Eva
Gerlach

1999

Nienke van Hichtum-prijs
Eva Gerlach (1948) heeft de tweejaarlijkse Nienke van Hichtum-prijs 1999 gekregen voor haar dichtbundel Hee meneer Eland.

De gedichten ogen ‘bedrieglijk eenvoudig’, schreef de jury, en lijken zo bij uitstek geschikt voor kinderen. ‘Maar tegelijkertijd is die eenvoud schijn en dat maakt de bundel ook fascinerend voor volwassenen. Er staat meer dan er staat, de gedichten zijn raadselachtiger, geheimzinniger, griezeliger vaak ook (...) dan ze in eerste instantie lijken.’ In het gedicht ‘Draak’ komt er steeds als het ‘ik-kind’ kwaad of bedroefd op bed ligt te huilen een verschrikkelijke draak langs het raam vliegen: 

 

(…) 

en ik doe het raam open. 

O Draak zeg ik kom bij mij er is geen gevaar. 

Hij komt mijn kamer in gekropen met zijn 

vreselijke klauwen ieder zo groot als een hand 

 

en wij omhelzen elkaar en dansen de dans 

die Draken dansen in tijden van oorlog en hij 

schiet ervandoor, een brand in de nacht en ik kijk 

hem na, misschien dat ik weer naar beneden ga. 

‘Gerlach kennen we al als een dichteres die heel precies, met weinig woorden, een uiterst gevoelig universum weet te scheppen,’

 

‘Volwassen poëzie voor kinderen’, noemt Remco Ekkers Hee meneer Eland (1998) in het begeleidend essay bij de prijs. Voor hem is Gerlach als dichteres voor volwassenen niet wezenlijk anders dan de dichteres van kinderpoëzie. ‘De volwassen lezer denkt [bij het gedicht over de Draak], een beetje pedant: ah, die draak is de veruitwendigde agressie van het kind. Moet dit de jonge lezer worden uitgelegd? Nee. Hij of zij begrijpt dat zonder uitleg ook wel; met zijn of haar buik desnoods.’ 

 

‘Gerlach kennen we al als een dichteres die heel precies, met weinig woorden, een uiterst gevoelig universum weet te scheppen,’ schreef Marjoleine de Vos in NRC. ‘In je hoofd gebeurt er van alles. In zekere zin zou deze hele bundel wel 'in je hoofd' kunnen heten – Gerlachs feiten verbinden zich heel gemakkelijk met gedachten. De werkelijkheid doet zich nu eenmaal nooit onverdund aan ons voor, hij komt altijd in je hoofd terecht. En dan gaan de gedachten ermee aan de haal: “Altijd gaan mijn gedachten door me heen,/ een drukke stroom (…)/ Daar kan je veel mee doen, met je gedachten.”’ 

 

Eva Gerlach is dichter en vertaler. Ze debuteerde in 1979 met de bundel Verder geen leed, dat werd bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. In 1988 ontving ze de A. Roland Holst-penning voor haar gehele oeuvre. Gerlachs zevende bundel Wat zoekraakt werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 1995, en bekroond met de Jan Campert-prijs. Gerlach schreef met Hee meneer Eland haar eerste jeugdwerk, en ontving er ook een Zilveren Griffel voor. 

Jury

De jury bestond uit: Harry Bekkering, Aukje Holtrop, Jos Joosten, Anton Korteweg, Janet Luis, Leonore van Prooijen, Helga Ruebsamen, Bart Vervaeck en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 euro verbonden. De feestelijke prijsuitreiking vond plaats op vrijdagavond 17 december 1999 in Den Haag. 

 

Credits portretfoto: Ben Wolson / Literatuurmuseum