Sinterklaas 1943: Godfried Bomans heeft papier voor madame mère

Godfried Bomans was geen dichter met een duidelijk programma, het kon in zijn werk alle kanten op. Zo nu en dan was hij een duistere romanticus, maar evengoed was hij een olijk rijmelaar. Omdat de oogst aan Bomans-gedichten zo mager is, was het een mooie vondst toen vorig jaar op een veiling een gedicht van hem opdook: het sinterklaasversje voor madame mère.

Godfried Bomans was geen dichter. Je kunt misschien beter zeggen: Godfried Bomans is de dichter van één versje. Het is zijn beroemdste, en het staat niet in de verzamelde werken. Dat is het gevolg van een merkwaardig misverstand. Het gaat om ‘Spleen’, dat Michel van der Plas in 1954 opnam in een bloemlezing met lichte gedichten: Ongerijmde rijmen.

 

Ik zit mij voor het vensterglas 

onnoemelijk te vervelen. 

Ik wou dat ik twee hondjes was, 

dan kon ik samen spelen.

In 1978 kwam Vrij Nederland met de onthulling dat Bomans plagiaat had gepleegd, maar die verdachtmaking hield geen stand toen bleek dat de vermeende bron pas lang na Bomans’ dood voor het eerst was uitgegeven. Inmiddels is duidelijk dat het rijm écht van Bomans is, al had Van der Plas de titel bedacht, en ook een paar dingen aangepast. Hoe dan ook, in 1947 stond in het katholieke jeugdblad De Linie het volgende gedicht. 

 

‘Ik zit vaak voor het vensterglas/ mij duchtig te vervelen,/ en denk: als ik twee hondjes was/ dan zou ik samen spelen’

 

De zaak werd opgehelderd in 2021 door Bomanskenner Fred Berendse. Dat was dus veel te laat voor Bomans’ verzameld werk. Daarvan is de poëzie overigens toch al slechts een zeer beperkt bestanddeel. Van de ruim vierduizend pagina’s Werken zijn er nog geen zestig voor de poëzie. 

 

Bomans was ook geen dichter met een duidelijk programma, het kon in zijn werk alle kanten op. Zo nu en dan was hij een duistere romanticus, zoals in regels als ‘Zoo droevig drupt / het zwarte bloed / uit zijn gespreide handen’ (dit schreef hij in 1932) maar evengoed was hij een olijk rijmelaar: ‘Heintje Pik, die looze guit / blaast van uw kaars / het lichtje uit’ (zo begint een versje uit 1934). 

 

Ergens in het gebied tussen zwarte romantiek en grappenmakerij zit natuurlijk Piet Paaltjens, en in ‘De oude koster en de dood’ betoont Bomans zich een leerling. Al moet eerlijk gezegd zijn, aan regels als ‘wie heeft zijn schedel ooit beschreven, / die doos waarin gedachten leven’ ontbreekt de virtuositeit van de dominee-dichter François HaverSchmidt die schreef onder de naam Piet Paaltjens wanneer hij in een minder godvruchtige bui was. 

 

Bomans schreef vooral veel gelegenheidswerk, en dat deed hij met merkbaar plezier. 

 

hij is een geletterd man 

die zijn letters kiezen kan  

echte en van chocolade  

maar vooral die van verkade 

De meeste gedichten schreef hij toen hij jong was: voor de oorlog en meestal weinig serieus. Zelfs wanneer hij romantische neigingen vertoonde, had het resultaat vaak iets studentikoos.  

 

Ook in de oorlog schreef hij enkele gedichten. Daar zit een tekst bij die bedoeld was om ‘te zingen door het jongenskoor der Sint Bavo-Kerk te Heemstede’. Bomans schreef het voor zijn broer, die de eerste heilige communie zou ontvangen. 

 

Bedauwd met Jezus’ tranen 

en met Zijn eigen bloed, 

hoe heeft dat bloemenharte 

voor haren gloed geboet! 

Madame Mère 

Een liefdevol gelegenheidswerk dus. Omdat de oogst aan Bomans-gedichten zo mager is, was het een mooie vondst toen vorig jaar op een veiling bij Bubb Kuyper te Haarlem het volgende gedicht in handschrift opdook. Ook een gelegenheidswerk, namelijk het Sint-Nicolaasfeest. 

