1957

De ingewijden

Eigenlijk zou deze roman Het huis op de Ida heten, met als hoofdpersoon Elin, de vrouw die in De verborgen bron op geheimzinnige wijze verdween en haar man en kind verbijsterd achterliet. Hella S. Haasse voltooit deze roman niet, ze schrijft Zelfportret als legkaart, waarin ze onderzoekt hoe het verder moet in haar leven en werk.

Het schrijven van fictie gaat omstreeks 1953 niet meer; Haasses verbeelding stokt.

Vermoedelijk omdat geleidelijk mijn behoefte aan het uitdrukken van een egocentrische instelling bezig was plaats te maken voor de drang tot het verbeelden van een meer complexe werkelijkheid. Een tijdlang vervulde het 'verzinnen' van personen en situaties me met weerzin. Ik vroeg mij toen af, of ik ooit nog in staat zou zijn tot het schrijven van een roman. Volop in beslag genomen door veelsoortige werkzaamheden, mijn huishouden, twee jonge kinderen, bezig mij te bevrijden uit de laatste resten van die cocon van kwetsbare eenzelvigheid waarin ik mij verscholen had sinds ik volwassen heette, wilde ik schoon schip maken, rekenschap afleggen. (Zelfportret)

En dat doet ze. Toch voelt ze, na een reis naar Griekenland in 1955, de behoefte om deze complexe roman te schrijven. De kunstenares Elin is in De ingewijden een oude vrouw. Ze leeft dus nog en heeft zich teruggetrokken op Kreta. Elin heeft compromisloos gekozen voor een leven in dienst van de kunst; zij keerde de liefde en het gezinsleven de rug toe, iets wat Hella S. Haasse, die ook voortdurend voelt dat kunst en leven bij haar om voorrang strijden, nooit zal doen. Elin is slecht één van de zes hoofdpersonen in deze omvangrijke psychologische roman.

Tine van Buul (uitgeverij Querido, links), Hella S. Haasse en John Eppstein (algemeen secretaris van de NAVO) op 24 mei 1960 bij de uitreiking van de Internationale Atlantische Prijs voor <i>De ingewijden</i> in sociƫteit De Witte In Den Haag
Tine van Buul (uitgeverij Querido, links), Hella S. Haasse en John Eppstein (algemeen secretaris van de NAVO) op 24 mei 1960 bij de uitreiking van de Internationale Atlantische Prijs voor De ingewijden in sociƫteit De Witte In Den Haag

Haasse laat deze mensen – onder wie een Amerikaans meisje en haar ontevreden moeder, een doorgedraaide classicus, een ex-nazi, een Griekse vrijheidsstrijder en een Nederlandse jonge jongen – op enig moment samenkomen; hun levens raken vervlochten. Al deze mensen verkeren in een crisis, staan voor een ingrijpende beslissing. De ontmoeting met elkaar is van grote invloed op de rest van hun leven. Zij wijden elkaar in, en boren diepere lagen van hun persoonlijkheid aan.

De roman, die in 1957 verschijnt, zal na vertalingen in het Duits en Engels, in 1960 de Internationale Atlantische Prijs krijgen, Hella S. Haasses eerste grote literaire prijs.