De vroegrijpe toon van Jaap van Domselaer doet me denken aan mezelf als achttienjarige

Roman Helinski bekijkt het archief van Jaap van Domselaer, een jonge schrijver die aan de vooravond van de bevrijding werd doodgeschoten. De jongeman staat in kleine kring bekend als een groot dichttalent. Helinski herkent zijn jongere zelf in de ijverige brieven en jeugdige, aftastende poëzie waarin Van Domselaer op zoek is naar de passende techniek en toon.

En toen was daar die oorlog, dé oorlog – en had de jonge Hazelhoff Roelfzema nog een verhaal om op te schrijven.

Lees meer

 

Een jaar geleden las ik voor het eerst in mijn leven de oorlogsklassieker Soldaat van Oranje, van Erik Hazelhoff Roelfzema. Zijn archief ligt sinds 2025 in het Literatuurmuseum en bevat een serie manuscripten en versies van zijn befaamde roman. Ik las erin over de grote moed van Hazelhoff Roelfzema en zijn kompanen, hun wil om Nederland te bevrijden.

 

De roman en de verzetsheld gaan door mijn gedachten, nu ik me deze dagen verdiep in het leven en (bescheiden) werk van Jaap van Domselaer. Een jongeman die net als Hazelhoff Roelfzema bij het verzet wilde, maar niet de aansluiting vond waarnaar hij op zoek was. Op eenentwintigjarige leeftijd wordt hij aan de vooravond van de bevrijding doodgeschoten. Zijn lichaam wordt op 23 december 1944 gevonden op de oever van bevrijd Nederlands gebied nabij Empel. Deze jongeman staat in kleine kring bekend als een groot dichttalent. 

 

 

 

De nalatenschap van Van Domselaer wordt bewaard in het archief van het Literatuurmuseum. De archiefdoos bevat een reeks gedichten, dagboekfragmenten en brieven. Bij leven publiceerde de jonge dichter niets, maar na zijn dood verschijnt postuum en in kleine oplage in 1952 de bundel Gedichten, samengesteld door zijn moeder Maaike van Domselaer-Middelkoop. De gedichten zijn nog erg jeugdig en aftastend. De dichter is op zoek naar de passende techniek en toon. Was het werk echt rijp voor publicatie? Talent is er in hoge mate, maar de ware dichter moet nog ontpoppen – hij heeft de ervaring van jaren leven, lezen en schrijven nodig om te groeien. De publicatie van de bundel Gedichten moet vooral worden gezien als een hommage van de familie aan de jong gestorvene.

 

De Van Domselaers zijn een gegoede familie in het Noord-Hollandse Bergen. Vader Jakob is een bekende componist. Kunstenaars, muzikanten en dichters als Willem Nijhoff, J.C. Bloem, Jan Engelman en A. Roland Holst komen over de vloer. De laatste twee huisvrienden helpen zelfs bij het samenstellen van de bundel. 

 

 

In het archief bevinden zich ook enkele brieven van Jaap van Domselaer, zoals aan zijn oom Willy. De jonge dichter stelt zich hierin leergierig op, deelt nieuwe gedichten en neemt de feedback die per omgaande volgt zeer serieus op. De vroegrijpe toon van Van Domselaer doet me denken aan mezelf, toen ik achttien jaar was en veel e-mailde met mijn oom Harry, een geletterd man. Ik correspondeerde met hem over mijn onrijpe schrijfsels, die ik aan de ene kant tot in het belachelijke ernstig nam, terwijl ik tegelijkertijd veel te onzeker was om echt voor de werken te gaan staan. Ik herinner me van de antwoorden van mijn oom Harry dat ze geduldig waren, dat hij dezelfde basale, belangrijke lessen net zo lang bleef herhalen totdat ik ze toepaste. Ik moet hem tot waanzin hebben gedreven met mijn hoge mailfrequentie, bijna dagelijks stuurde ik hem korte prozateksten in de hoop op reactie. Misschien was het, achteraf gezien, eerder de dagelijkse aandacht en bevestiging die ik zocht dan de daadwerkelijke feedback.

