‘Dubbelspel is niet wit te maken’

door Maarten van der Graaff
Dit jaar ging op het International Film Festival Rotterdam Double play in première, de verfilming van Frank Martinus Arions roman Dubbelspel (1973). Ernest Dickerson, de regisseur, werkte eerder regelmatig samen met Spike Lee (Malcolm X) en regisseerde afleveringen van The WireDexter en The Walking Dead. In het Literatuurmuseum ontdekte ik dat Dickerson, die in dit interview vertelt hoe het eiland Curaçao een van de personages in de film is geworden, niet de eerste was die beelden voor zich zag bij het lezen van een passage als deze, waarin het onafgebouwde huis van de visser Janchi Pau wordt beschreven:

‘Verschillende slingerplanten met gele, paarse en rode bloemen aan hun ranken klommen als om strijd tegen de twee zuilen van zijn porch omhoog; als vrouwen van lichte zeden. De porch zelf was vol geitenkeutels doordat deze dieren er zoetjesaan hun avondleger van hadden gemaakt. Daar het huis geen plafond had, vlogen de vogels onder het zadeldak door naar binnen om in de nok van het dak en precies daar waar ze er zin in hadden, hun nesten te bouwen. ‘Ik woon in een volière,’ verzuchtte Janchi soms; vooral ’s ochtends wanneer de verschillende soorten vogels die zich tegelijk in zijn huis hadden genesteld, boven zijn hoofd af en aan begonnen te vliegen en hem met hun tjirpen, krijsen, koeren en fluiten wakker maakten.’

Dubbelspel is bij vlagen een lyrisch boek, waarin het registreren van dagelijkse sleur belangrijk is en de berekening die schuilgaat onder het gelijkmatige oppervlak van de dagen, maar het is ook een politieke roman, waarin het kolonialisme van Nederland op de Antillen zichtbare sporen heeft nagelaten in de levens van de personages.
Op 30 mei 1969 gingen werknemers van Shell op Curaçao in staking, omdat hun positie steeds slechter was geworden. De staking veranderde in een arbeidersopstand, twee mensen stierven, tientallen raakten gewond en in Willemstad brandden de huizen.
Arion publiceerde vier jaar na deze ingrijpende gebeurtenissen zijn roman, waarin vier zwarte mannen een dominospel spelen: Boeboe Fiel, Chamon Nicolas, Manchi Sanantonio en Janchi Pau. Onder alles wat ze zeggen, hoe ze het spel spelen, broeien conflict, economische malaise, geweld en seks. Het boek is een ‘moderne klassieker’: er werden honderdduizend exemplaren van verkocht en toen in 2006 Dubbelspel door de CPNB werd gekozen voor de actie Nederland Leest steeg dit aantal richting het miljoen.

En nu is er dus een film. Frank Martinus Arion behoorde naar eigen zeggen niet tot het type schrijver dat een boekverfilming tot zijn hoogste idealen rekent. In de jaren tachtig en negentig toonden verschillende producenten en regisseurs, onder wie Rob Houwer en Ronald Beer, interesse in de rechten, maar een film kwam er niet. Arion waakte voor een misstap: zijn bekendste werk mocht geen onrecht worden gedaan.

In het Literatuurmuseum bevindt zich een aantal brieven waarin wordt gesproken over verfilming. In twee brieven komen we Arions ideeën daarover op het spoor: hij uit stevige kritiek op het witwassen van zijn verhaal.

In een interview in de Volkskrant uit 2007 zegt Arion dat hij in 1985 met Edsel Samson aan een verfilming van Dubbelspel werkte, die zou worden geproduceerd door Spike Lee. In de eerste brief, van 19 januari 1985, schrijft Frank Martinus Arion echter aan Edsel Samson dat hij in zee is gegaan met Dirk Jan Braat als producent van de film, maar dat hij hem niet wil als regisseur. Braat verfilmde in 1980 voor de KRO de novelle Mijn zuster de negerin van Cola Debrot. ‘Ik wil hem niet als regisseur,’ schrijft Arion, ‘dit schijnt maar niet te kunnen doordringen.’ Als regisseur wilde hij een ‘internationale vakman die niet aan het begin van zijn carrière staat, maar op het hoogtepunt of daaromtrent’.


Aan wie dacht hij? Vroeger had hij Pasolini geantwoord, maar die was dood, dus nu moest de geadresseerde aan Sidney Poitier, Harry Belafonte of Gordon Parks denken. Dan doemt het conflict op: ‘wil Dirk Jan Braat niet wijken als regisseur, dan staat er niets anders op dan dat de film wijke van Dirk Jan Braat. Dit is definitief.’ In Samson zegt Arion nog wel vertrouwen te hebben: misschien kunnen ze samen iets doen, als dit project mislukt? Het lijkt waarschijnlijk dat Arion en Samson later, na het geval Braat, over Spike Lee als producent hebben gesproken, maar dit is niet te achterhalen.

