Gerrit
Kouwenaar

1970

P.C. Hooft-prijs
In 1971 is de P.C. Hooft-prijs 1970, dit jaar bestemd voor po√ęzie, uitgereikt aan Gerrit Kouwenaar.

De P.C. Hooft-prijs 1970 voor het oeuvre van Gerrit Kouwenaar is toegekend op voordracht van een jury bestaande uit Andreas Burnier, H.U. Jessurun d’Oliveira, Maurits Mok, Wam de Moor, Cees Nooteboom, Huub Oosterhuis (voorzitter), Dolf Verspoor en H.J. Michaël (ambtelijk secretaris). Aan de prijs is een bedrag verbonden van fl. 8.000.

 

Gerrit Kouwenaar (Amsterdam, 9 augustus 1923 – aldaar, 4 september 2014) was de zoon van Jeltje Bloksma en David Kouwenaar. Zijn vader was een bekend journalist. Kouwenaar zat op het Amsterdams Lyceum en na verhuizing van het gezin naar Bergen op de HBS in Alkmaar. Hij deed geen eindexamen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verhuisde Kouwenaar met het gezin naar Baarn. Met zijn broer David, die kunstschilder werd, vertrok hij vervolgens weer naar zijn geboorteplaats, waar hij is blijven wonen, al brengt hij al jaren de zomers door in Zuid-Frankrijk. Tijdens de oorlog werd hij gearresteerd vanwege zijn medewerking aan illegale tijdschriften. Na een half jaar werd hij vrijgelaten en dook hij onder.
 

Van 1945 tot 1950 werkte hij op de kunstredactie van De Waarheid. In de jaren vijftig was hij medewerker van Vrij Nederland en redacteur van Podium. Later besprak hij beeldende kunst voor Het vrije volk en was hij redacteur van De Gids. In 1941 gaf hij in eigen beheer de dichtbundel Vroege voorjaarsdag uit. In 1946 debuteerde hij als prozaïst met de verhalenbundel Uren en cigaretten. In 1948 trad hij samen met Jan Elburg en Lucebert toe tot de Experimentele Groep Holland, die later opging in de Cobrabeweging.
 

Kouwenaar wordt sinds de jaren vijftig tot de belangrijke dichters uit het Nederlandse taalgebied gerekend. Hij kreeg voor zijn poëzie verschillende onderscheidingen. Hij ontving drie keer de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam, de Jan Campert-prijs, de Henriëtte Roland Holstprijs, de Prijs der Nederlandse Letteren, de VSB-Poëzieprijs, de Karel van de Woestijne-prijs en de vijfjaarlijkse prijs voor poëzie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Kouwenaar vertaalde toneelstukken van onder anderen Brecht, Goethe, Schiller, Weiss, Sartre en Dürrenmatt. In 1967 kreeg hij voor zijn vertaalwerk de Martinus Nijhoffprijs.

Gerrit Kouwenaar ontvangt de P.C. Hooft-prijs van minister Engels (CRM) in het Muiderslot, 27 oktober 1971. Credits foto: Bert Verhoeff / Nationaal Archief.

Uitreiking

De prijs is in 1971 uitgereikt op een feestelijke bijeenkomst.

 

 

 

Credits portretfoto: Jac. de Nijs / Anefo / Nationaal Archief