Op Twitter werden we door een letterkundige omgedoopt tot 'Lettercuntig Museum'

Oud-directeur van het Literatuurmuseum Aad Meinderts blikt terug op de spraakmakende tentoonstelling ‘Selfmade’ waarin tweehonderd selfies te zien waren van een veelal schaars geklede of naakte Heleen van Royen. Niet slechts journalisten grepen naar de pen, ook columnisten, cartoonisten en zelfs cabaretiers lieten van zich horen. ‘Strategisch een meesterzet’, verklaarde Maarten van Rossem. ‘Normaal komt daar geen hond, nu komt er nog eens iemand.’

Er zijn heel wat spraakmakende tentoonstellingen georganiseerd in het Literatuurmuseum waarbij ik in mijn tijd bij het museum, als hoofd van de afdeling Presentaties of later als directeur, betrokken was. De expositie die het meeste stof deed opwaaien was Selfmade uit 2014, waarin tweehonderd selfies te zien waren van een veelal schaars geklede of naakte Heleen van Royen. Niet slechts journalisten grepen naar de pen, ook columnisten, cartoonisten en zelfs cabaretiers lieten van zich horen. Vanzelfsprekend roerden ook de sociale media zich.

 

Het plan voor Selfmade ontstond op de dansvloer van het Boekenbal in 2013. Van Royen zei na afloop dat ze me snel zou bellen voor een afspraak. In november van dat jaar kwam ze langs op het museum en toonde de foto’s: een parade van billen en borsten. Ze vond het wel een geestig idee dat ze in het Literatuurmuseum (toen nog Letterkundig Museum) terecht zou komen. ‘Niet door de voordeur, maar door ’t w.c.-raampje!’

 

In november van dat jaar kwam ze langs op het museum en toonde de foto’s: een parade van billen en borsten.

 

Ik realiseerde mij direct dat het binnenhalen van Heleen van Royen de nodige kritiek zou oproepen, maar ik was ervan overtuigd dat het goed was dat het museum aandacht zou besteden aan dit ‘fenomeen’. Van Royen zag ik als een vrouwelijke pendant van Jan Cremer. Een zelfbewuste, marketinggevoelige en sterke vrouw. Een schrijver als merk – intrigerend. Het museum bracht haar als een representant van de succesvolle hedendaagse auteur en de toenemende bestsellercultuur: mede door het inzetten van haar persoonlijkheid wist Heleen van Royen haar lezerspubliek aan zich te binden.

 

Bovendien zijn haar selfies te zien als een groot zelfportret van de auteur van De gelukkige huisvrouw. De foto’s gingen vergezeld van een wand met een bloemlezing socialemediareacties op een bikinifoto. Over deze wand schreef De Groene Amsterdammer: ‘Het is een schreeuwerige muur om stil van te worden. Vrouwenhaat, dat is het enige woord om de onder-, boven- en middentonen van wat je leest mee te beschrijven. (“Ik heb al een boek” is de vrolijke uitzondering op de regel.) Verder krijgt ze vooral alle mogelijke smerigheid over zich heen (…)’.

 

Voor de tentoonstellingsruimte werd een soundscape gemaakt, waarin onder andere Van Royens stem te horen was: ‘Er is ooit iets verschrikkelijks misgegaan waardoor mijn bodem uit pijn bestaat.’ En: ‘Soms zie ik geen bomen, maar slechts mogelijkheden tot verhanging.’

 

 

 

We hebben enige tijd besteed aan het vinden van een goede titel voor de tentoonstelling. Van Royen suggereerde twee titels, Dit ben ik en Dit is mijn lichaam, maar uiteindelijk vielen we voor de vondst van haar uitgever, Oscar van Gelderen: Selfmade. Selfmade was een drieledig project: een tentoonstelling, een boek met een inleiding van Hans Aarsman en een openbare veiling. Tijdens de looptijd werden foto’s online geveild en in de Museumnacht van 6 september, toen de tentoonstelling ten einde liep, werden stukken uit de expositie in het museum door een veilingmeester van Christie’s aan de man gebracht. Een spektakel.

 

Het persbericht in april waarin Selfmade werd aangekondigd was al reden genoeg voor de NRC, de Volkskrant en Het Parool zich laatdunkend uit te laten. Van een uitgever kreeg ik een mail waarin hij meedeelde dat toen hij van Selfmade hoorde, veel mensen hem ervan moesten weerhouden een einde te maken aan het langdurig bruikleen van het betreffende archief. Daarnaast ook uitnodigingen voor interviews van RTL Boulevard, Koffietijd, Tijd voor MAX, Eva Jinek, WNL en DWDD.

 

 

 

Het Parool liet op 9 mei 2014 onder de kop ‘De nieuwe ijdelheid van Heleen van Royens selfies’ een ietwat ander geluid horen dan in dezelfde krant eerder: ‘Het Letterkundig Museum heeft zichzelf omgedoopt in een “thermometer van de tijdgeest” (lichte verhoging denken we) en komt daarom met de selfies van Heleen, selfmade, inderdaad, voorzien van het stempel “krachtig en kwetsbaar”. Want het ene vinden we bedreigend en het andere zielig, maar samen hebben we hier een gouden formule te pakken.’ NRC, dat naar aanleiding van de persaankondiging had laten weten bang te zijn dat het museum ooit zou komen met de ‘poepselfies’ van Midas Dekkers’, gaf de expositie drie ballen met de opmerking: ‘Subtiel zal het bij Van Royen nooit worden, maar de wrange brutaliteit van haar boeken is ook de kern van deze fototentoonstelling – wat dat betreft voldoet Selfmade precies aan het voornemen van het museum om de Nederlandse letterkunde in beeld te brengen.’ Dat het veel losmaakte bleek wel uit de meerdere columns die erover volgden in dezelfde krant – zelfs Fokke en Sukke lieten zich niet onbetuigd: ‘Fokke en Sukke bezochten het Letterkundig Museum. We gingen voor de pen van Reve… maar zágen de kut van Heleen.’

