Jet Boeke maakte Dikkie Dik oranje, omdat een witte kater niet goed werkt op tv

Het is bijna 50 jaar geleden dat de oranje kater Dikkie Dik debuteerde in Sesamstraat. Inmiddels kan hij gerekend worden tot een van de bekendste katten van Nederland. Afgelopen jaar ontving het museum het archief van Jet Boeke: illustrator, schrijver en de geestelijk moeder van deze ‘literaire peuterheld’.

Bezoek de tentoonstelling Jet Boeke - In beeld

In enkele kartonnen dozen en een blauwe Ikea-shopper kwam het archief van illustrator Jet Boeke naar het museum. Van de allereerste tekeningen – toen nog gemaakt met viltstift in plaats van aquarel – tot schetsmateriaal en televisiescripts. Opvallend is een rammelende doos, waarin ik een twintigtal keramieken mengbakjes met restanten aquarelverf aantref. Daartussen zitten ook twee potjes met oranje pigment en een verftubetje cadmiumoranje.

De oorspronkelijke kleur van Dikkie Dik was echter chroom oranje. Jarenlang gebruikte Boeke deze verf, het was dé kleur van Dikkie Dik. Chroom valt onder de ‘zware metalen’ en het gebruik ervan is wegens gezondheidsrisico’s aan banden gelegd. Toen de verf van de markt werd gehaald, kocht Boeke alle tubetjes chroom oranje die ze nog kon vinden. Kleurproeven in het archief maken duidelijk dat Boeke met heel wat oranje pigmenten heeft geëxperimenteerd om een waardige vervanger te vinden.

 

Kleurproef en een vroege versie van Dikkie Dik met viltstift. Collectie: Literatuurmuseum

 

Naast proeven en schetsmateriaal ontving het museum ruim duizend Dikkie Dik-tekeningen, die laten zien hoe de illustrator zich door de jaren heen heeft ontwikkeld. De vroege Dikkie Dik-illustraties zijn in Boekes eigen woorden nog wat ‘krukkig en houterig’ getekend, maar gaandeweg krijgen de lijnen steeds meer souplesse. Ook valt het op dat Boeke de ogen van Dikkie Dik op een gegeven moment niet meer amandelvormig tekent, maar rond. Wel is haar heldere en vriendelijke kleurgebruik al vanaf het begin aanwezig: hét kenmerk van Dikkie Dik. 

Jet Boeke was oorspronkelijk niet opgeleid als illustrator. Ze studeerde grafisch ontwerpen aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en liep stage bij de Toonder Studio’s, waar ze, met hulp van kinderboekenschrijver en illustrator Harrie Geelen (1939-2025), haar eerste animatiefilm Monden maakte. Na haar afstuderen in 1973 werkte ze mee aan verschillende animatiefilms. De ervaring die ze hier opdeed, zoals het denken in storyboards, kwam haar later nog goed van pas als illustrator. In 1975 vertrok ze voor enkele maanden naar het buitenland, wat uitmondde in een trip van twee jaar door de Verenigde Staten, Mexico en Midden-Amerika.

 

Dikkie Dik heeft écht bestaan, alleen was de kat niet oranje, maar wit

 

Tijdens deze reis woont Boeke negen maanden op een boerderij in Costa Rica, waar ze de poes Domino leert kennen. De combinatie van haar witte vacht met haar tweekleurige ogen, het ene blauw en het andere groen, maakt haar tot een opvallende verschijning. Boeke besluit het beestje te adopteren. Ze vraagt een lokale timmerman een kistje te maken en zet de poes op het vliegtuig naar Nederland, waar Domino tijdelijk opgevangen wordt door vrienden. Eenmaal terug in Nederland haalt Boeke haar poes op, die inmiddels zwanger is. Van het nestje houdt ze een katertje dat sprekend op z’n moeder lijkt, ze noemt hem Dikkie Dik. Het personage Dikkie Dik heeft dus écht bestaan. Alleen was de kat niet oranje, maar wit.

 

De échte Dikkie Dik met de geïllustreerde kater en Jet Boeke met haar Dikkie Dik. Collectie: Literatuurmuseum

 

Tijdens haar reis door de Verenigde Staten maakt Boeke ook kennis met Sesame Street, dat sinds 1969 wordt uitgezonden. Ze is onder de indruk van het prijswinnende tv-programma. Wat ze dan nog niet weet, is dat er bij de NOS en BRT (de voorloper van de VRT) hard wordt gewerkt aan een Nederlandstalige bewerking ervan. In 1976 is Sesamstraat voor het eerst te zien in België en Nederland. En terug van haar reis besluit Boeke om contact op te nemen met de makers van het programma.

