Ilja Leonard Pfeijffers

M O C A N I Ë

Een ode aan de verbeelding

Als kind bedacht Ilja Leonard Pfeijffer een land met een eigen geschiedenis en een eigen taal. Dwaal door de kaart en ontdek zijn wereld. Lees over het ontstaan, het land zelf, de taal en het literaire werk van Pfeijffer. Goede reis!

Het ontstaan

‘Het is begonnen zoals dat zo vaak begint bij jongetjes en meisjes van die leeftijd: op een gegeven moment ga je een land verzinnen. Dat is dan natuurlijk een eiland. Dan ga je kaarten tekenen. En op een gegeven moment bedacht ik daar allerlei dingen bij, wat een echt land nodig heeft.’

 


Wat is Mocanië?

Mocanië is een eilandengroep tussen Frankrijk en Engeland. U heeft er nog nooit van gehoord, en dat komt doordat het land geheel en al aan de verbeelding van Ilja Leonard Pfeijffer is ontsproten. Het begon ergens in de laatste dagen van 1976, toen hij, samen met wat vriendjes en een vriendinnetje, een wereld bedacht met nieuwe landen.

 

In dit vroegste stadium stond er nog niets vast. Aanvankelijk tekende Ilja Mocanië (hij spelde het toen nog als ‘Mokanië’) als een Waddeneilandje vlak bij Duitsland. Op de allereerste kaarten zien we dat het Mocaanse gebied kleiner werd, tot het uiteindelijk niets meer was dan een klein eilandje. Dit paste echter niet bij de ambities die de jonge Ilja voor zijn land had, dus later veranderde hij de plek: hij moest op zoek naar een nieuwe locatie.
 


Ilja tekende de kaart van Mocanië alsof het een machtig wereldrijk was, het ‘op een na grootste rijk van de wereld’. Vrijwel heel Europa blijkt onder de Mocaanse invloedssfeer te staan. Hoewel, héél Europa…?

 

‘Sparta konden ze niet krijgen, omdat de Spartanen de Romeinen een lesje wilden leren, maar daar stonden de Mocanen voor de deur!’ 
 


Deze fase in de Mocaanse ontstaansgeschiedenis duurt niet zo lang – en in plaats van een wereldrijk te creëren dat andere rijken overwint, verzint Ilja een nieuw land, een realistisch land. Een land met een eigen grondgebied, en een eigen plek op de wereldkaart. Er komt een kaart waarop Mocanië (Illö’cä’iiÏ) midden in de Atlantische Oceaan ligt, zo rond de dertigste lengtegraad. Het eilandje is een eilandengroep geworden. 
 


Er zou nog één stap volgen: Mocanië lag namelijk wel erg geïsoleerd, en dat was niet zo handig als het ging om handel en cultuur. Zo schuift Mocanië bijna dertig graden op naar het oosten en wordt het een Europees land, tussen Engeland en Frankrijk, iets ten westen van Jersey en Guernsey. Daar lag het goed, en daar bleef het liggen.
 


Het werd steeds verder ingevuld tot uiteindelijk elk van de tien eilanden van deze eilandengroep een eigen naam had. Een hoofdplaats, afwijkend klimaat, een bepaalde bevolkingsdichtheid, aantal zetels in de Eilandenraad, havens, wegen, kortom: een bruisende eilandengroep.

 

De geschiedenis van Mocanië was begonnen. 
 

‘Het begon echt uit de hand te lopen toen ik ook nog eens bedacht dat mijn land natuurlijk een eigen taal nodig had.’


Mocaanse ambities

Ilja sloeg aan het ontwerpen. Naast de infrastructuur ook een parlementair systeem, handel, een eigen munteenheid, politieke partijen, literatuur, een volkslied, de nationale vlag: aan alles werd gedacht. 
 

Hij hield lijstjes bij van wat er allemaal nog moest komen. Dingen die inderdaad gerealiseerd werden. Zo zijn er enkele boekjes met ‘Mocaanse verhaaltjes’, zijn er voetbalclubs, met competitie en bekers die allemaal op het eerste lijstje ‘nog maken’ stonden.
 


