Na de ontdekking in 2018 van een verzameling brieven waarin Lucebert antisemitische teksten opschreef, is het onontkoombaar dat het ook even daarover moet gaan, wanneer het over Lucebert gaat. En het is logisch dat meteen maar te doen, want hij schreef die brieven nog voordat hij als dichter en schilder actief was, zelfs voordat hij zich Lucebert ging noemen. Hij was zoekend naar een manier om kunst te beleven, en vond die in Duitsland. Eerst in de romantiek, daarna ook in de esthetiek van het nationaalsocialisme.
Nadat hij als kunstenaar zijn vorm had gevonden, is er van antisemitisme in zijn werk geen spoor meer te bekennen. Voor een jeugdzonde was hij wat aan de oude kant, maar atypisch waren de brieven zeker. Slechts een aspect ervan zou Lucebert trouw blijven: de fascinatie voor meeslepende kunst, waarbij literatuur en beeldende kunst deel gaan uitmaken van een groots, kosmisch geheel.