Jan G.
Elburg

1948

Jan Campert-prijs
Jan G. Elburg (1919-1992) kreeg de Jan Campert-prijs 1948 voor de dichtbundel Klein t(er)reurspel.

Het episch gedicht Klein t(er)reurspel werd geschreven in de Hongerwinter en was opgedragen aan twee van Elburgs kameraden van de knokploeg.  

 

Mr. F. Bordewijk sprak namens de jury: ‘Het verheugt mij, dat wij werk hebben kunnen bekronen niet alleen van een talentvol dichter, maar bovendien van een man, die zijn vrijheid en leven durfde wagen en zich een voortreffelijk Nederlander toonde.’ Elburg werd in de eerste plaats geëerd om zijn werk, maar in de tweede plaats om de persoon die hij zich in de bezetting getoond had door zijn leven in de waagschaal te stellen. 

 

1948 was het eerste jaar dat de Jan Campert-prijs werd toegekend, en een belangrijke voorwaarde was dat de dichter of essayist ‘zich door zijn houding in het verzet heeft onderscheiden’. De van oorsprong Zeeuwse Jan Elburg, opgegroeid in Amsterdam-Noord, was een jonge laborant toen de oorlog uitbrak. Op 10 mei 1940 vocht hij in de buurt van Zutphen tegen de SS. Hij zat een maand lang krijgsgevangen. Toen hij terugkeerde naar Amsterdam ging hij bij het gewapend verzet, hij kon als laborant onder andere springstof leveren. 

‘Het verheugt mij, dat wij werk hebben kunnen bekronen niet alleen van een talentvol dichter, maar bovendien van een man, die zijn vrijheid en leven durfde wagen en zich een voortreffelijk Nederlander toonde.’ 

1948 was het eerste jaar dat de Jan Campert-prijs werd toegekend, en een belangrijke voorwaarde was dat de dichter of essayist ‘zich door zijn houding in het verzet heeft onderscheiden’. De van oorsprong Zeeuwse Jan Elburg, opgegroeid in Amsterdam-Noord, was een jonge laborant toen de oorlog uitbrak. Op 10 mei 1940 vocht hij in de buurt van Zutphen tegen de SS. Hij zat een maand lang krijgsgevangen. Toen hij terugkeerde naar Amsterdam ging hij bij het gewapend verzet, hij kon als laborant onder andere springstof leveren. 

 

In de oorlogsjaren schreef Jan G. Elburg zijn eerste poëzie, de nog traditionele bundel Serenade voor Lena (1943, clandestien gepubliceerd) en gedichten in de jaren 1942 tot 1944, die in 1948 werden uitgebracht in de bundel Door de nacht bij De Bezige Bij. ‘De koelheid, de starre geslotenheid van deze verzen’ was volgens essayist Ad den Besten ‘psychologisch uit de situatie van onderdrukking en verzet te verklaren’ (Stroomgebied, 1954).

 

Elburg was met Kouwenaar en Lucebert een van de eersten die zich aansloten bij de Nederlandse Experimentele Groep en de Cobrabeweging. Hij was redacteur van diverse vernieuwende tijdschriften, waaronder – sinds 1946 – Het Woord van De Bezige Bij.  

Jury 

De jury bestond uit F. Bordewijk, Martinus Nijhoff en J. Hulsker.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 500 gulden verbonden. De prijs werd op 11 januari 1949 uitgereikt aan beide winnaars van de door de J. Campertstichting uitgeschreven prijsvragen. Jo Boer kreeg de Vijverberg-prijs (1500 gulden) voor de beste roman, geheel of ten dele spelend in Den Haag. Burgemeester Visser sprak de winnaars hartelijk toe. Verleden tijd, de poëzie-inzending van Ad den Besten, kreeg een eervolle vermelding.