Boeke stelt voor om animatiefilms te maken, maar dit idee wordt helaas afgewezen. Wel is er nog behoefte aan programmering voor de allerkleinsten, dus bedenkt ze een nieuw plan. ‘Het leek me ook heel leuk voor jonge kinderen om een prentenboek op televisie te zien, omdat veel kinderen niet worden voorgelezen.’ Inspiratie vindt ze dicht bij huis in de vorm van een jonge kater én in werk van andere illustratoren en schrijvers. ‘Ik heb eerst heel veel prentenboeken van anderen bekeken. Je zou wel kunnen zeggen dat ik autodidact ben.’

Voor haar eerste ‘televisieprentenboek’ bedenkt Boeke – rekening houdend met de vaardigheden van kleine kinderen en het snelle televisieformat – een formule waarbij ieder verhaal bestaat uit zes tekeningen. Zo zijn de verhalen eenvoudig te begrijpen voor een peuter en vragen ze weinig tekst. Dit wordt de blauwdruk voor al haar Dikkie Dik-verhalen. Ook besluit ze Dikkie Dik oranje te maken, omdat een witte kater niet goed werkt op tv.

 

Storyboard van Dikkie Dik en de boomhut. Collectie: Literatuurmuseum

 

Rudy Kuhn leest Dikkie Dik voor

In maart 1978 debuteert Dikkie Dik op televisie. De verhalen worden voorgelezen door Rudy Kuhn (1951), de eerste Surinaamse bewoner van Sesamstraat. Thuis zien peuters hoe hij een stel kinderen voorleest en dat beeld wordt afgewisseld met tekeningen van Dikkie Dik. Kuhn wordt in 1985 opgevolgd door Frank Groothof (1947), wiens stem velen nog altijd associëren met de verhalen van Dikkie Dik. In eerste instantie is het de bedoeling dat de acteurs de tekst improviseren, maar al snel gaat Arthur van Norden (1947), op dat moment de partner van Boeke, de scripts schrijven. Deze teksten wekken de indruk geïmproviseerd te zijn en laten ruimte aan kinderen om tussendoor wat te zeggen.

In het archief zijn enkele fragmenten van deze scripts bewaard gebleven. Boeke plakte de teksten op grote gele enveloppen als onderdeel van haar eigen ordeningssysteem. Zo gebruikte ze voor elk Dikkie Dik-verhaal een losse envelop om haar illustraties in te bewaren. Ze schreef met zwarte stift de titel en een nummer op de envelop, om duidelijk te maken welke plek het verhaal inneemt in de reeks. In totaal heeft Boeke bijna 200 Dikkie Dik-verhalen gemaakt voor Sesamstraat, die nog steeds herhaald worden op televisie.

 

Scriptfragment en illustratie van Dikkie Dik en de duikbril. Collectie: Literatuurmuseum

 

Voor een leeg papier zitten wachten op inspiratie was niet aan Boeke besteed. Meestal ging ze wandelen, boodschappen doen of stofzuigen en schoten haar op die momenten nieuwe ideeën te binnen, die ze opschreef in een notitieboekje. Ook lag er standaard een kladblok naast haar bed voor nachtelijke inspiratie.

Haar werkwijze laat zien dat Boeke een beelddenker is. In haar notitieboekjes pende ze vluchtig nieuwe ideeën neer door te beschrijven wat er op iedere tekening moest komen te staan. Hierna werkte ze het verhaal uit in schetsen. Deze gaf ze vervolgens aan Van Norden. Als hij zonder uitleg het verhaal begreep, dan waren haar tekeningen duidelijk en was het idee geslaagd. Je zou dus kunnen zeggen dat ieder Dikkie Dik-verhaal is begonnen als een storyboard.

 

Om deadlines te kunnen halen, greep Boeke vaak naar de föhn zodat de aquarelverf sneller zou drogen

 

Voor de definitieve illustraties spande ze eerst met tape het papier op. Vervolgens zette ze met dunne potloodlijnen de tekening op papier en werd deze ingekleurd met aquarelverf. Als de verf droog was, maakte ze de omlijning nog wat donkerder. Over één illustratie deed Boeke zo’n twee dagen, maar een eenvoudige tekening lukte soms ook in een halve dag.

