F.
Bordewijk
prijs

De F. Bordewijk-prijs is de prijs van de gemeente Den Haag voor het beste Nederlandstalige prozaboek van het jaar. Het Literatuurmuseum verzorgt de prijsuitreiking, die doorgaans plaatsvindt in januari.

 

 

De prijs

Tot 1978 heette de F. Bordewijk nog de Vijverberg-prijs, de enige prijs van de Jan Campert-Stichting die niet genoemd was naar een Haagse auteur. De Vijverberg-prijs was, net als de Constantijn Huygens-prijs en de Jan Campert-prijs, op 20 januari 1948 ingesteld en bedroeg toen 1.500 gulden. 

 

Aanvankelijk was de prijs bedoeld voor een ongepubliceerd prozawerk dat bovendien in Den Haag moest spelen, of in ieder geval ten dele. De roman Kruis of munt van Jo Boer was inderdaad een ongepubliceerde inzending en zij was de eerste die de prijs won. Beide voorwaarden vervielen al snel. Incidenteel werd de Vijverberg-prijs ook wel toegekend aan toneelwerk. Vanaf 1956 werd de Vijverberg-prijs toegekend aan verhalend proza dat in het voorafgaande jaar verschenen was. 


De naam Vijverberg-prijs refereerde aan Den Haag. De Hofvijver werd in de loop der jaren uitgediept en door het zand ontstonden wallen: de Lange Vijverberg en de Korte Vijverberg. Later besloot het bestuur van de Jan Campert-stichting alle prijzen naar een Haagse auteur te noemen.


Vanaf 1978, toen de naam wijzigde in F. Bordewijk-prijs, kregen laureaten 4.000 gulden. Tegenwoordig bedraagt de prijs 6.000 euro.

 

 

F. Bordewijk

De schrijver en jurist Ferdinand Bordewijk (1885-1965) was geboren in Amsterdam, maar woonde sinds zijn kinderjaren in Den Haag. Op 3 maart 1945 was Bordewijks huis in de 2de Van den Boschstraat in vlammen opgegaan bij het grote bombardement op het Bezuidenhout. 

 

Bordewijk publiceerde een zeer groot oeuvre, waaronder drie bundels Fantastische vertellingen (1919, 1923, 1924), de novellen Blokken (1931), Knorrende beesten (1933) en Bint (1934) en bekende romans als Rood paleis, Noorderlicht, Bloesemtak en Karakter. Hij was een vertegenwoordiger van de nieuwe zakelijkheid. Tucht, orde en angst zijn overheersende thema’s in zijn oeuvre. 


Bordewijk werd in 1945 voorzitter van de Ereraad voor de Letterkunde, die na de oorlog werd ingesteld om het literaire veld te zuiveren. Auteurs die zich onder de bezetting hadden aangesloten bij de Kultuurkamer en/of hadden gepubliceerd met toestemming van de Kultuurkamer kregen een publicatieverbod tot ten minste 5 mei 1946, oplopend tot 1956 voor ernstig collaborerende auteurs. Bordewijk was de eerste voorzitter van het bestuur van de Jan Campert-Stichting en bleef zijn leven lang aan als bestuurslid.