Zoeken

Jef Last

(1898-1972)

Saai was het niet, het leven van Jef Last. Hij werd in gegoede kringen geboren, maar gaat na zijn schooltijd eerst in de mijnen werken, voor hij een studie Chinees oppakt. Na een kapitalistisch uitstapje als assistent-bedrijfsleider van de ENKA-fabriek, is hij onder meer matroos, chef van de filmdienst van ’t Instituut voor Arbeidersontwikkeling en kapitein in het Spaanse leger. Bovendien schrijft en dicht hij, werken die doortrokken zijn van zijn sociale bewogenheid en revolutionaire gezindheid.

De afbeelding toont een kunstzinnig portret van Jef Last. Gemaakt door: Piet Begeer
Vervaardigd 1929
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 60 x 50 cm

Jef Last

door Piet Begeer (1890-1975)

Als Piet Begeer – onderwijzer en schrijver van kinderboeken, poëzie en kunstkritieken – in 1929 Jef Last portretteert, kennen de twee elkaar al een paar jaar uit het Rotterdamse. Last heeft dan enkele bundels met revolutionaire poëzie in eigen beheer uitgegeven en werkt aan het filmscenario Branding, de eerste speelfilm van Joris Ivens, waarin hij overigens ook de hoofdrol zal vertolken, zonder veel succes.

Begeer en Last begeven zich in dezelfde, zeer linkse, politieke kringen. Begeer zal zich later aansluiten bij het in 1930 door Last opgerichte kunstenaarscollectief Links Richten, dat tot doel had arbeiders tot zelfexpressie te brengen.

Met dit portret vol Nieuwe Zakelijkheid-symboliek (industrie, snelheid) verbeeldt Begeer niet alleen zijn vriend, maar ook alles wat hun in deze periode nauw aan het hart ligt. Beide zijn bewonderaars van de dan nog nieuwe en springlevende Sovjet-Unie, wat terug te zien is in de duidelijk leesbare namen ‘Lenin’ en ‘Marx’. De woorden ‘Digoel’ en ‘Bapa Tere’ op het portret verwijzen naar Lasts uittreding uit de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij uit grote onvrede over het feit dat de partij de onderdrukking van de Indonesiërs door de Nederlandse overheid en het opsluiten van opstandelingen in kampen als Boven-Digoel niet veroordeelt. ‘Tijdsignalen’ tot slot verwijst naar de bloemlezing ‘Moderne Revolutionaire Poëzie’ uitgegeven door de Socialistische Kunstenaarskring uit Rotterdam, waar in elk geval Last en waarschijnlijk ook Begeer lid van was.

Een paar jaar na de voltooiing van dit schilderij zal Last naar de Sovjet-Unie reizen om er met eigen ogen de ontwikkelingen te aanschouwen. Deze stellen hem dusdanig teleur dat hij langzaam van het communisme verwijderd raakt. Zijn belangstelling voor Indonesië blijft; na de Tweede Wereldoorlog zal hij zich intensief bemoeien met de dekolonisatie van dit land.