Het gaat niet om Zeus met een verenpak aan: Charlotte Mutsaers’ verbeelding van Leda en de zwaan

In het archief stuit Nikki Dekker op twee illustraties van Charlotte Mutsaers waarin de mythe van Leda en de zwaan wordt verbeeld. Wie goed naar de illustraties kijkt, ziet een Mutsaerse omdraaiing. Mensen staan niet boven dieren en vrouwen zijn niet machteloos. ‘De blik tussen beiden verraadt een wederzijdse interesse, er zit iets romantisch in.’

Elke maand de nieuwste verhalen lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ik dacht niet gelijk aan de mythe, toen ik de tekening voor het eerst zag. Ik zag in de eerste plaats gewoon een zwaan. Het beeld had ook niet per se iets seksueels. Ja, de vrouw is naakt, maar de zwaan net zo goed, dus dat viel me niet direct op. Bovendien zit zij op zijn rug terwijl hij in het water zwemt, een houding waarin penetratie absoluut onmogelijk is. Nee, ik was echt in de veronderstelling dat ik keek naar een simpele illustratie van een vrouw en een zwaan. 

Pas toen de tweede tekening uit het archief tevoorschijn kwam, begreep ik waar ik naar keek: Leda en de zwaan. Een bekende Griekse mythe: Zeus wil (voor de zoveelste keer) naar bed met een vrouw die hem niet ziet zitten, dus verandert hij in een zwaan en, in de prachtig eufemistische woorden van het Wikipedia-lemma: ‘overweldigt haar’.  

De afgelopen maanden was er niet aan te ontkomen, met Christopher Nolan die de Odyssee verfilmde, vertaler Emily Wilson die die verfilming met de grond gelijkmaakte, waardoor de website van de London Review of Books ineens zoveel bezoekers kreeg dat de hele website uit de lucht ging. Mythes en verhalen uit de oudheid blijven ons inspireren. De afgelopen jaren zagen we het ook al, met het succes van vooral Engelstalige hervertellingen door Stephen Fry, Madeline Miller, Natalie Haynes en Pat Barker.  

Veel van die laatsten (Barker, Haynes, Miller) herschrijven het verhaal vanuit het perspectief van vrouwen. Dat verandert de toon, maar niet vaak de inhoud: hun omstandigheden blijven hetzelfde. Ja, ze spreken eindelijk voor zichzelf, ze hebben een persoonlijkheid en komen voor zichzelf op, maar ze worden nog steeds verkracht, gevangen genomen, onderdrukt. Niet in de tekening van Charlotte Mutsaers. Hier is bijna een directe ommekeer zichtbaar. Leda lijkt het initiatief te nemen, de zwaan heeft iets terughoudends (poten tegen haar flank, bijna alsof hij zich afzet). De blik tussen beiden verraadt een wederzijdse interesse, er zit iets romantisch in. 

 


Mutsaers staat bekend om haar dierenactivisme; ze was lijstduwer voor de Partij voor de Dieren, schreef een kreeftenbevrijdingsroman, tekende spotprenten tegen bont en weigerde een poster voor Amnesty te maken omdat zij met dierproeven de impact van martelingen onderzochten (zie Charlotte Mutsaers, Paraat met pen en penseel, 2009). Ze schilderde veelvuldig dieren, waaronder een reeks zelfportretten met haar hond. Die reeks heet La Belle et la Bête, een titel die de vraag opwerpt: wat is beschaving, en wat is beestachtig?  

‘Ik maak nauwelijks onderscheid tussen mens en dier,’ vertelde Mutsaers in 1986 in gesprek met De Tijd. Dat merk je in haar werk, maar ook in haar interviews. Toen ze een jaar geleden werd geïnterviewd over haar meest recente roman, was haar hond net overleden. Het gesprek ontkomt niet aan die rouw, die steeds opnieuw de aandacht opeist: ‘En mijn liefde voor Lola was zó groot. Ik moet nu opnieuw zoeken naar de zin van mijn bestaan.’ Het verlies is duidelijk net zo groot als wanneer ze een menselijke huisgenoot zou zijn verloren.

Overigens, bij de portretfoto’s van dat interview: nog een schilderij van een vrouw en een zwaan, boven de bank in haar woonkamer. En in het schrijversprentenboek Paraat met pen en penseel vind ik nog een ‘Leda en eend’. Wat gebeurt hier? Kijk ik naar een onderliggend thema, een grote inspiratiebron, een langdurige obsessie?  

 

Ik weet alleen dat Mutsaers minstens tien tekeningen heeft gemaakt van Leda en de zwaan. De twee in het archief van het Literatuurmuseum zijn deel van een serie, die in 1987 gebundeld is in een boekje vol gedichten over dezelfde mythe, van Poesjkin tot Christine D’haen. Kom met een gesis van vleugels, heet de bundel, via tweedehands winkels nog goed verkrijgbaar. Als introductie van haar tekeningen schrijft Charlotte Mutsaers: 

 

Het gaat niet om Leda. 

Het gaat niet om Zeus met een verenpak aan. 

Het gaat n i e t over twee mensen maar over La Belle et La Bete.  

 

Niets lieflijkers dan het dons van de zwaan. 

Niets gemeners dan zijn gemaskerde slangenkop.  

Niets ongerijmders dan Leda’s passie?  

Een witte lelie. 

Een wit schip. 

Een witte bruidegom. 

Witte nachten. 

Het wit in de poëzie. 

Het wit in het beeld. 

Wit: picturaal en poëtisch zout.  

 

Charlotte Mutsaers: Een circus voor de geest

Grappig; de tekening waar Leda op de rug van de zwaan zit alsof het een paard is, degene die ik het leukst vond, is hier niet gepubliceerd. Wel een veel explicietere, waar de zwaan zijn snavel tussen Leda’s lippen steekt, en haar handen verdwijnen in het chaotische dons van zijn onderbuik (om hem handmatig te bevredigen, tenminste, ik kan er niets anders van maken, als ik naar het plaatje kijk). Leda’s haar waait door alle drukte naar achteren. Deze prent is afgebeeld op de pagina tussen het beroemde gedicht van Yeats (‘How can those terrified vague / fingers push / the feathered glory from her / loosening thighs?’) en de vertaling van Adriaan Roland Holst (‘haar nek omsnaveld al, / haar borsten weerloos aan zijn borst gekluisterd’) in, en dat moet toch expres zijn gedaan, Mutsaers die zich voor de zoveelste keer verzet tegen het voor de hand liggende verhaal: nee, mensen staan niet boven de dieren, en nee, vrouwen zijn niet machteloos.

 

Het is een Mutsaerse omdraaiing. Als schrijver en kunstenaar zet ze zich tegen elke geldende waarheid af, gaat het liefst tegen de stroming in. Of zoals ze zelf verwoordde: ‘Van alles wat men u ooit leerde / geldt evenzeer het omgekeerde.’ Zo komt La Belle et La Bête samen te vallen met Leda en de zwaan, want wie zou, geconfronteerd met dat duo, nog kunnen beweren dat de mens de schoonheid bezit, en niet de zwaan?