Anton Korteweg

(1944)
In de poëzie van Anton Korteweg, die van 1979 tot 2009 directeur van het Literatuurmuseum was, draait het vaak om alledaagse gebeurtenissen en de melancholische gevoelens die deze om soms onnaspeurlijke redenen losmaken. Zelf zei hij ooit in een interview: ‘Mijn ene kant is dichter, maar de andere kant is een ambtenaar met een meer dan volledige baan. Die tweespalt veroorzaakt juist die poëzie’. Maar dat zou ironie geweest kunnen zijn.
Vervaardigd 2003
Techniek Olieverf op paneel
Afmetingen 43 x 38 cm

Anton Korteweg

door Trudy Kramer (1959)

Anton Korteweg was van 1979 tot 2009 aanvankelijk hoofdconservator en later directeur van het Literatuurmuseum. In die hoedanigheid bedacht hij in 2004 bij het vijftigjarig bestaan van het museum de Nationale Schrijversgalerij, naar het voorbeeld van de National Portrait Gallery in Londen.

Ook is Korteweg dichter. Een belangrijk thema in zijn dichtwerk is levenskunst. Als student leerde hij de inspirerende boeken van de psychiater Henricus Cornelius Rümke kennen, vertelt hij in 2010 aan poëzietijdschrift Awater, en Rümke figureert dan ook soms in zijn werk. Rümke deelde bijvoorbeeld een mannenleven in in perioden, en dat is handig. Zelfreflectie is daarbij van groot belang.

Dat relativerende, die zelfironie, dat zit natuurlijk in veel van mijn gedichten. Het is een uitdrukking van mezelf. Ik verzet me trouwens altijd tegen mensen die denken dat ironie een stíjlmiddel is. Alsof je kunt zeggen: laat ik nu eens ironisch zijn. Maar het is een levenshouding, een geestesgesteldheid, hoe iemand is. Zoals de ironie van Reve ook Reve zelf was. Een ironicus kan niet anders. Ironie is niet flauw: het is mijn ware ik. Daar zit geen laagje meer onder.

Korteweg is goed bevriend met de maker van dit portret, Trudy Kramer, die samen met haar partner Ger Siks jarenlang een klein maar mythisch festival op Schiermonnikoog organiseerde: Schrijvers om de Noord. Iedereen, ook Korteweg, trad er belangeloos op en velen zijn door haar geportretteerd.

Kramer zette Anton Korteweg voor dit werk voor een boekwinkel in de Oude Kijk in ’t Jatstraat in Groningen. Is die prominente hond van Anton? ‘Nee, maar hij wílde graag een hond. Dit is mijn eigen hond. Hij ging toen bijna met pensioen, daarom staat zijn racefiets erop. Daar had hij toen allemaal tijd voor.’ En misschien was dat óók wel ironie; tenslotte ging Korteweg jarenlang fietsend naar het werk.