Maar het hield een keer op, van ‘meubels’, ‘muziekinstrumenten’ of ‘eetgerei + kookgerei’ is het nooit gekomen. Niet omdat Pfeijffer Mocanië in de steek had gelaten, maar omdat het onderwerp van de taal langzaam maar zeker alle aandacht begon op te eisen. 

 

Eigen woorden en een eigen grammatica. In september 1983 had hij naar schatting ruim 1500 unieke woorden bedacht voor het Mocaans. Ook kwam er een eigen lettertype – waarmee het uniek was in West-Europa.
 


De informatie over Mocanië is grotendeels keurig verzameld in multomappen. Netjes geschreven, de titels rood onderstreept, geordend op onderwerp. Er zijn waarschijnlijk wel kladversies geweest, maar die zijn niet bewaard. Die trefzekerheid is iets wat ook de volwassen Pfeijffer kenmerkt: de versies van zijn romans die in zijn (eveneens in het Literatuurmuseum bewaarde) Moleskine-boekjes zijn te vinden, wijken vaak verrassend weinig af van wat er uiteindelijk in het gedrukte boek komt te staan: Pfeijffer weet wat hij doet wanneer hij de pen op papier zet.

 

Die multomappen waren waardevol voor hem, in zijn gedeeltelijk autobiografische Brieven uit Genua speculeert hij op een gegeven moment dat zijn moeder alle papieren zou hebben weggegooid: ‘Als je de multomappen met de grammatica ook hebt weggegooid, is alles verloren.’ Maar dat was niet zo: ze zijn allemaal bewaard gebleven.
 


Het allerstriktste staatsgeheim

In een van die mappen zit, helemaal achterin, een bijzonder briefje verstopt waarin het begin van Mocanië is gedocumenteerd. Het dichtgevouwen multomapvelletje, gemarkeerd ‘ALLER STRIKTSTE STAATSGEHEIM’, kun je pas openen als je het uit die map haalt.
 

 
Dan kan het uitgevouwen worden en vind je daarin een briefje: het allereerste bankbiljet, waarmee alles begon. Het is vergeeld papier dat maar een paar jaar ouder kan zijn dan de velletjes uit de multomap, maar dat eruitziet alsof het uit de diepste krochten van een vergeten archief komt: 5000 Moka, ‘goedgekeurd door Mokanië’, inderdaad: nog met de afwijkende spelling.

 

Het stamt van nieuwjaarsdag 1977, en het werd ongeveer vijf jaar later opgeborgen door Ilja, die dat met historisch besef heeft gedaan – hij voegde er documentatie aan toe over wanneer de taal is begonnen. 
 

 
Daaronder staan de namen van de vroegste scheppers van Mocanië, behalve Ilja ook Joost, Micha, Danny en Ingrid, zusje van Danny. Als bij een rolverdeling staan er nog meer fantasielanden achter, het zijn de andere leden van ‘Modewoque’, een gemenebestachtige gemeenschap die in de geschiedenis van Mocanië geen grote rol zou spelen, bestaand uit de landen MOcanië, DEsorte, WOkonië en QUEsta. 
 

 
De andere leden konden de toewijding van Ilja niet opbrengen. Zoals Pfeijffer zelf aan het Literatuurmuseum vertelt: ‘Helemaal in het begin waren er vriendjes die ook landkaarten tekenden, maar die hadden er al gauw genoeg van. De rest van de tijd was het een volslagen eenmansproject.’ 

 

Dit is het ‘aller striktste staatsgeheim’: dat deze staat een verzinsel is van Ilja en zijn vriendjes. 
 

In 2020 vertelde Ilja Leonard Pfeijffer in Zomergasten over het land en de bijbehorende taal die hij als tiener verzon, en droeg zelfs een stukje Mocaans voor. Bekijk het fragment hieronder.

Lees verder overHet land