Arnon Grunberg

(1971)

Vanuit New York vuurt Arnon Grunberg de ene na de andere sterke roman op de Nederlandse lezer af. In zijn werk belicht hij op een onnavolgbare scherpzinnige, maar ook humoristische manier het menselijk bestaan en vergroot hij de belachelijke kanten van het menselijk gedrag uit. Zijn onderwerpkeuze is meestal onconventioneel. Eigenzinnig als hij is, neemt hij geen blad voor de mond en daagt hij graag uit tot tegenspraak.

Vervaardigd 1998
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 61 x 61 cm

Zelfportret

door Arnon Grunberg (1971)

1998 was misschien wel het jaar waarin Arnon Grunberg een literaire grootheid werd. Hij had met twee prijzen voor zijn debuut Blauwe maandagen een vliegende start gemaakt, hij werkte aan een essaybundel en mocht dat jaar zelfs het Boekenweekgeschenk schrijven. Dan ben je als schrijver wel gearriveerd, en dat was snel gegaan.

Behalve met het schrijven van goede boeken, wilde Grunberg ook opvallen met opvallende marketingstunts, controversiële meningen en bijzondere buitenliteraire activiteiten. Dit ‘zelfportret’ is een van de resultaten daarvan. Frits Abrahams beschreef de ‘performance’ waar dit schilderij ontstond: ‘Een schrijver die in twee uur tijds dertien schilderijen vervaardigt, daarbij terzijde gestaan door een Amerikaanse pornoster (‘Bob’), een product uit de siliconenfabriek van wijlen Jayne Mansfield, die voor hem gedwee de tubes uitknijpt en af en toe de penselen tussen de borsten klemt.’

De schilderijen waren te koop, maar de opbrengst was onvoldoende om de kosten voor de publiciteitsstunt te coveren, stelde de galeriehouder enigszins bedrukt vast. Geld verspild? Op de wat langere termijn bleek de investering de moeite wel degelijk waard. Aandacht had het wel opgeleverd en na deze schilderstunt werd hij alleen nog maar succesvoller. Ook als schilder bleef hij vooral schrijver.

Vervaardigd 2013
Techniek Acryl op paneel
Afmetingen 40 x 30 cm

Arnon Grunberg

door Bernadet Boorsma (1961)

‘Het totalitaire schrijverschap spreekt me erg aan,’ zei Arnon Grunberg in een interview. Hij is één van de productiefste en belangrijkste Nederlandse schrijvers. Wekelijks voor VPRO-gids, meerdere keren per week voor De Volkskrant – en dan zijn er nog de vele tijdelijke columns, en alsof dat niet genoeg is: ‘elke avond voor ik ga slapen vul ik, bij wijze van yoga, het blog. Ja, de deadline is de zweep.’

Grunberg is al jong begonnen. Zijn sterk autobiografische roman Blauwe maandagen over de oorlogservaringen van zijn joodse ouders werd in 1994 bekroond met de Anton Wachter-prijs voor het beste debuut. Met de asielzoeker en Tirza brak hij door bij het grote publiek.

Onder het pseudoniem Marek van der Jagt schreef hij de romans De geschiedenis van mijn kaalheid en Gstaad 95-98. Hij wilde ontsnappen aan zijn eigen geschiedenis, aan het imago-Grunberg, en het werd een complete mystificatie: de in 1967 geboren Marek van der Jagt was een Weense filosofiestudent.

Er werd in de Nederlandse kranten druk gespeculeerd over de ware identiteit achter de naam Van der Jagt. Die werd ook al vroeg geraden. Toen Grunberg ook onder dit pseudoniem de Anton Wachter-prijs won, feliciteerde NRC-criticus Arjen Fortuin hem per fax met de woorden: ‘Ik moet mij excuseren, ik heb even gedacht dat je niet uniek was’. En ook andere journalisten meldden zich, maar Grunberg bleef ontkennen. Ondertussen schreef Marek van der Jagt het Boekenweekessay, en talloze ingezonden brieven, ook in reactie op stukken van Grunberg. Onderzoekers aan de universiteit van Rome detecteerden met een computeranalyse de verborgen kenmerken van de schrijver, waarmee hij twee jaar later definitief ontmaskerd was. Een paar dagen later ‘bekende’ hij.

Portrettist Bernadet Boorsma was gefascineerd door Grunbergs tragikomische vertelstijl en zijn expressieve, karakteristieke gezicht. Ze schilderde hem naar een bestaande afbeelding.