In verschillende interviews heeft Boeke aangegeven het beste te werken onder druk. Haar uitstelgedrag zou voortkomen uit een soort drempelvrees. Als ze er echt niet meer onderuit kon, sloot ze zichzelf thuis op en werkte ze dagen achterelkaar door. Om deadlines te kunnen halen, greep Boeke vaak naar de föhn zodat de aquarelverf sneller zou drogen. Uiteindelijk zijn heel wat Dikkie Dik-tekeningen onder druk en met behulp van hete lucht tot stand gekomen.

 

Een opengeslagen notitieboekje van Jet Boeke. Collectie: Literatuurmuseum

 

Na zijn televisiedebuut wint Dikkie Dik algauw aan populariteit. Juist door het voorleesconcept vragen steeds meer mensen in de boekwinkel naar Dikkie Dik-boeken, maar die bestaan dan nog niet. ‘Ik dacht helemaal niet commercieel,’ zegt Boeke in een interview, ‘en had er geen seconde bij stilgestaan dat prentenboeken over Dikkie Dik ook weleens heel goed zouden kunnen verkopen.’ Samen met uitgeverij Gottmer kiest ze enkele verhalen uit en ontwerpt ze een omslag. In 1983 verschijnt Het vogeltje/De speelgoedbeer: het eerste Dikkie Dik-prentenboek dat de peuters daadwerkelijk kunnen vasthouden. Het is uitgegeven op kartonachtig papier, zodat er eventueel ‘ook op gekauwd’ kan worden.

Hierna volgen nog veel meer prentenboeken met avonturen van Dikkie Dik, die soms oplagen aantikken van 50.000 exemplaren. Inmiddels zijn er miljoenen Dikkie Dik-boeken verkocht en heeft bijna ieder gezin in Nederland en België er wel eentje in de kast. Recensenten zijn in het begin niet erg te spreken over de boeken. Ze vinden ze weinig origineel en de verhalen te braaf en te simpel. Later zouden de Dikkie Dik-boeken juist om deze eenvoud worden geprezen.

 

Ontwerp van het Dikkie Dik prentenboek De ballon. Collectie: Literatuurmuseum

 

In 2000 ontvangt Boeke de Kiekeboekprijs voor Waar is Dikkie Dik? De prijs wordt uitgereikt door de Openbare Bibliotheken voor het beste peuterboek van dat jaar. Volgens Trouw kan de prijs in haar geval ook als oeuvreprijs worden gezien, want Dikkie Dik verovert dan al twintig jaar generaties aan peuterharten. Het is de enige literaire prijs die Boeke voor haar werk heeft ontvangen.

Volgens Boeke slaat Dikkie Dik vooral aan omdat de kat voor peuters herkenbaar is. Zijn nieuwsgierigheid levert steeds weer nieuwe avonturen op. De verhalen zijn meestal uit het leven gegrepen: in de periode dat haar eigen Dikkie Dik veel met andere katten vecht, maakt Boeke verhalen over ruzie. Ook brengen anderen haar weleens op ideeën. Zo wordt het typische kattengedrag in de verhalen gecombineerd met herkenbare peuterervaringen zoals buiten spelen en zindelijk worden.

 

‘Je zou wel kunnen zeggen dat ik autodidact ben’

 

Elke maand de nieuwste verhalen lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

In 1994 overlijdt de echte Dikkie Dik, maar door Boekes werk geniet hij inmiddels het eeuwige leven. Als kattenmens blijft Boeke ook niet lang zonder pluizige viervoeters. Na Domino en Dikkie Dik volgen nog Ruig, Piewie, Dona en Sokjes, die ieder op hun beurt weer inspiratie leveren voor nieuwe verhalen.

Door de jaren heen zijn er naast televisieafleveringen en prentenboeken steeds meer Dikkie Dik-producten bij gekomen, zoals knuffels, spelletjes en servies. Ook zijn er verschillende theatervoorstellingen gemaakt over Dikkie Dik en schitterde de oranje kater in 2024 voor het eerst op het witte doek in Dikkie Dik en de verdwenen knuffel. Dikkie Dik heeft inmiddels een eigen website, een YouTube-kanaal, een Instagram- en een Facebookpagina, ieder met duizenden volgers. Binnenkort mag hij vijftig kaarsjes uitblazen, en je kunt gerust zeggen dat Dikkie Dik groter is dan ooit. Boeke heeft voor mekaar gekregen waar menig illustrator van droomt, ze creëerde met Dikkie Dik een tijdloos icoon.