerig moraliserend te zijn. Zij biedt de lezer vaak wel een mogelijke oplossing ter keuze, maar de betrekkelijkheid ervan wordt evenzeer belicht.
 

In Gideon’s reizen bijvoorbeeld wordt de lezer geconfronteerd met menselijke gemeenschappen, die stuk voor stuk van elkaar verschillen, anders leven en anders denken. Hij mag uit de voorgehouden realiteit zelf zijn bevindingen opmaken. De schrijfster demonstreert daarbij geen voorkeur.
 

Als hoogtepunten van haar omvangrijke oeuvre beschouwt de jury Lawines razen, De kinderkaravaan en Gideon’s reizen. Deze boeken hebben bij talloze jongeren een onuitwisbare indruk achtergelaten. De jury is geneigd deze boeken te beschouwen als ‘klassieken’ van de Nederlandse jeugdliteratuur en in ieder geval als een inleiding tot de literatuur voor volwassenen.
 

Vraagt deze schrijfster van de jeugdige lezers vrij veel aandacht en inspanning, zij overschat haar publiek zelden of nooit. Dank zij haar grote verteltalent bereikt zij met haar pleidooi voor medemenselijkheid ene breed publiek in binnen- en buitenland en daarover kan men zich oprecht verheugen.


Om de hierboven aangegeven redenen heeft de jury gemeend An Rutgers van der Loeff-Basenau te moeten voordragen voor toekenning van de Staatsprijs voor Kinder- en Jeugdliteratuur 1967.

 

In de jury zaten Wim Hora Adema, Chr.S.H. Jansen (voorzitter), L. Kiestra, Michel van der Plas, Annie M.G. Schmidt, H.A.G. Suèr en J. Wedzinga. H. J. Michaël was ambtelijk secretaris.

-

 

Credits portretfoto: Rob C. Croes / Anefo / Nationaal Archief