A.
Roland Holst

1955

P.C. Hooft-prijs
Op 16 mei 1956 is de P.C. Hooft-prijs 1955, bestemd voor het gedicht ‘Late telgen’, uitgereikt aan A. Roland Holst.

De P.C. Hooft-prijs 1955 voor A. Roland Holst is toegekend op voordracht van een jury bestaande uit J.C. Bloem, G.P.M. Knuvelder, Paul Rodenko, S.F. Witstein, Garmt Stuiveling (voorzitter) en H.J. Michaël (ambtelijk secretaris). Aan de prijs is een bedrag verbonden van fl. 3.000.

 

Adriaan Roland Holst (Amsterdam, 23 mei 1888 – Bergen, 6 augustus 1976) was de oudste in een gezin met drie zoons. Zijn vader was verzekeringsmakelaar. Na de HBS in Hilversum studeerde hij in Lausanne en Oxford. Hij voltooide zijn studie niet, maar deed in het buitenland wel veel stof op voor zijn poëzie. Ook liet hij zich inspireren door zijn tante Henriëtte Roland Holst-van der Schalk en zijn oom R.N. Roland Holst, die kunstenaar was en schrijver. Hij raakte ook bevriend met Gorter. In 1911 debuteerde hij met Verzen. Hij sloot vriendschap met zijn generatiegenoten Bloem, Van Eyk en Greshoff. In 1918 vestigde hij zich in Bergen, in het huis aan de Nesdijk waar hij meer dan veertig jaar zou wonen. In de jaren twintig en dertig reisde hij veel. Roland Holst had veel liefdesverhoudingen, onder anderen met Charley Toorop en met de actrice Asta Lee, maar bleef ongetrouwd. Na de oorlog werd zijn prestige zo groot dat hij ‘de prins der dichters’ werd genoemd.

 

Naast literaire prijzen, zoals de P.C. Hooft-prijs, de D.A. Thieme-prijs, de Verzetsprijs voor Letterkunde, de Constantijn Huygens-prijs en de Prijs der Nederlandse Letteren, vielen hem officiële onderscheidingen ten deel. Ook kreeg hij opdracht een tekst te schrijven voor het Nationale Monument op de Dam in Amsterdam. Het monument werd op 4 mei 1956 onthuld. Het huis van Roland Holst in Bergen wordt sinds 2001 gebruikt als tijdelijke woning voor schrijvers en vertalers.

Uitreiking P.C. Hooft-prijs aan Roland Holst door dr. J. H. Wesselings, 16 mei 1956. Credits foto: J.D. Noske / Anefo / Nationaal Archief, CC0.

Uitreiking

De prijs is uitgereikt op een feestelijke bijeenkomst op 16 mei 1956, vijf dagen voor de sterfdag van de naamgever van de prijs, de dichter P.C. Hooft (1581-1647), onze grootste renaissancedichter.