De nalatenschap van Rudy Bedacht: een bijzonder archief van een veelzijdige schrijver

Hij schreef poëzie, aforismen, Anansi-verhalen, muziekstukken en gitaarboeken, de vorig jaar overleden Surinaamse schrijver Rudy Bedacht. Zijn aan het Literatuurmuseum geschonken archief weerspiegelt zijn veelzijdigheid  als schrijver én als mens. 

 

Op 2 oktober 2019 overleed Rudy Bedacht, pseudoniem Corly Verlooghen; zijn zoon liet ons kort daarop weten dat het zijn wens was dat zijn literaire archief aan het Literatuurmuseum zou worden geschonken.

 

Al bij het openen van de eerste dozen blijkt dat dit een bijzonder archief is van een markante man. De dichter werd in 1932 in Paramaribo geboren en vestigde zich onder andere op Bonaire, in Panama, Zweden en Amsterdam. Ook zijn carrière was allesbehalve monotoon. Zo schreef hij gedichten en verhalen, componeerde hij muziek, zoals het ‘Volkslied van Verenigd Europa’ in 1998, en maakte hij diverse gitaarleerboeken. Hij voelde een sterke verantwoordelijkheid tot het onderwijzen van kinderen en jongeren. In Zweden en Panama gaf hij colleges, en in Paramaribo zette hij een ‘Muziekpedagogisch Centrum’ op. Ook stelde hij het omvangrijke Het leven is een rekensom samen, met gedichten, muziek en artikelen van eigen hand. 

 

Zijn veelzijdigheid is zichtbaar in zijn minutieuze archief. Van alle documenten zijn waar mogelijk meerdere exemplaren bewaard (‘om uit te delen’), alles is verzameld in mappen waar uitvoerig op beschreven staat wat erin te vinden is. ‘Originele manuscripten van de beste boeken van Rudy Bedacht’, de begeleidende briefjes prachtig versierd met gekleurde letters, onderstrepingen en lijntjes. Een uitgebreide documentatie, die ook een angst tot vergetelheid lijkt te verraden. Want ondanks de veelzijdigheid is het werk van Rudy Bedacht nooit heel bekend geworden. 

 

Uit het archief van Rudy Bedacht: ‘Fotokopieën om weg te geven’

In een van de dozen kom ik een typoscript van een aantal verhalen tegen over de mythische spin Anansi, een slim beest dat de andere dieren steeds te snel af is. Hij verzint allerlei listen en iedereen trapt erin. Mikpunt van zijn spot is zijn aartsrivaal Tigri, de tijger die over het Dierenrijk heerst.

De verhalen over de spin Anansi komen veel voor in de Afro-Surinaamse cultuur, waar ze Anansi-tori’s genoemd worden. Ze stammen uit de orale Afrikaanse verteltraditie. De Surinaamse variant van de Anansi-verhalen dienden als stil verzet tegen de witte kolonialist. De slimme en sluwe spin Anansi stond symbool voor de inheemse bevolking, de gemene Tigri voor de overheerser.

Albert Helman schreef in 1931 een indrukwekkende studie over de traditie van de Anansi-verhalen, Op zoek naar de spin. Hij ontdekte dat Anansi in de allervroegste verhalen een goddelijke status had. Na verloop van tijd daalde Anansi af naar de aarde (met behulp van een eigen ‘ladder’ van spinrag) en zorgde dat er eten op aarde kwam. Dit gegeven zet zich voort in veel latere Anansi-verhalen, waar de spin eveneens de gulle gever van eten aan het volk is.

Zo ook in het verhaal ‘Anansi krijgt een dubbelganger’ van Rudy Bedacht, waarin de rollen lijken te zijn omgedraaid. Anansi gaat op zakenreis en Tigri maakt van de gelegenheid gebruik om zijn vijand op een sluwe manier te benadelen. Tigri laat de buidelrat Awari zich vermommen als Anansi en samen voeren ze een toneelstukje op voor het Dierenrijk, waarin het lijkt alsof Tigri en Anansi vrede hebben gesloten. Het is Tigri’s bedoeling dat wanneer Anansi zich bij terugkomst weer tegen hem keert, de bevolking ervan overtuigd zal zijn dat niet hij maar Anansi de onrustzaaier is en net zo graag van de spin af zal willen als Tigri zelf. Maar als Anansi terugkomt is hij de tijger weer te slim af. Hij organiseert een feestmaal voor de hele bevolking, en zegt in zijn rede dat hij Tigri ook heeft uitgenodigd:

– Vrienden! Wanneer men sukses heeft in het zakendoen, moet men ook aan anderen denken. Vandaar dat ik jullie heb uitgenodigd om samen met mij en mijn gezin van het lekkerste te genieten wat ons land voortbrengt. Wat ik echter ten zeerste betreur, is dat mijn grote vriend Tigri geen gehoor heeft willen geven aan mijn eerlijke uitnodiging. En we waren nog zulke goede vrienden geworden. –

Iedereen keek nu rond. Geen Tigri te zien. Er steeg geroezemoes op.