 

Wanneer gij, madame mère 

vertelt van lief en leed 

dan zwijgen wij aandachtig 

verstomt zelfs de profeet 

 

Wij tekenen al jaren 

die diepe woorden op 

’t is niet meer bij te houden 

’t groeit boven onzen kop 

 

Ziehier een oude dame 

uit het ancien régime 

die ons in dikke deelen 

haar eigen tijd laat zien. 

 

Doe ook zo, madame mère! 

verblijdt uw kring rondom! 

God geef’ u de gedachten 

Papier krijgt u van John. 

Bomans, gedicht voor madame mère, 4 december 1943. Collectie Literatuurmuseum

 

Het is gedateerd Maastricht, 4 december 1943, en inderdaad een sinterklaasversje. De ontvanger heeft (waarschijnlijk een paar jaar later, toen de jonge Bomans zich tot een bekende schrijver had ontpopt) zelfs een verklarende aantekening in de kantlijn gezet: ‘De profeet’: ‘vriend van ons, zoo genaamd door Bomans’ staat er met potlood naast.  

 

Het gedicht is geschreven voor een zekere ‘madame mère’, de moeder van John, uit de laatste regel. Michel van der Plas schreef Godfried. Het leven van de jonge Bomans en daarin vinden we de context. Bomans had tot het voorjaar van 1943 een tijd in Nijmegen gewoond, en had aan die periode meerdere vrienden overgehouden. Het gezin Van Ophuijsen-Kerdijk hoorde daarbij, vooral de zoon, John van Ophuijsen. John was advocaat in Nijmegen en docent economie. Zijn moeder was Elisabeth Ophuijsen-Kerdijk. Zij is de ‘madame mère’ aan wie het gedicht is gericht. De bijnaam kreeg ze van Godfried. Voor een deel omdat ze optrad als strenge hospita. ‘Zij laat Godfried grondig zijn voeten vegen op haar deurmat en wil orde en regelmaat in haar woning’, aldus Van der Plas. Maar ook omdat ze zo enorm veel over Napoleon wist, noemde Bomans haar naar de moeder van de keizer: ‘Madame Mère’, zoals die bekendstaat. Het was een artistiek gezin: ze maakten muziek, en de later beroemde zangeres Erna Spoorenberg behoorde tot hun vriendenkring. 

 

In maart 1943 had Bomans voor het laatst de deur in Nijmegen achter zich dichtgetrokken en verhuisde hij naar Haarlem. Maar aan het eind van dat jaar was hij nog betrokken genoeg om te zorgen voor een sinterklaascadeau. Madame mère was, aldus het gedichtje, een goede verteller, wanneer ze vertelde ‘dan zwijgen wij aandachtig’. Maar omdat ze te veel vertelde om te kunnen onthouden, moest er papier komen. Of ze maar even haar memoires wilde noteren, als een ‘oude dame uit het ancien régime’. Inspiratie genoeg, suggereert het gedicht: ‘Papier krijgt u van John.’ 

 

Erna Spoorenberg 

Het tragische slotakkoord is dat in februari 1944, nog geen drie maanden nadat Bomans dit gedicht schreef, John van Ophuijsen om het leven kwam toen Amerikaanse bommenwerpers het Nijmeegse centrum platbombardeerden.  

 

Dat Bomans zich liet inspireren door het verblijf bij de familie en de artistieke avonden die daar plaatsvonden, blijkt uit het feit dat hij voor de toen achttienjarige Erna Spoorenberg twee liederen schreef, en haar bovendien begeleidde op de opnames: ze behoren tot de vroegste opnames die van haar zijn vastgelegd. Het gedicht dateerde hij op 22 april 1945 – kort voor de bevrijding, maar de tekst ademt een en al optimisme. 

 

Jonkvrouw Lente is geboren 

Plotseling en onverwacht 

Vogels zingen in de bomen 

jubelend in bloesempracht 

Heerlijk is ’t nu vrij te zijn 

eenzaam rond te dwalen 

Niets te denken, niets te zijn 

enkel ademhalen 

Kom, o kom, en zie alle bloemen 

’t wuivende riet 

Zie hoe de liefde, bloeit allerwege, 

Ach, dat ook mij nu ter zegen 

Alles bewege, ’t gene nu pijn 

en doet, helder wordt en licht. 

 

 

Lentelied, door Erna Spoorenberg (sopraan) en Godfried Bomans (piano)  

 

 

Dankzij het Wim en Johanna Huijskens Fonds, een Fonds op naam dat onlangs werd ingesteld, heeft het museum zijn collectie kunnen verrijken met deze handschriften van Godfried Bomans.