Bert
Voeten

1951

Jan Campert-prijs
Bert Voeten (1918-1992) kreeg de Jan Campert-prijs 1951 voor zijn poƫziemanuscript Met het oog op morgen.

Er waren 41 inzenders geweest voor de prijs. Pas in februari 1953 zou Met het oog op morgen als bundel verschijnen bij De Bezige Bij. In zijn dankwoord verklaarde Voeten dat het zijn bedoeling was met deze dichtbundel ‘tegenover het veelvuldige cultuurpessimisme in West-Europa uitdrukking te geven aan gevoelens van hoop en geloof in de toekomst’, aldus dagblad De Waarheid

 

Voetens debuutbundel was De blinde passagier (1946), al had hij in de oorlogsjaren al wel clandestiene dichtbundels uitgebracht. Voor Doortocht:een oorlogsdagboek 1940-1945 kreeg hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs 1946, volgens die jury ‘tot dusver het beste geschrift in onze taal over dit onderwerp’. ‘Door het schrijven van deze bladen heeft Bert Voeten bewezen, iemand te zijn, die een aangeboren kunstenaarstalent bezit, een rijke ontvankelijkheid, een helder en open gemoed.’ Dat hij in 1946 ook het lange gedicht Odysseus’ terugkeer publiceerde speelde zeker mee: de jury had ‘in beraad gestaan, of zij niet Odysseus’ terugkeer ter bekroning voordragen zou, met de bijvermelding, dat van dezelfde schrijver ook Doortocht verscheen.’ Het gedicht over de ‘hedendaagse geestelijk avonturier’ was in genummerde oplage verschenen, met illustraties van Tientje Louw.  

‘Voeten is tot een veel groter eenvoud gekomen’

Bert Voeten was redacteur van Het Woord, Ad Interim en De Gids en hij vertaalde voor deze tijdschriften ook veel buitenlands werk. In 1944 was hij getrouwd met Marga Minco. Bert Voeten was drieëndertig toen hij de Jan Campert-prijs kreeg, waarmee ook het laatste criterium – onder de dertig – was losgelaten.  

 

‘Eén ding valt onmiddellijk op bij het lezen van deze nieuwe poëzie: Voeten is tot een veel groter eenvoud gekomen,’ schreef essayist Ad den Besten over de bundel in zijn poëziestudie Stroomgebied (1954). ‘Het schijnt ùit te zijn met de woordroes, ùit met de gemakkelijke emanatie van willekeurige beeldassociaties, - àltijd raak, mits men niet op ze dóórgaat. Voeten’s beeldspraak heeft zich van het “slaan met beelden” gezuiverd, is pregnanter geworden. Maar tegelijk rationeler. Of moet ik zeggen: cerebraler?’ 

Jury

De jury bestond uit: F. Bordewijk, Martinus Nijhoff en J. Hulsker.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 500 gulden verbonden. De prijsuitreiking was op vrijdagavond 19 december 1952 in de raadzaal in Den Haag. Het werd gecombineerd met de ontvangst die het gemeentebestuur aanbood ter gelegenheid van de tweede conferentie der Nederlandse letteren. Die avond werden ook de bijzondere prijzen 1952 uitgereikt, aan Theun de Vries, Pierre H. Dubois, Maria Dermoût en mr. Abel Herzberg.  

 

Credits portretfoto: Ben Wolson