Het Literatuurmuseum is de schatkamer waar het Nederlandse literair erfgoed wordt bewaard. Nergens anders wordt zo goed voelbaar dat elke schrijver staat op de schouders van voorgangers. Regelmatig ontvangt het museum hedendaagse schrijvers en dichters om in het archief te komen neuzen. Al dwalend en ontdekkend halen de schrijvers archiefstukken naar boven om over te schrijven, om te onderzoeken en om op te reflecteren.
In de tentoonstelling blikken schrijvers terug op archiefstukken die de meeste indruk hebben gemaakt, die hen hebben verbaasd, ontroerd of vermaakt en soms zelfs hun schrijverschap hebben beïnvloed. Zo verwondert Christiaan Weijts zich over de gipsen gebitsafdruk van Joost Zwagerman, blikt Raoul de Jong terug op zijn bijzondere ontmoeting in het museum met de dochter van Anton de Kom en verdiept Marjolein Visser zich in het woeste opstel van Thea Beckman, de beschermheilige van de jeugdliteratuur.
