De dood betrapt

Dat het schrijven van een toch zo ‘eenvoudige’ novelle als ‘Het veer’ binnen een week allerminst een uitzondering is, blijkt uit een tweede verhaal dat Vestdijk in klad uitschreef, direct volgend op ‘Het veer’ en in hetzelfde schriftje: ‘Een, twee, drie, vier, vijf’.

Vestdijk schreef ‘Een, twee, drie, vier, vijf’, uitgaande van de ook hier weer dubbele datering onder aan het verhaal, in één dag, op 6 januari 1933. Herschrijven en herzien vond vervolgens plaats tussen 7 en 10 januari. Ook deze novelle publiceerde Vestdijk in Forum, enkele maanden eerder dan ‘Het veer’. ‘Een twee drie vier vijf’ werd (zonder de komma’s van de handschrifttitel) opgenomen in de verhalenbundel Narcissus op vrijersvoeten (1938, Nijgh & Van Ditmar), ‘Het veer’ al eerder in De dood betrapt (1935), waarmee Vestdijk als novellist zou debuteren.

Vestdijk droeg het boek op aan Menno ter Braak. Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar publiceerde de bundel in mei 1935, in zowel een ingenaaide als gebonden versie, beide voorzien van een illustratie van Kor Postma op de voorzijde van het (stof)omslag. In het thematisch sterk homogene De dood betrapt nam Vestdijk behalve ‘Het veer’, waarmee de bundel opent, ook de novellen ‘Drie van Tilly’, ‘Parc-aux-Cerfs’, ‘Barioni en Peter’, ‘Het steenen gezicht’ en ‘Ars moriendi’ op. Vooral ‘Drie van Tilly’ en ‘Parc-aux-Cerfs’ gelden net als ‘Het veer’ als historische novellen, met ‘Parc-aux-Cerfs’ (Het hertenpark), Vestdijks verhaling van het uitbundige en decadente liefdesleven van Lodewijk de Vijftiende, als meest uitgesproken voorbeeld. Ook van deze novellen bevinden zich de handschriften (‘Ars moriendi’ alleen als door een derde vervaardigd afschrift) in het Vestdijk-archief van het Literatuurmuseum.

Vestdijks Vichy-agenda

Anders dan bij ‘Het veer’, zijn er van novellen als ‘Parc-aux-Cerfs’ en ‘Barioni en Peter’ ook aantekeningen en schema’s bewaard gebleven. Die maken onderdeel uit van een Vichy-agenda over 1929 die Vestdijk als notitieboek gebruikte. De agenda bevat schema’s, steekwoorden, aantekeningen en vaak tot in detail uitgewerkte overzichten van verhalen, essays en novellen die Vestdijk vanaf 1934 schreef. Voor ‘Barioni en Peter’ beperkt dat materiaal zich tot aantekeningen van een enkele pagina.

De aantekeningen voor ‘Barioni en Peter’ zijn aangebracht op verschillende momenten en ook allemaal weer doorgehaald zodra Vestdijk ze had verwerkt. Het gedeeltelijk slecht ontcijferbare handschrift bestaat onder meer uit een inventarisatie van in het verhaal gebruikte motieven en enkele globale aanduidingen van de verhaallijn.

‘Parc-aux-Cerfs’ liet meer sporen na in het notitieboek. Het bevat vijf pagina’s met vooral veel aantekeningen over het leven van Lodewijk de Vijftiende. Links boven aan de eerste pagina noteerde Vestdijk ‘Schönstedt etc.’, en dat is een verwijzing naar een heel concrete bron die aan het schrijven van deze novelle ten grondslag lag: het in 1927 bij Van Holkema & Warendorf verschenen boek Regeering en liefdeleven van Lodewijk XV, koning van Frankrijk (1710-1774) van W.C. Schönstedt. Na de pagina’s met aantekeningen bij Vestdijks lectuur volgen in het notitieboek nog eens zeven pagina’s die betrekking hebben op ‘Parc-aux-Cerfs’, met daarin onder andere een ‘Schema Het Hertenpark’, een synopsis van het verhaal en een thematische opsomming van enkele ‘Hoofdmotieven’.

 

Het besef dat in bepaalde opzichten met ‘Het veer’ vergelijkbare novellen als ‘Barioni en Peter’ en ‘Parc-aux-Cerfs’ tot in detail van tevoren door Vestdijk zijn uitgedacht, met gebruikmaking van heel concrete, en bij het schrijven van het verhaal recent verschenen bronnen, roept ook weer vragen op over de ontstaansgeschiedenis van ‘Het veer’. Zou ook deze zo sterk doorgecomponeerde novelle ontleend zijn aan heel specifieke lectuur? En werkte Vestdijk in dit geval dan toch ook met voorbereidende schema’s, waardoor zijn fantasie tijdens het schrijven in sterke mate werd beteugeld? Bij gebrek aan bronnenmateriaal is dat antwoord vooralsnog niet te geven…

Brochuretekst voor de bundel

Het ontbreken van dergelijk materiaal voor ‘Het veer’ wordt gecompenseerd door de aanwezigheid van een andere tekst in diezelfde Vichy-agenda van 1929, de door Vestdijk geschreven brochuretekst voor De dood betrapt. De tekst is in zijn geheel kruisgewijs doorgehaald, wat bij Vestdijk meestal betekent dat hij verwerkt is in een ander document, hier waarschijnlijk overgeschreven in een voor de uitgever bestemde netversie:

‘Waar in deze novellenbundel van S. Vestdijk, bij alle bonte verscheidenheid van onderwerp en uitwerking, toch zoo streng éen groote lijn vastgehouden, éen grondgedachte uitgesproken is, zou men haast beter van een roman kunnen spreken. De dood betrapt is roman alreeds door zijn “romantiek” – we refereren ons aan de oorspronkelijke betekenis van die term, – maar misschien meer nog doordat, achter alle figuren, schijngestalten en avonturen om, in elk van deze verhalen, de Dood als eigenlijke hoofdpersoon zichtbaar of voelbaar is. In deze, afwisselend macabere, meesleepende of van een bittere humor doortrokken geschiedenissen, die vanaf de middeleeuwen, de tijd van de zwarte dood, spelen tot op onze dagen met hun economische ellende, wordt de dood, in zijn duistere en zeer gevariëerde inwerking op het menschelijk gemoed, “betrapt”, niet als personificatie of allegorie, maar als steeds anders gemaskeerd dreigement, dat in een levend gebeuren [?] ingeschakeld is en dat men dan ook in begeleiding van zijn handlangers steeds leert kennen: ziekte, haat, jalouzie, geldzucht, liefde, wellust, decadentie[,] drang naar vergetelheid, moord, zelfmoord en revolutie. Vooral de groote historische novelle over Lodewijk XV en het wrange en strak gehouden Barioni en Peter, die tezamen middenmoot [?] en hoofdschotel vormen, plaatsen deze bundel onder de belanghebbende voortbrengselen van onze vertelkunst. En ofschoon in dit boek vrijwel nergens betoogd of bespiegeld wordt, zijn er toch de vingerwijzingen in te vinden naar een levensleer van stoïcijnsch stempel voor al diegenen, die de doodsgedachte in dit leven niet ontwijken, doch haar onder de oogen wenschen te zien.’

‘Belanghebbende voortbrengselen van onze vertelkunst’

Het kolossale oeuvre van Vestdijk bevat naast De dood betrapt en Narcissus op vrijersvoeten nog slechts twee andere verhalenbundels: Stomme getuigen (1946) en De Fantasia en andere verhalen (1949). Tijdens het leven van Vestdijk werden de bundels als geheel maar sporadisch herdrukt. Wel verschenen, voor het eerst in 1974, Vestdijks Verzamelde verhalen. De laatste druk van die verzamelbundel dateert alweer van 1994.

Die betrekkelijk geringe aandacht voor Vestdijks novellen werd wellicht in de hand gewerkt door Vestdijk zelf, die zich na 1958 eerst en vooral als romancier beschouwde. Dat neemt niet weg dat juist die verhalen en novellen tot op de dag van vandaag wel degelijk, zoals Vestdijk het in 1935 zelf al schreef, als ‘belanghebbende voortbrengselen van onze vertelkunst’ kunnen gelden. In de woorden van Vestdijkkenner Rudi van der Paardt:

Prachtige teksten om nieuwe generaties in de wereld van de echte letterkunde in te voeren, wat al anticipaties en symbolen! Wie Vestdijk wil leren kennen als prozaïst leze […] deze verhalen van Vestdijk […]: zijn thema’s en motieven vindt men hier in kort bestek en maakt de lezer rijp voor zijn grote romans.

Colofon

Tekst en samenstelling: PETER KEGEL en MARC VAN ZOGGEL

Eindredactie: AAFKE VAN HOOF

 

Met speciale dank aan de Erven S. Vestdijk.

 

De handschriften en de agenda van Vestdijk, alsmede de brieven van Vestdijk aan Jan Greshoff bevinden zich in het Literatuurmuseum te Den Haag. Copyright handschriftelijk materiaal: S. Vestdijk - hergebruik toegestaan onder CC licentie BY SA.

 

De citaten uit brieven van Menno ter Braak zijn overgenomen van de website www.mennoterbraak.nl, de citaten uit Forum uit de gedigitaliseerde jaargangen van het tijdschrift in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren: www.dbnl.org.

 

Overige geraadpleegde bronnen:

L.G. Abell-van Soest, ‘Het Veer’. In: Vestdijkkroniek (1973), afl. 2, p. 53-55.

Martin Hartkamp, Identificatie en isolement. Een visie op Vestdijk. Amsterdam, 1988.

Wim Hazeu, Vestdijk. Een biografie. Amsterdam, 2005.

Daniël Rovers, ‘Het teergevoelige pantser van Simon Vestdijk. Schrijvers die nog maar namen lijken’. In: Ons Erfdeel (2016), afl. 1, p. 22-30.

Simon Vestdijk, Brieven uit de oorlogsjaren aan Theun de Vries.’s-Gravenhage, 1968.

S. Vestdijk, Kind tusschen vier vrouwen. De kroniek van een jongensleven. Oerboek. Tekstbezorging en commentaar H.T.M. van Vliet. Samenstelling en redactie Sjoerd van Faassen en Yves T’Sjoen. Amsterdam/Antwerpen, 2010.

Hans Visser, Simon Vestdijk: een schrijversleven. Utrecht, 1987.

Wilbert van Walstijn (red.), S. Vestdijk: ‘de duizendvoudige tong’. Keuze uit 40 jaar Vestdijkkronieken. Baarn, 2013.