F.B.
Hotz

1998

P.C. Hooft-prijs
Op 9 november 1998 werd de P.C. Hooft-prijs voor verhalend proza uitgereikt aan F.B. Hotz.

De P.C. Hooft-prijs 1998 voor het oeuvre van F.B. Hotz is toegekend op voordracht van een jury bestaande uit Elsbeth Etty (voorzitter), Gerard Raat, Wilbert Smulders, Dirk van Weelden, Michaël Zeeman en Aad Meinderts (ambtelijk secretaris). Aan de prijs is een bedrag verbonden van fl. 125.000 (waarvan fl. 50.000 voor een specifiek literair doel).

 

Frits Bernard (F.B.) Hotz (Leiden, 1 februari 1922 – Leiden, 5 december 2000) volgde de ambachtschool, begon daarna aan een middelbare opleiding werktuigbouwkunde, maar stapte in 1942 over op de kunstacademie en begon trombone te spelen. Na de Tweede Wereldoorlog moest hij enkele jaren het bed houden met tuberculose. Van 1949 tot eind jaren zestig was hij jazzmusicus. Daarnaast was hij jazzcriticus en muziekleraar. In de loop van de jaren zestig ging hij werken bij de bibliotheek van het Blindeninstituut in Den Haag. Zelf was Hotz tegen het eind van zijn leven nagenoeg blind. In 1974 debuteerde hij met Dood weermiddel, een verhalenbundel geïnspireerd door Van Oudshoorn. Hij schreef naast één roman (De vertekening, 1991) alleen maar verhalen: sobere verhalen over mannen die het moeilijk hebben en die omringd zijn door dominante vrouwen.

 

Voor Ernstvuurwerk (1977) kreeg hij de F. Bordewijk-prijs en in 1992 kreeg hij de Sjoerd Leikerprijs voor zijn gehele oeuvre.

V.l.n.r.: F.B. Hotz, Willem Otterspeer, Ronald Dietz (directeur de Arbeiderspers), Kees Fens (voorzitter P.C. Hooft-stichting). Fens spreekt Hotz toe ter gelegenheid van de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs aan F.B. Hotz ten huize van de auteur te Oegstgeest, 9 november 1998. Credits foto: Rop te Riet.

Fragment uit het juryrapport

In het juryrapport wordt erop gewezen dat Hotz geen simpel realisme beoefent. Door zijn indirecte manier van vertellen, zijn ironische schrijfrant en zijn ‘prikkelend ontoeschietelijke stijl’ schept hij afstand, waardoor hij een bepaald licht laat schijnen op de periode die hij vaak heeft beschreven: de jaren twintig en dertig van de 20e eeuw. ‘Het is een grote verdienste van Hotz dat hij deze twee decennia, in onderlinge oppositie, als geen andere Nederlandse schrijver literair heeft vastgelegd.’ Zijn eigenzinnige oeuvre wordt gezien als een ‘vitaal weermiddel’ tegen de tijd en heeft, aldus de jury, een duurzame plaats in het Nederlandse literaire landschap.

 

De volledige tekst van het juryrapport is te vinden in De God van Hotz en de P.C. Hooft-prijs, uitgegeven door de Stichting P.C. Hooft-prijs en De Arbeiderspers.

Uitreiking

De prijs is op 9 november 1998 uitgereikt ten huize van de laureaat.

 

Feestrede
Ter gelegenheid van de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs aan Hotz schreef Aleid Truijens een beschouwing over zijn werk onder de titel ‘De God van Hotz’. Dit essay is te vinden in De God van Hotz en de P.C. Hooft-prijs, uitgegeven door de Stichting P.C. Hooft-prijs en De Arbeiderspers.

 

 

 

Credits portretfoto: Rop te Riet