– Nu weten we wie het goed meent en wie niet. Ik wens jullie allemaal smakelijk eten! – zei Anansi met het aardigste gezicht van de wereld.

Weer geroezemoes in de zaal. Toen klonk plotseling de basstem van Kaaiman:

– Tigri is een gemenerik! Tigri moet de dierentuin in! –

– Ja, dat moet-ie! – schreeuwden allen in koor.

Wanneer hij de grappige en sfeervolle Anansitori’s heeft geschreven is niet te zien, maar vermoedelijk was het in de begintijd van zijn schrijverschap. Niet alleen het gebruik van zijn pseudoniem Corly Verlooghen dat hij alleen in zijn beginjaren gebruikte doet dit vermoeden. In deze periode profileerde Bedacht zich als dichter van Surinaams-nationalistische poëzie, waar de Anansi-verhalen bij aansluiten. Met die poëzie verwierf hij grote bekendheid en populariteit in de Caraïbische letteren. Later wijzigde hij zijn koers, zoals te zien is in de bundel Juich maar niet te vroeg uit 1979. Zijn toon is hierin eerder filosofisch en bedachtzaam dan nationalistisch en opruiend, zoals in ‘Gevangene’.

 

GEVANGENE

 

Op de vleugels van mijn dromen
Ben ik ontsnapt
Dit is een leugenachtig beeld
want dromen hebben geen vleugels

Ik ben de gevangene
van een ontaarde werkelijkheid
pijnlijker dan de hel
waarmee gedreigd werd
in mijn jeugd

 

Sindsdien hebben de schaduwen
van opdringerige filosofieën
zich over mij heen gestort
en moest ik mij verweren
tegen de worggrepen
van slinkse economische wetten

Zo werden de vleugels
van mijn dromen uitgevonden
afleidingsmanoeuvre
laatste toevlucht
vergeefse poging tot ontsnapping:
Wanhopige leugen
die mij nooit heeft bevrijd.

Deze ommezwaai in zijn schrijven heeft er wellicht toe geleid dat Bedacht later meer in de luwte zou opereren. Volgens sommige critici had hij veel meer bekendheid kunnen verwerven als hij zijn schrijverschap tactischer had uitgestippeld.

Als je Bedachts archief overziet is het maar de vraag of hij zichzelf wel ten doel stelde om zo bekend te worden met zijn schrijven. Hij lijkt bij nader inzien helemaal niet bang om vergeten te worden na zijn dood. Eerder bang om niet begrepen te worden. De briefjes die hij bij zijn archief stopte verraden een wil tot overlevering. Een poging om na zijn dood degenen die zijn archief in handen krijgen een handleiding mee te geven. Om te tonen wat het leven volgens hem glans gaf.

Voor Rudy Bedacht was alles wat hij deed zijn toewijding waard. Bij zijn colleges verzamelde hij foto’s van zijn leerlingen en handtekeningenlijsten van zijn Panamese studenten, kopieerde en versierde ze. In Het leven is een rekensom staan talloze foto’s van personen die hij had ontmoet en die op enige wijze relevant waren in zijn leven. De foto’s zijn gevat in kleurrijke, zelfontworpen lijsten. Ook zijn bewaard gebleven aforismen bleef hij in Word bewerken, met soms tientallen versies met slechts een enkele kleurtint of decoratielijntje in de hoeken als verschil, tot uiteindelijk de perfecte variant daar was. Zelfs de etiketten op de mappen van zijn archief versierde hij tot in detail.

Alles met een ongekende overtuiging, zonder onderscheid in wat hem mogelijk op de kaart zou zetten als schrijver en wat niet. Wát een schoonheid laat dat zien, en wát een indruk laat dat achter, van de schrijver en van de mens Rudy Bedacht.