Elke maand de nieuwste verhalen lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief
‘Ik schrijf u maar, omdat uw stuk over De paradijsvogel mij getroffen heeft. U bent werkelijk de enige die hem niet neergekwakt hebt.’ Deze woorden lees ik in een handgeschreven brief van Louis Paul Boon, de grote socialistische schrijver uit Aalst, schepper van vergeten straten, overlopen voorsteden en heel wat Vlaamse miserie. De brief van Boon biedt een unieke inkijk in de psyche van de auteur. De woorden zijn behoorlijk confronterend, ik herken in Boons ijdelheid de twijfel van zowat elke schrijver, inclusief mezelf.
Het staat buiten kijf dat Louis Paul Boon (1912-1979) een groot, groot auteur was. Zijn boek Mijn kleine oorlog is onvergetelijk, rauw, wild en op een onvermijdbare manier op papier gesmeten. De lezer kan niet om deze compromisloze vertelling heen. Om over De Kappellekensbaan nog maar te zwijgen. Uniek werk, wereldliteratuur.
En dan is daar in 1959 plots die handgeschreven brief van een kantje, opgesteld aan recensent Anne Wadman uit Sneek, Friesland. Boon begint: