Piet
Gerbrandy

2020

J. Greshoff-prijs
Piet Gerbrandy (1958) heeft de tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs 2020 gekregen voor zijn essaybundel Grondwater.

Gerbrandy laat ‘zien wat poëzie lezen kan zijn en zou moeten zijn’, schreef de jury; hij is steeds ‘op zoek naar de verbanden tussen gedicht en maker, of, met andere woorden, naar existentiële aspecten van poëzie’. Voor hem is het gedicht ‘een oproep “om mee te bewegen, de rituele handeling van verklanking te voltrekken, de stem, adem en hartslag van het gedicht over te nemen”, waardoor het gedicht in de allereerste plaats als een ervaring moet worden gezien, een ervaring van een mechaniek waarin “de materialiteit van klank en ritme de worsteling aangaat met de spiritualiteit van de betekenis”.’

 

De essays in Grondwater (2018) beslaan uiteenlopende onderwerpen: van middeleeuwse lyriek tot brieven van Bilderdijk, en van antieke dichters tot hedendaagse Friese poëzie. Steeds zoekt Gerbrandy naar de ziel van de dichter en toont hij dat vragen over het bestaan van alle tijden zijn. In zijn oeuvre staan essays en poëzie niet los van elkaar; de gelijktijdig verschenen dichtbundel Vloedlijnen (2018) weerspiegelt de opvattingen uit de essaybundel.

 

In al zijn werk onderzoekt Gerbrandy in de ongrijpbare connectie tussen tekst, maker en wereld naar de existentiële aspecten van de literatuur, schrijft Bertram Mourits in het begeleidend essay bij de prijs. Lezen is voor Gerbrandy ‘een manier om in contact te treden met die existentie: iedere schrijver is “een mens die geboren wordt, honger heeft, verliefd wordt, naar zin en betekenis zoekt en uiteindelijk zijn sterfelijkheid moet aanvaarden.”’

‘In al zijn werk onderzoekt Gerbrandy in de ongrijpbare connectie tussen tekst, maker en wereld naar de existentiële aspecten van de literatuur’

Piet Gerbrandy met de oorkonde van de J. Greshoff-prijs in zijn werkkamer. Foto: Literatuurmuseum

Classicus Piet Gerbrandy is poëziecriticus voor de Volkskrant en essayist voor De Groene Amsterdammer. Nors en zonder haten (1997), de dichtbundel waarmee hij debuteerde, werd bekroond met de Van der Hoogtprijs. In 2005 ontving hij de Frans Kellendonk-prijs voor zijn gehele oeuvre, dat ook boeken over literatuur en retorica uit de klassieke oudheid, een bloemlezing en vertalingen uit het Latijn omvat. Na 2005 schreef Gerbrandy libretto’s en publiceerde hij zijn proefschrift over de poëzie van H.H. ter Balkt en Jacques Hamelink. Eerdere essaybundels over poëzie waren Een steeneik op de rotsen (2003), Omroepers van oproer, breekijzers in taal (2006) en De jacht op het sublieme (2014). 

 

Zijn literaire carrière begon hij ooit als lezer, vertelde Gerbrandy tijdens de uitreiking van de J. Greshoff-prijs. ‘Ik kan me herinneren dat ik vanaf het moment dat ik kon lezen, daar ook fanatiek aan begon. En dat dat betekende dat er vele werelden voor me opengingen, en dat ik dacht: dit wil ik ook kunnen, ik wil dingen op papier zetten en nieuwe werelden scheppen.’

 

Met de J. Greshoff-prijs neemt hij zijn zevende literaire prijs in ontvangst. ‘Ik had ze niet geteld,’ zei hij tijdens de online uitreiking. ‘Ik ben er wel aan gewend dat mensen zo nu en dan iets aardigs over mijn werk zeggen, maar zo’n prijs krijgen is natuurlijk toch altijd weer een speciale gebeurtenis.’


Jury

De jury onder voorzitterschap van Aad Meinderts bestond uit Erica van Boven, Jeroen Dera, Arjen Fortuin, Sanne Parlevliet, Jan de Roder, Jeannette Smit en Carl De Strycker en Sarah Vankersschaever. Aan de prijs is een bedrag van 6.000 euro verbonden. 

 

Uitreiking

De prijsuitreiking vond plaats op donderdagavond 1 april 2021, vanwege de lockdown-maatregelen tijdens een online programma op literatuurmuseum.nl. Philip Huff sprak op iconische Haagse locaties via Zoom met de winnaars van de Haagse literatuurprijzen; Hassnae Bouazza en Splinter Chabot gingen in het Literatuurmuseum in gesprek over de boeken van de bekroonde auteurs en Ester Naomi Perquin bracht een ode aan Guus Kuijer, de winnaar van de Constantijn Huygens-prijs

 

Credits portretfoto: Bob Bronshoff