De verfilming die alles recht moest zetten (maar nooit verscheen)

door Thomas Heerma van Voss

Het is in meerdere opzichten een merkwaardige episode uit de loopbaan van Ferdinand Bordewijk. Wanneer het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen – tegenwoordig is ‘Kunsten’ vervangen door ‘Cultuur’ – in 1949 een prijsvraag uitschrijft voor het beste filmscenario, uiteraard met het oog op verfilming, besluit hij mee te doen met een scenario voor zijn roman Bint. Tot dat moment heeft Bordewijk nooit laten blijken dat hij droomt van een verfilming en hij is dan allang een gevestigd en geprezen auteur. Bordewijk (1884, Amsterdam) gold als een van de voormannen van zijn generatie, met zijn controversiële Bint (1934) en uiterst succesvolle Karakter (1938). Waarom zond hij in voor een prijsvraag waaraan elk beginnend scenarist kon meedoen?
 

Vooral vanwege praktische redenen: het werd hem eenvoudigweg gevraagd door het ministerie en hij kreeg hoe dan ook een financiële compensatie van 350 gulden, ook wanneer zijn scenario niet zou winnen. De filmindustrie was allerminst groot of geprofessionaliseerd, en ook veel minder dan tegenwoordig ingesteld op boeken: in de naoorlogse jaren was het, kortom, bijzonder moeilijk om een boek of verhaal verfilmd te krijgen – ook voor auteurs met groot aanzien. En Bordewijk wilde zijn werk wel graag op het witte doek zien, in het bijzonder Bint. De roman had tot veel ophef en misverstanden geleid, die Bordewijk met interviews en toelichtingen onvoldoende had kunnen wegnemen. 

Bint

 

Kort samengevat: Bint gaat over de wat kleurloze, vooral observerende docent De Bree, die begint op een middelbare school die geleid wordt door Bint. Deze Bint regeert als een tiran: met harde hand, geen tegenspraak duldend en permanent bezig ongehoorzame, rumoerige anderen (leerlingen dus) de baas te worden. Zijn mantra: ‘Alleen wie getuchtigd is, kan later tuchtigen.’ En zelfs als dat, zoals tegen het einde van de roman, zelfmoord van een van die leerlingen tot gevolg heeft, stapt hij geenszins van zijn (hardhandige) methodes af en toont hij geen greintje empathie.

Het werd Bordewijk verweten dat hij in zijn roman de houding van Bint verheerlijkte. Dat hij geen sympathie toonde voor de slachtoffers van dit harde beleid, dat hij een verhaal had geschreven waarmee hij zodoende in essentie het fascisme ophemelde. Recensies maakten melding van een ‘onsmakelijke lef-droom in ons tot nog toe gezonde Holland’ en hadden het over een ‘Nederlands nazi-systeem’. Tegenwoordig geldt Bint juist als vroege waarschuwing voor het fascisme – dat opkwam toen Bordewijk de roman schreef – en een impliciete vertelling over de kiemen van verzet, maar deze interpretatie is pas de laatste decennia prominent geworden. Eind jaren veertig had Bordewijk nog het idee dat hij zijn roman moest verdedigen. En dat een verfilming daarvoor een ideaal middel was.
 

Scenarist, locatiescout en regisseur

 

Bordewijk schreef meerdere scenario’s voor Bint, in ieder geval vier, die overigens vrijwel identiek zijn. Het enige verschil: bij de oudste versie heeft hij in de kantlijn allerlei handgeschreven suggesties gedaan (in de categorie: het woord ‘sleutel’ doorgestreept en daarnaast als voorstel ‘voordeursleutel’), bij de laatste versie heeft hij die correcties stuk voor stuk doorgevoerd. Verder ogen de vier scenario’s hetzelfde, en het valt vooral op hoe uitgebreid ze zijn. Bordewijk schreef niet alleen alle dialogen van zijn verfilming alvast helemaal uit voor deze prijsvraag, maar voegde ook steeds uitgebreide schetsen in van de omgeving (het verhaal is plotseling in Amsterdam gesitueerd, terwijl Bint geen duidelijke locatie heeft), hij deed voorstellen voor de te gebruiken muziek (emotioneel, ingetogen, violen, blazers – inclusief de prachtzin: ‘De film is gedacht als geluidsfilm, met gesproken woorden en muziek.’) en beschreef de meest minieme handelingen. Zijn zinnen hebben door hun gedetailleerdheid en ouderwetse ondertoon iets ontroerends: ‘beginnende rebellie op de gezichten’, dat werk. En deze tientallen pagina’s worden ook nog eens voorafgegaan door een uitgebreide synopsis, met daarbij, heel keurig, een lijst van alle personages (met toelichtende zin), alle plaatsen van handeling, enzovoorts. Bordewijk ging te werk alsof hij niet alleen scenarist was, maar ook locatiescout en regisseur.
 