De tweede brief, van Frank Martinus Arion aan Dirk Jan Braat (‘D.J.B.’), gedateerd 2 juli 1984, begint allesbehalve aarzelend: ‘De racistische bioscoopeigenaren van Nederland die als de dood heten te zijn voor kinderen en negers in de bioscoop, dienen er rekening mee te houden dat Dubbelspel een zwart meesterwerk is van een zwarte kunstenaar. (Vide tien jaar literatuurkritiek uit Nederland, de Antillen, Amerika, Duitsland, Denemarken) Dat het gaat over zwarte mensen. En dat die zwarte mensen nooit voor minder dan Nf. 100.000,- in de bioscoop te zien zullen zijn.’ 

Uit de brief wordt duidelijk dat Braat het boek volgens de auteur geen recht deed en met te weinig geld kwam aanzetten. Arion was woest. Uit zijn prachtige aanval:
‘DUBBELSPEL IS NIET WIT TE MAKEN. Pogingen daartoe zijn voor mij alleen maar beledigend. Op zijn zachtst gezegd.
Dubbelspel is een polemisch geschreven politiek boek dat niet anders verfilmd kan worden. Alle filmers dienen daar rekening mee te houden.
Het is een duur boek. Het is geen zoet boek voor gesubsidieerde fortuinmakers die met goedkope subsidie-verf de tegenstellingen waar het boek om gaat steeds weer opnieuw proberen te verdoezelen.’

In de essaybundel Intimiteiten van het schrijven (2009) zegt Arion dat het zijn voornemen was om in Dubbelspel een sociaalpsychologische dwarsdoorsnede te tekenen van de gemeenschap Curaçao. De tegenstellingen, waar Arion het over heeft in zijn brief, gaan over klasse, over bezit – belangrijke thema’s in het boek – en het verband tussen economische ongelijkheid en koloniale overheersing en racisme. Het dominospel van de mannen is een miniatuurversie van de economische verhoudingen: ze bekritiseren de corruptie en de kolonisatie en herhalen ze tegelijkertijd (zie onder meer deze mooie lezing van Matthijs Ponte).

Arions belangrijkste aantijging in de brief aan Braat was het wit maken van Dubbelspel. Hij wilde niet dat zijn zwarte politieke meesterwerk zou worden veranderd in een mak, gedepolitiseerd werkje voor een wit bioscooppubliek. Maar hij was nog niet klaar met Braat: ‘Het is een boek dat ook nog is opgedragen aan vrouwen met moed. Laffe mannetjes moeten zich er maar liever helemaal niet mee bezig houden.’

‘Aan vrouwen met moed’, luidt de opdracht van mijn Nederland-Leest-exemplaar van Dubbelspel. De personages Nora en Solema zijn zulke vrouwen. Solema verzet zich tegen Manchi, haar man en, als socialist, tegen de uitbuiting van het eiland door koloniale machten. Ze verlaat Manchi en knoopt het aan met Janchi: samen zijn ze de winnaars van het spel. Dubbelspel kent vijf bedrijven en in de ‘naspelen’ lezen we hoe Janchi Pau enige hoop op de Antillen brengt door verschillende coöperatieven op te richten. Solema’s ambitie reikt verder. Zij streeft naar de oprichting van een partij op ‘coöperatief-socialistische grondslag’. Als dit lukt, zou ze de eerste vrouwelijke premier van de Amerika’s kunnen worden, schrijft Arion.

Het lijkt mij aannemelijk dat Braat in zijn brief, die niet bewaard is gebleven, heeft voorgesteld bepaalde gelden van witte bioscoopeigenaren te gebruiken. Arion schrijft dat er op de Antillen genoeg boeken van niet-controversiële schrijvers te vinden zijn die met geld van witte bioscoopeigenaren voor een wit publiek gemaakt kunnen worden.
Wat de precieze voorstellen van Braat ook waren: ze leidden ertoe dat wij dit nietsontziende pleidooi kunnen lezen, waarin het ook gaat over de lafheid, het opportunisme en het racisme van cultuurmakers.
Nu een internationale regisseur een Engelstalige film – zoals de auteur wilde – heeft gemaakt, zien we, voor het eerst, de wereld van Dubbelspel op het scherm. Wat Arion van deze film zou vinden weten we niet; hij overleed een paar dagen voor de pre-productie begon (dichter Alfred Schaffer schreef een mooi In Memoriam) en hij regisseur Ernest Dickerson zou ontmoeten. Wat wel zeker lijkt, is dat het tussen Dirk Jan Braat en Frank Martinus Arion nooit meer goed is gekomen:

‘Ik ben een schrijver. Het probleem met jou is dat ik schrijver ben maar jij helemaal geen filmer. Ik had zelfs nooit met jou moeten praten. En laat me verder met rust.’