 

 

Wat overblijft naast de herinneringen aan de jongen, is de romantische gedachte dat Van Domselaer een van Nederlands grootste dichters had kunnen worden

 

 

Al speurend door het archiefmateriaal van Van Domselaer, beland ik in de periode van de Tweede Wereldoorlog. Waar Hazelhoff Roelfzema zich aansluit bij het verzet, lijkt Van Domselaer zich tot 1943 nog weinig van de oorlog aan te trekken; hij dicht, schrijft brieven. Dit verandert wanneer hij thuis wordt opgezocht met de mededeling dat hij te werk wordt gesteld in Duitsland. Een briefje van de dokter voorkomt dat Jaap meteen moet vertrekken, maar hij is er niet gerust op en duikt onder in Amsterdam. Ondertussen dicht hij, houdt hij zijn dagboek bij en schrijft hij af en toe nog een brief. Zijn dagboek is tot op heden niet als geheel uitgegeven, maar fragmenten eruit zijn in omloop. Ook het Literatuurmuseum heeft één pagina van zijn dagboek in bezit. Het fragment is geschreven op 7 juni 1943. De toon is tastend; Van Domselaers gedachten zijn teer, plooibaar, en lijken op andere momenten juist weer zo vast te zitten dat ze hem in de problemen brengen. Niets lijkt eenvoudig voor de dichter, dat blijkt wanneer hij kort terugblikt op zijn geliefde: ‘toen ik haar wegbracht was er god-weet-wat tussen ons, niet “extaties” in dynamiese zin, niet supreem verliefd. Maar rijper, evenwichtiger, harmonieser (…) Dat het leven een zijnde, dat alle passie en extra-gevoelens terugkomen in dit zijn.’

 

 

 

Zware woorden voor een vroege twintiger, terwijl buiten de zolderkamer waar hij dit allemaal neerpent de oorlog woedt. Die oorlog dringt langzaam de denkwereld van Jaap van Domselaer binnen, met als duidelijkste gevolg een aantekening in juni 1944 in een fragment van zijn dagboek:

 

Ik zie nu dat wat mij dreef een jaar lang opgehouden heeft mij te drijven; dat ik dus voor niets een jaar trouw gebleven ben; dat ten slotte ik gelijk heb, en meer dan dat (…) omdat het hoog tijd is dat ik me bevrijd van een systeem dat ondeugdelijk is gebleken. (…) De eerste voorwaarde is: niet meer schrijven. De tweede voorwaarde: actie actie. Een ander werk, en het beëindigen der ledigheid: Niet blijven zitten waar ik ben, en vooral andere mensen zien, want het milieu waarin ik ben, is het milieu waarin ik in de moeilijkheden geraakt ben. 

 

Die actie actie betekent dat Van Domselaer het verzet contacteert. Op dat moment bevindt hij zich in Hilversum, en vanuit daar fietst hij naar Tiel. Hij helpt met het maken van een kaart van het Duitse afweergeschut. Verhalen doen de ronde dat het hierbij blijft, dat het verzet niet met Jaap wil samenwerken. Schat het verzet in dat zijn artistieke ziel te kwetsbaar is voor de oorlog? Van Domselaer neemt zich voor naar bevrijd gebied te reizen, om zich aldaar aan te sluiten bij het gevecht voor vrijheid. Een poosje hangt hij rond bij de rivieren, wachtend op het goede moment om over te steken. Uiteindelijk waagt hij in Kerkdriel de barre duik in de Maas, terwijl hij helemaal niet kan zwemmen. Hij bereikt de bevrijde Maasoever te Empel, maar wordt daar door een soldaat ontdekt en gedood. Op eenentwintigjarige leeftijd, enkele maanden voordat het land bevrijd wordt. Waarom hij niet langer kon wachten en die gevaarlijke overtocht waagde, blijft een tragisch raadsel. Zeker is dat er op de oever bij Empel een bijzondere jongeman het leven laat. Wat overblijft naast de herinneringen aan de jongen, is de romantische gedachte dat Van Domselaer een van Nederlands grootste dichters had kunnen worden.