 

Het Literatuurmuseum werd beschuldigd van opportunisme: onze keuze voor de selfies van Heleen van Royen zou louter gemaakt zijn om de bezoekcijfers op te krikken. Ted van Lieshout reageerde op zijn site tedvanlieshout.nu geestig: ‘De vraag is waarom alle media aandacht besteden aan de tentoonstelling van Van Royen en niet aan die van zo iemand als Kouwenaar. (…) Kouwenaar zou niet in De Wereld Draait Door worden uitgenodigd om een foto te tonen waarop hij een dildo uit zijn anus haalt. Hoe ik dat weet? Het Letterkundig Museum heeft vaak tentoonstellingen en die mogen zich doorgaans niet verheugen op overmatig veel belangstelling van de media. Waar Meinderts mogelijk wel aan gedacht heeft, is dat Van Royen prima in staat is om het kabbelende water rondom haar op te kloppen tot stormachtige golven. Dat hij daar gebruik van maakt, heeft an sich niets te maken met de inhoud van de tentoonstelling.’

 

 

 

De uitzending van De Wereld Draait Door over Selfmade was voor velen ook aanleiding te reageren. Vooral de zogenaamde ‘tamponfoto’ werd als schokkend ervaren. Op Twitter werden we door een letterkundige omgedoopt tot: ‘Lettercuntig Museum.’ Een cabaretière deed de Koninklijke Schouwburg daveren door te zeggen dat de selfies van Heleen van Royen te zien zijn in het Sletterkundig Museum.

 

En zo ging het vrolijk verder. In de tv-quiz De slimste mens (juli 2014) werd gevraagd naar de naam van het museum waar de selfies van Heleen van Royen te zien waren. Geen van de kandidaten wist het antwoord en Philip Freriks vroeg aan Maarten van Rossem hoe hij over het museum en Van Royens selfies dacht. Van Rossem noemde het ‘strategisch een meesterzet’: ‘Normaal komt daar geen hond, nu komt er nog eens iemand.’

 

 

Op Twitter werden we door een letterkundige omgedoopt tot: ‘Lettercuntig Museum.’

 

 

Er waren ook andere geluiden. In een interview met Heleen van Royen door Hugo Camps voor de Vlaamse krant De Morgen (23 mei 2014), voerde de bewondering voor de schrijfster de boventoon: ‘Heleen van Royen ontziet haar eigen kwetsbaarheid niet. Soms stralend als een diva, soms een door verdriet verkruimeld vrouwtje hangt ze daar aan de muren. Wel altijd op stiletto’s. Altijd in een aura van erotiek en zin in seks.’

 

En Hans Beerekamp gaf er in zijn NRC-column ‘Van Gaal en Van Royen: nationale pispaaltjes’ (20 mei 2014) een duiding aan die ik graag onderschrijf: ‘Zo is [net als Van Gaal] ook nu al een week in alle oude en nieuwe media schrijfster Heleen van Royen het nationale pispaaltje. (…) Grappig genoeg divergeert dan de hoon: volgens de een is ze te oud en te lelijk, volgens de ander te jong en te mooi. De twijfel is begrijpelijk, want de 49-jarige, door erotiek, lichamelijkheid en verval geobsedeerde auteur, wil precies die tussenpositie aan de orde stellen door haar menstruatie met ons te delen zolang het nog kan. Schande, roepen de traditionele moraalridders en de vertegenwoordigers van de culturele elite unisono. Want Van Royen is niet goedgekeurd als performancekunstenares. Gisteren nam ze subtiel wraak op Twitter door twee naaktfoto’s die mannelijke collega’s van zichzelf hadden geopenbaard, nog eens onder onze aandacht te brengen. Jan Wolkers en Ilja Leonard Pfeijffer zijn wel gecanoniseerd, en bovendien man, en dan mag je net iets meer van je laten zien.’

 

 

 

Als oud-directeur sta ik meer dan tien jaar later nog steeds vol overtuiging achter de tentoonstelling. Als museum moet je ook de tijdgeest op de staart willen trappen en niet alleen het literair verleden in beeld willen brengen. Dat hebben we met Selfmade gedaan. Ik vraag me af of een vergelijkbare expositie nu dezelfde reacties zou genereren. De maatschappelijke context is veranderd, het literaire veld ook.

 

Literatuur werd zeker in 2014 nog te veel gezien als een exclusief terrein dat alleen betreden mag worden door hen die de ballotagecommissie veilig zijn gepasseerd.  

 

Van Royen liet na afloop weten dat ze genoten had van het project. Ze stuurde ons een setje valse wimpers: ‘Hier, past mooi bij de krulletjes van Adriaan van Dis en het plukje babyhaar van Herman Gorter.’