Alleen waar ik zin in heb

Eli Asser nam zich vaak voor vrolijk te zijn, te doen wat hij leuk vond, wilde de mensen plezier doen met zijn werk. Dat ging niet vanzelf, onder de vrolijkheid ging een zwaar gemoed schuil, getekend door de oorlog. Hij overleed op 25 januari, op 96-jarige leeftijd.

 

Hoe komt een schrijver aan zijn ideeën? Het is een van de ongrijpbaarste vragen die je een kunstenaar kan stellen: Hoe kómt u daar nu zo bij? In het geval van Eli Asser is die vraag te beantwoorden.

 

Tenminste, voor een deel.

 

Asser werd, in de dagen na zijn overlijden, veelal geprezen om zijn veelzijdigheid en zijn lichtheid, vooral omdat die laatste onontkoombaar geworteld was in het verdriet dat de oorlog had veroorzaakt. Zijn ouders, broer en zuster werden in Duitsland vermoord, en zelf werkte hij in een Joodse psychiatrische inrichting; met naar eigen zeggen een levenslang schuldgevoel van de overlevende als resultaat. Een schuldgevoel dat hij te lijf ging met de wens ‘de mensen een beetje plezier te geven.’

 

Dat probeerde hij dus te doen met liedjes, toneelstukken, tv-series, die vol staan met regels en wendingen die tot het Nederlandse collectieve geheugen zijn gaan behoren: ‘We benne op de wereld om mekaar te hellepen, niewaar?’ of: ‘Het zal je kind maar wezen.’

 

Eli Asser. Collectie: Literatuurmuseum

 

In het omvangrijke archief van Eli Asser dat zich in het Literatuurmuseum bevindt, valt te zien hoe moeilijk het Asser viel om lichtheid in zijn leven te brengen. Tussen de scenario’s en teksten bevinden zich ook brieven en dagboeken, waaruit blijkt hoe moeizaam de verhouding met zijn kinderen was. Een geheim is dat niet, Hella de Jonge maakte in 2014 een documentaire, Verlies niet de moed en schreef ook over haar vader in boeken als Los van de wereld en Hartschade.

 

Direct verwoorden lukte hem niet, zo blijkt uit een mailtje (half brief, half gedicht) dat hij aan dochter Hella stuurde, over een idyllisch moeder-dochterbeeld, en waarom hij dat niet helemaal kan begrijpen:

E-mail van Eli Asser aan zijn dochter Hella de Jong, 25 oktober 2002. Collectie: Literatuurmuseum

 

Je krijgt de indruk dat hij het liefst op papier discussieerde, en ook mét het papier, wanneer hij op zoek was naar inspiratie. Dat leverde prachtige aantekeningen op. Zoals toen hij op een zaterdag in mei 1986 ging zitten, terwijl hij eigenlijk niet wist wat te schrijven, en zichzelf bijna in dichtvorm begon toe te spreken: ‘een week lang / geen letter op papier / waarom / weet ik eigenlijk niet’.

 

Vervolgens gaat hij op zoek naar de oorzaken, wat een erg grappige passage oplevert over de manier waarop schoonzoon Freek de Jonge zich met zijn legpuzzel heeft bemoeid: ‘misschien ook wel / door die verrekte / LEGPUZZLE / Waarvan Freek / nu / mijn hele systeem / in de soep heeft gedraaid’. Wat had Freek gedaan? De stukjes op vorm gesorteerd, in plaats van op kleur (‘mannetjes met twee armpjes / mannetjes zonder armpjes / en zo verder’).

Werk van Eli Asser, 3 mei 1986. Collectie: Literatuurmuseum

 

Freek gooide de boel wel vaker door de war; ‘Jij bent één grote wond’, zei Freek. ‘En je zult nog een tijdje open moeten blijven, want er moet nog een heleboel vuil uit.’ Ook dat noteerde Asser, vlak na: ‘Onthouden: al de goeie raadgevingen, een roman op zichzelf’.

 

Zo gaat dat bladzijden lang verder: de worsteling is echt, de zorg om de wereld ook, de formulering is net een beetje gestileerd, en de lay-out ook, alsof hij de mogelijkheid niet wilde uitsluiten dat hij deze teksten ooit nog voor iets zou kunnen gebruiken.

 

Werk van Eli Asser, 1 augustus. Collectie: Literatuurmuseum

 

Lichtheid bleek in het leven maar heel erg moeilijk aan te brengen, maar het lukte hem wel in zijn werk voor tv en toneel. En hoe hij aan zijn materiaal kwam? Er is een pak papier, ‘Notities uit Horoskopen’, dat Asser als volgt heeft toegelicht, op een toon alsof hij voorzag dat jaren later iemand in zijn archief zou zitten snuffelen, en een beetje behulpzaam wilde zijn: ‘Ik heb een heel pak uitgeknipt uit De Telegraaf en een paar tijdschriften. Wil een poging doen ze nader te analyseren, want volgens mij bevatten ze stuk voor stuk de gegevens voor een eindeloze hoeveelheid plots.’

 

Niet alleen leverde de verzameling Telegraaf-horoscopen inderdaad een grote hoeveelheid mogelijke verhaalwendingen op, ook laat de enorme opsomming zich lezen als één groot ‘readymade’-gedicht in de stijl van het tijdschrift Barbarber:

 

een plotseling reisje is voorbarig, doe het niet

gebruik uw tijd voor uw tuin of andere hobbies.

bijt niet in een aas, dat u wordt voorgehouden

u zult veel moeten reizen

anderen tevreden houden is een edel streven, maar het zal u waarschijnlijk niet lukken

 

En soms laat de lijst zich ook lezen als een reeks adviezen ‘hoe te leven’, een inspiratie voor meditatie:

 

blokkeer het pad voor iemand die haast heeft

speculeren is riskant

graaf onder de oppervlakte en ontdek de wekelijkheid achter de schijn

 

Bij de laatste paar (en we hebben er honderden gehad) krijg je als lezer de neiging om deze fragmenten te lezen als méér dan inspiratiemateriaal, maar als een gevonden persoonlijke getuigenis. De laatste woorden uit deze horoscoop zijn uitgesproken treurig: zoek vanavond wat eenzaamheid.