‘Op de kunstacademie begon ik stiekem te schrijven,’ biechtte Anton Valens op bij de uitreiking van de F. Bordewijkprijs voor Het compostcirculatieplan (2016). Hij beschreef de notitieboekjes die hij zelf maakte: ‘met behulp van schaar, stopnaald, ijzergaren, tekenpapier en karton naaide ik eigenhandig katernen in elkaar, die ik vervolgens bijeenbond tot boeken, die ik kaftte met biljartgroen vilt dat ik bij het vuil had gevonden.’
Hierin klinkt de bevlogen en aandachtige observator die hij was, zowel in zijn beeldende als literaire kunst. Deze notitieboekjes heeft hij helaas, op aanraden van een therapeut, verbrand. De literaire nalatenschap van de jonggestorven kunstenaar bleek het andere uiterste te bevatten als drager van notities: een plastic tas vol USB-sticks. Geheel in zijn stijl heeft hij die wel met oog voor details en het absurde uitgezocht op hun vorm: van lipstick en watermeloen tot palmboom en slipper. Uit zijn kelderbox kwamen overigens ook nog dozen vol papieren notitieboekjes, die toch niet allemaal in vlammen waren opgegaan.
