Elke maand de nieuwste verhalen lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Vlak voordat ik op vakantie ga naar het Caribische eiland Saint Lucia, ontvang ik het eervolle verzoek van het Literatuurmuseum of ik over dichter en schrijver Frank Martinus Arion wil schrijven. In de collectie van het museum bevindt zich van hem onder meer een typoscript van zijn gedicht ‘Achter de wagen van Elias aan’ uit 1962. In mijn koffer neem ik zijn roman Dubbelspel mee, een dichtbundel van de op Saint Lucia geboren dichter Derek Walcott en een roman van de Trinidadiaanse schrijver V.S. Naipaul. De schrijvers zijn generatiegenoten en werden geboren in een kolonie; Frank Martinus Arion op Curaçao in 1936.
Saint Lucia is wonderschoon. De blauwe zee spoelt overal aan in kleine baaitjes met witte stranden. Maar het eiland is ook kleinschalig. In ieder plaatsje staat pontificaal een katholieke kerk, dwingende erfenis uit de koloniale tijd. In Saint Lucia moet ik denken aan Curaçao, aan de diepe Sint Annabaai die Willemstad verdeelt in de kleurrijke stadsdelen Punda en Otrobanda. In Otrobanda groeide Frank Martinus Arion in de jaren veertig op. De plaatselijke mores waren er beklemmend. Overgewaaid uit het moederland Nederland, en in overgecompenseerde vorm in het rijksdeel geïnstalleerd. Het gouvernement en de kerk bepaalden er de dagelijkse gang van zaken. De witte bolwerken wisten tot in de fijnste haarvaten van de samenleving door te dringen; geen ontkomen aan voor de zwarte eilandbevolking, nazaten van de slavernij. De eigen cultuur was volstrekt ondergeschikt daaraan.

