Scrooge en Marley – Hans Andreus’ versie van A Christmas Carol

Speciaal voor de feestdagen duikt Roman Helinski in de musical Scrooge en Marley, een vrije bewerking van Charles Dickens’ A Christmas Carol door Hans Andreus. In het typoscript is Andreus’ strijd met de bewerking duidelijk terug te zien: met rode pen streept hij hele alinea’s door, schrijft nieuwe tekst in de kantlijn en maakt aantekeningen bij de ideale cast voor zijn kerstmusical.

 

‘ha, wat voelt dat vertrouwd,

lekker koud, 

zilver 

goud!’

 

zingt Ebenezer Scrooge in de musical Scrooge en Marley, die op 23 december 1969 werd uitgezonden door de AVRO. De musical is geschreven door Hans Andreus, dichter en schrijver van romans, verhalen, hoorspelen en kinderboeken. Het is een vrije bewerking van Charles Dickens’ A Christmas Carol. In een dossier in het Literatuurmuseum tref ik de liedteksten en het typoscript van de musical aan. Verder zitten er dialogen, liedjes, poppenspellen en toneelteksten in de map, maar ik concentreer me omdat de feestdagen naderen op de kerstmusical.

 

 

 

Bekijk de liedteksten van de musical Scrooge en Marley, geschreven door Hans Andreus.

 

Collectie: Literatuurmuseum

 

Andreus’ bewerking is meteen een mooie aanleiding om het klassieke verhaal van Dickens uit 1843 nog eens te lezen. Geen verrassing: het is superieur geschreven. Bijna tweehonderd jaar oud is A Christmas Carol, maar alle menselijke mechanismen die Dickens beschrijft zijn nog precies hetzelfde. Het verhaal gaat over de vrekkige Ebenezer Scrooge, die met kerst alleen is. Hij wordt bezocht door de geest van zijn vroegere zakenpartner Marley, die hem een eenzame dood in het vooruitzicht stelt. Het zorgt voor een ommekeer bij Scrooge, die zich uiteindelijk bij zijn familie meldt om het kerstfeest te vieren. Andreus volgt dezelfde verhaallijn in zijn bewerking. Op YouTube is de hele musical in de bewerking van Andreus te beluisteren. Vooral de liedjes zijn geestig en meeslepend. Aan het begin zingt de dode Marley een kwellend lied voor Scrooge: 

 

En ’k rammel, rammel, rammel met mijn keten, 

zo rammelt met uw keten eenmaal gij, 

want wie door geldzucht wordt bezeten,

komt van zijn aardse boeien nimmer vrij. 

 

Beef en sidder, sidder en beef,

gij vrek en schraper en schavuit 

die duizenden heeft uitgebuit 

en uitgekleed tot op de huid. 

Gij die nooit las wat Marrex schreef,

beef en sidder, sidder en beef.

 

Een ander hoogtepunt in de musical is een cynisch duet tussen twee doodgravers, over de eenzame dood van Scrooge (‘Nou heeft-ie ’t koud / zonder z’n goud / ja, koud tot op het been’). Nog een hoogtepunt: een ergerlijk kinderkoor dat de jonge Scrooge toezingt over zijn sukkelige statuur als scholier (‘Ebenezertje / in z’n blazertje / met z’n kostschoolpetje op’). In het typoscript in het archief, in totaal 37 pagina’s, is flink wat gestreept door vermoedelijk Andreus zelf. Met rode pen zijn er doorhalingen gezet en nieuwe zinnetjes bijgeschreven. 

