Elke maand de nieuwste verhalen lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief
In Dalton Klanken, de schoolkrant van het Dalton Lyceum in Den Haag, schreef Kees van Kooten in 1960 een verhaal over zijn eerste Mobylette. Het is zo geestig, en zit zo vol met tragisch-absurde zelfspot dat je geneigd bent het te lezen als een voorbode. Kijk, hier zie je de latere schrijver al, van die stukjes uit Koot droomt zich af (1977) en Koot graaft zich autobio (1979).
Het is verleidelijk om het zo te zien, en toch denk ik dat het niet helemaal klopt. Je moet het juist omdraaien. Die latere verhalen zijn zo goed omdat hij altijd de onbevangenheid van de schoolkrant heeft weten vast te houden.
Sterker nog: de radio- en televisiesketches van Van Kooten en De Bie waren zo ongeëvenaard goed omdat die twee altijd even argeloos en speels zijn gebleven als toen ze elkaar leerden kennen, op de gangen van datzelfde Dalton. Samen schreven ze het literaire katern ‘Cebrah’ vol, en met hun gelijknamige cabaretgroep traden ze op tijdens de open podia.