Het onderstreept het belang dat hij aan de Bint-verfilming hechtte. Maar wat vermoedelijk nog wel het meest zegt, is de noot op bladzijde één: 

 

Het scenario bedoelt niet partij te kiezen voor of tegen een bepaalde methode van middelbaar onderwijs of van onderwijs in het algemeen. Voor zover er een strekking in kan worden gevonden is het alleen deze: dat een Spartaanse methode van schoolopvoeding in haar excessen leidt tot échec, maar zij niettemin, ontdaan van haar excessen, voor zekere naturen bekorting kan behouden.
 

De auteur die zijn eigen werk duidt. Of nee, duiding is achteraf: dit is een handleiding. Bordewijk legt uit hoe we alles wat volgt, al die zorgvuldig uitgetekende scènes en uitgeschreven handelingen, moeten beschouwen en (niet) moeten interpreteren. Iets wat hij in zijn roman niet deed – daar liet hij het verhaal voor zich spreken, gelukkig maar, dat maakt Bint zo krachtig. Maar, zoals gezegd, met het scenario wilde hij die roman verdedigen, de ontstane misverstanden uit de weg ruimen, en dus zag hij zich geroepen die achtergrond meteen te onderstrepen: het verhaal was geen pleidooi voor of tegen een bepaald soort onderwijs, welnee, Bordewijk nam geen stelling in – en met het scenario ging hij dat rechtzetten. Het paradoxale is natuurlijk – en dat maakt deze hele geschiedenis nog vreemder – dat het scenario, terwijl het dient als rechtvaardiging van de roman, juist verschilt van het boek Bint

De verschillen gaan ver. De lesmethodes komen een stuk minder extreem naar voren – er is minder weerzin tegen afwijkende of hoogbegaafde leerlingen, de straffen zijn minder hard. Nog meer aanpassingen: het scenario begint met een vechtpartij waar in de roman geen aandacht voor is, Bint krijgt nu ineens meer menselijke trekken (en zelfs wroeging na die zelfmoord op school), er zijn meer (prominente) vrouwelijke personages, er staan los daarvan ook veel meer leraren (min of meer) centraal, waardoor De Bree een minder uitverkoren of speciaal personage lijkt. Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, maar de gemene deler is: Bordewijk heeft het verhaal in zijn scenario een stuk minder hard gemaakt. Veel van de ruwe kantjes zijn verdwenen, het verhaal is duidelijker gesitueerd in de gewone wereld, met menselijke twijfels en bedenkingen, en daardoor minder scherp: het dystopische karakter dat de roman zo schurend maakte is goeddeels opgelost, het scenario heeft iets alledaags.

 

Gedroomde verfilming

 

Misschien is dat de reden dat Bordewijk de prijsvraag niet won met zijn scenario. De jury was duidelijk in haar afwijzing: ‘oproep op school – geen onderwerp, ongeschikt’, ‘geen climax in verhaal’, ‘verhaal van uitstervende HBS. (...) Moraal?’ Het roept de vraag op of Bordewijk meer kans van slagen had gehad als hij dichter bij zijn roman was gebleven. We zullen het nooit weten, en Bordewijk zelf is er niet uitgebreid op ingegaan – begrijpelijk. Het scenario toont aan hoezeer de ontvangst van Bint hem jaren later nog dwarszat. En hoe graag hij dat wilde goedmaken – met, vreemd genoeg, een scenario dat nogal afweek van het origineel, alsof hij stiekem vond dat de criticasters ergens gelijk hadden en hij zijn verhaal moest afzwakken. Wellicht stond hij niet meer achter het boek dat hij ooit had geschreven. Wat vaststaat: de roman is nu, ruim tachtig jaar later, nog springlevend en overtuigend.
 

Voor zover ik weet, is Bint pas decennia na deze prijsvraag verfilmd door Jan Blokker, een bescheiden televisiebewerking waarbij een ander scenario werd gebruikt. Dat heeft iets wrangs. Net zoals het iets wrangs heeft dat Karakter plotseling wel een heel succesvolle verfilming opleverde, waarmee in 1998 zelfs een Oscar werd gewonnen voor beste buitenlandse film. Maar toen leefde Bordewijk allang niet meer. Hij overleed in 1965. Na een uiterst succesvolle loopbaan, maar zonder die gedroomde verfilming die de misverstanden omtrent Bint voorgoed uit de weg had moeten ruimen.