Om anderen te leren schrijven, gebruikte Renate Dorrestein de bierviltjestechniek

In het archief van het Literatuurmuseum staan dozen vol met bierviltjes. Ze zijn niet van een alcoholminnende schrijver of een auteur die ideeën voor nieuw werk het liefst op compact karton neerpende – nee, ze vormen een essentieel onderdeel van het schrijfonderwijs van Renate Dorrestein.

Elke maand de nieuwste verhalen lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Renate Dorrestein (1954-2018) verzorgde geregeld cursussen waarin ze aandacht besteedde aan een flitsend verhaalbegin, een knappe synopsis en een solide plot. Ook was ze als writer in residence tijdelijk verbonden aan de University of Michigan, de Universiteit van Leiden en de Sorbonne in Parijs.  


Dat de Vrije Universiteit in Amsterdam haar in 2009 uitnodigde als Schrijver op Locatie, paste dan ook goed in haar straatje. In die rol, die eerder Marcel Möring, Abdelkader Benali en Christine Otten ten deel was gevallen, zou Dorrestein van 1 februari 2010 tot 1 februari 2011 als schrijver en observator haar eigen programma samenstellen.  

 

Renate Dorrestein in theater De Balie, Amsterdam, 1989. Fotograf: Gerrit Serné. Collectie: Literatuurmuseum

 

Met het thema ‘de imperfectie van de schepping’ in haar achterhoofd, bewoog zij zich een jaar lang over de campus. Daar liet ze haar gezicht zien bij verschillende faculteiten en schreef ze als kerstgeschenk voor de universiteit de novelle Pas goed op jezelf, over hoe jonge vrouwen gevallen van aanranding wegwuiven, terwijl vertrouwenspersonen niet op de hoogte zijn. Ook startte ze het klaagmurenproject, waarbij vier locaties op de VU werden ingericht om studenten een jaar lang hun anonieme hartenkreten te laten neerpennen. Zo werden zij aangespoord hun twijfels over de gekozen studierichting, onzekerheden over hun prestaties en eenzaamheid via het schrijven een plek te geven. 

 

Voor Dorrestein begon het schrijven, blijkens dit initiatief, bij voorkeur met een persoonlijke ingeving. Dat is ook terug te zien in een ander project dat ze tijdens haar aanstelling bij de VU optuigde, waarin Dorrestein anderen vroeg hun levensverhaal middels korte antwoorden op een aantal vragen op een bierviltje te schrijven. Aan de basis van dat project lag haar overpeinzing of mensen elkaar nog wel genoeg vragen stellen. De opkomst van allerhande digitale communicatiemiddelen, zoals Hyves, Twitter en sms, zorgde in haar ogen weliswaar voor meer uitwisseling van woorden, maar niet per se voor een toename in oprechte interesse. 

 

Wie de bierviltjes door de handen laat gaan, ziet opvallend veel overeenkomsten

 

‘Om goed te schrij­ven: niet laf zijn.’ Wat leerde Renate Dorrestein haar cursisten?

Tijd om daar verandering in te brengen, aldus Dorrestein. Ze moedigde anderen aan na te denken over hun meest bepalende jeugdherinnering, omslagpunten in het leven, belangrijke besluiten en zaken die men zou willen overdoen. De antwoorden mochten kort en krachtig geformuleerd zijn of juist de vorm krijgen van een hele zin. 

Dorrestein organiseerde speciale sessies om de bierviltjes beschreven te krijgen. De deelnemers werden opgesplitst in duo’s, die elkaar moesten bevragen over hun leven en de antwoorden in steekwoorden moesten vangen. Vervolgens liet Dorrestein de aanwezigen nadenken over hun antwoorden en de betekenis van een dergelijke schrijfoefening: kunnen we de gebeurtenissen in ons leven achteraf nog beïnvloeden, bijvoorbeeld door er anders op terug te kijken? De wens was om er uiteindelijk een kunstwerk van te maken, maar dat idee werd helaas wegbezuinigd. 