 

 

 

Hans Andreus was het pseudoniem van Johan Wilhelm van der Zant (1926-1977) Hij schreef dichtbundels als Muziek voor kijkdieren en Schilderkunst en hield zich op in de groep van de Vijftigers, al werd zijn poëzie gedurende zijn leven minder experimenteel, waardoor het contrast met andere Vijftigers als Lucebert en Kouwenaar groeide. Een biografisch verhaal over Andreus in Ons Erfdeel door Han Foppe toont een getroebleerde levensgeschiedenis: de dichter voelt zich als kind ongewenst, kent twijfels over wie zijn echte vader is. Dit thema komt veel terug in zijn poëzie, maar in de bewerking van A Christmas Carol speelt het geen rol.

 

Andreus vertrekt in 1943, op zeventienjarige leeftijd, naar het oostfront, als soldaat in het Vrijwilligerslegioen Nederland. Aanvankelijk was het plan dit samen met Lubertus Swaanswijk te doen, die zich later Lucebert zou gaan noemen, maar die haakte af. Andreus raakt al snel gewond en keert terug naar Nederland – volgens zijn biograaf Jan van der Vegt is hij gedwongen afgereisd, aan zijn grootouders wordt hierin een kwalijke rol toegedicht. Op portretten van Hans Andreus zijn de sporen van de oorlog te zien; in het gelaat heeft hij donkere punten, littekens van granaatscherven. Na de oorlog leeft hij in Parijs, een literaire bon vivant, goed bevriend met onder anderen Simon Vinkenoog. Psychisch heeft hij het niettemin zwaar, in een psychose probeert hij zijn grote liefde Odile Liénard te wurgen – dit vreselijke vergrijp leidt niet tot strafrechtelijke vervolging. Andreus keert in 1954 terug naar Nederland, om zijn geestelijke noden te laten behandelen. Hij publiceert nog heel wat dichtbundels tot aan zijn vroege dood, maar wordt minder en minder gelezen en besproken.

 

 

 

In het typoscript van Scrooge en Marley is flink wat gestreept door vermoedelijk Andreus zelf. Met rode pen zijn er doorhalingen gezet en nieuwe zinnetjes bijgeschreven. 

 

Collectie: Literatuurmuseum

 

Aan de vele correcties in het typoscript van Scrooge en Marley te zien, heeft Andreus geworsteld met de passages waarin Scrooge en zijn verloofde Bella de hoofdrol spelen. Het verhaal van hun mislukte liefde is een belangrijk onderdeel van de kerstvertelling; het geeft diepte aan het karakter van Scrooge en zijn miserabele keuzes in het leven. Andreus streept hele alinea’s door in zijn bewerking, schrijft nieuwe tekst in de kantlijn. In de uiteindelijke versie is zijn strijd met deze scènes niet terug te horen. Sterker nog, de passages met Bella behoren tot de mooiste van de musical. Zoals het klokkenlied dat Bella inzet, waarbij actrice Corry van der Linden prachtig zingt: 

 

Hoor je het lied van de klokken, de klokken,

het zingt door de mist heen,

(…) 

die over de stad ligt,

het zwerft langs de winkels

en plekken geel gaslicht. 

Het zweeft rond de rijke 

wiens buik trilt en puilt,

het wiegt er het kind 

dat weer hongerig huilt. 

 

In het typoscript staat in rode letters onder aan dit lied: 

 

SCROOGE DOET AANZOEK 

 

Een toevoeging die wordt overgenomen. Bella zegt ja, maar ze blijven zeven jaar verloofd zonder dat het tot een huwelijk komt. In die jaren wordt Scrooge steeds gieriger en killer, en uiteindelijk verbreekt Bella de verloving. Scrooge eist in een duet zijn gouden ring terug – en als hij hem krijgt, is hij blij met het goud in zijn handen, lekker koud.

 

Natuurlijk komt Scrooge – net als in het origineel – aan het einde tot inkeer. Het muntje valt. De oude vrek ziet in dat hij verkeerd heeft geleefd, en betert zich. Hij viert de kerst bij de familie van zijn neef en constateert: ‘Mijn hele leven ben ik slecht geweest en ik heb er niets van gevoeld, maar nu voel ik me uitstekend.’