Zoeken

J. van Oudshoorn

(1876-1951)
Jan Koos Feylbrief was lange tijd kanselier van de Nederlandse ambassade in Berlijn. Onder het pseudoniem J. van Oudshoorn schreef hij romans en verhalen waarin de dood een grote rol speelt –en de zin van het leven een heel kleine. Veel schreef hij niet, maar wat hij schreef kon op grote waardering rekenen van een lange lijst toonaangevende critici en schrijvers zoals Frans Coenen, Willem Kloos, M. Nijhoff, F. Bordewijk, S. Vestdijk, Willem Frederik Hermans en Maarten ’t Hart.
De afbeelding toont een kunstzinnig portret van J. van Oudshoorn. Gemaakt door: Theo  Blom
Vervaardigd ongedateerd
Techniek Gouache
Afmetingen 77 x 100 cm

J. van Oudshoorn

door Theo Blom (1935)

‘Hij droeg een bril met sterk vergrotende, randloze, ronde glazen, waarachter grote, blauwe ogen. Het leken werkelijk een soort poelen van ellende. Zijn gladgeschoren wangen vertoonden diepe, opmerkelijk lange kerven,’ schrijft Willem Frederik Hermans in 1979 in Houten leeuwen en leeuwen van goud over J. van Oudshoorn. ‘Ik herinnerde me niet ooit ergens een foto van hem te hebben gezien en vroeg hem wat daarvan de oorzaak was. “Kijk,” zei hij, en haalde een boek van Lodewijk van Deyssel te voorschijn en sloeg het open bij een zeer zelfgenoegzaam portret van die auteur, “als je zo'n kop hebt, dan kun je je foto laten publiceren.”’

Hermans’ herinnering komt overeen met dit sombere, weinig opgewekte portret dat Theo Blom van Van Oudshoorn maakte. Passend, als je bedenkt dat uit werk van Van Oudshoorn –  die wel eens een existentialist avant la lettre wordt genoemd – een pessimistische kijk op het leven spreekt. Zijn verhalen en romans zijn doortrokken van personages die gekweld worden door een gevoel van vervreemding en de zinloosheid van het bestaan.

‘Ik ben klassiek geworden. Ik word niet meer gelezen,’ verzuchtte Van Oudshoorn ooit, half grappend, maar dat was op dat moment niet helemaal waar. Zo noemt schrijver F.B. Hotz in 1983 Tobias Termaete uit Van Oudshoorns Tobias en de dood zijn favoriete personage. En Maarten ’t Hart schreef in 1976 in het NRC: ‘Soms ben ik er blij om dat hij maar zo'n klein oeuvre op zijn naam heeft staan, want daardoor kom ik er steeds weer toe hem te herlezen. En het is een auteur die men niet moet lezen, maar moet herlezen. Bij elke volgende gelegenheid dat ik zijn in omvang zo bescheiden oeuvre doorneem groeit bij mij de overtuiging dat hij de grootste Nederlandse schrijver is.’ Momenteel is van Van Oudshoorn echter geen titel verkrijgbaar.