In het archief van het Literatuurmuseum bevinden zich honderden van de beschreven viltjes die Dorrestein na afloop van de sessies verzamelde, en die men haar ook later nog kon toesturen. De korte notities geven soms bijzonder veel weg van het karakter en de achtergrond van de schrijver. Vaak is het gissen naar de vraag die ten grondslag moet hebben gelegen aan het antwoord. ‘Heel ver buiten de bebouwde kom’ was mogelijk het antwoord op de vraag waar men het liefst zou willen wonen, ‘Te gaan scheiden van de vader van mijn dochter’ slaat mogelijk op de meest bepalende levensgebeurtenis of wellicht zelfs een belangrijk voornemen. Soms moeten we het doen met korte antwoorden als ‘tuin’, ‘pop’ en ‘niets’. 

 

Wanneer je iemand wilt aanzetten tot schrijven, voelt die luttele oppervlakte wellicht wat beperkend

 

 

Wie de bierviltjes door de handen laat gaan, ziet opvallend veel overeenkomsten. We lezen veel spijtbetuigingen van schrijvers die te vroeg trouwden en niet hebben doorgeleerd. Ook verhuizingen worden herhaaldelijk genoemd als markeringspunt. Wie optimistisch van aard is, hoopt dat de vele nu’s op de viltjes verwijzen naar het moment waarop men het gelukkigst was. 

 

De logo’s op de viltjes geven weg dat Dorrestein deze oefening niet alleen aan de VU heeft toegepast: bij een belangrijk deel prijkt het logo van de stad Almere op de voorkant. Tijdens een bezoek aan de openbare bibliotheek vertelt Dorrestein ook daar het bierviltjesproject te willen uitvoeren, als onderdeel van haar tijdelijke ambt als gastschrijver van de stad, met de roman Weerwater (2015) als eindresultaat.

 

In dat bezoek staat ze ook stil bij een onderwerp dat haar met de stad bindt. Haar zusje pleegde op twintigjarige leeftijd zelfmoord. Tijdens haar vooronderzoek ontdekte Dorrestein dat Flevoland destijds het hoogste suïcidepercentage van Nederland had. Wie met dat gegeven in het achterhoofd naar de Almeerse viltjes kijkt, ziet plotseling opvallend veel droevige antwoorden staan (‘Scheiding’, ‘7 jaar overlijden vrouw’, ‘Uit eenzaamheid lang geleden’, ‘Dat je niet iedereen kan vertrouwen’), met feiten die iemand zomaar over het randje zouden kunnen duwen. 

 

Uit de hoeveelheid viltjes die in het archief van het Literatuurmuseum te vinden zijn, blijkt echter dat er wel degelijk animo was voor haar werkwijze

 

Dorresteins keuze voor de bierviltjestechniek is interessant: wanneer je iemand wilt aanzetten tot schrijven, voelt die luttele oppervlakte wellicht wat beperkend. Waarschijnlijk ging het haar dan ook niet om het maken van inktmeters, maar probeerde ze anderen te laten nadenken over hun eigen en andermans levensverhaal als bron van inspiratie. Niet toevallig melden cursisten zich vaak met diezelfde motivatie in mijn schrijflessen: ze willen, zeker wanneer ze al op leeftijd zijn, beginnen met het optekenen van hun belangrijkste levensgebeurtenissen, en zoeken naar houvast hoe met dat grote project aan de slag te gaan. 

 

Hedendaagse hekelaars van de prominente rol die autobiografische feiten vandaag de dag in fictie spelen, zullen niet heel blij zijn geweest met Dorresteins bierviltjesaanpak. Uit de hoeveelheid viltjes die in het archief van het Literatuurmuseum te vinden zijn, blijkt echter dat er wel degelijk animo was voor haar werkwijze. Op sommige viltjes zie je zelfs aanzetten voor bijzondere verhalen: die verzint het brein op basis van die paar levenspunten als vanzelf bij elkaar.