Blikken in het Literatuurmuseum

door Dick Welsink
Op 13 januari 2017 is in het aanwinstenregister van het Literatuurmuseum een object ingeschreven met de volgende omschrijving: ‘Metalen blikje met afbeeldingen uit de “Camera Obscura” van Nicolaas Beets.’ In de online-catalogus is het te vinden onder het signatuur B 00375 Vw II 002.

Wat is dat voor blikje en waarom is het opgenomen in de collectie van het Literatuurmuseum? Komt het uit het bezit van een schrijver? Neen. Het is een vroeg voorbeeld van wat tegenwoordig merchandising heet. Door mee te liften op de populariteit van in dit geval een boek probeert een producent reclame te maken voor zijn eigen waar, zodat hij een groter marktaandeel in handen krijgt.
 

Dit ongedateerde blikje met in de bodem gestanst ‘Hus’, stamt vermoedelijk uit het eind van de jaren dertig van de vorige eeuw. In 1939, precies honderd jaar na de verschijning van de Camera Obscura, verscheen de veertigste druk, een prachtuitgave in groot formaat met tekeningen van Jo Spier. Die was binnen de kortste keren uitverkocht en dat zou de directie van Brood- en Beschuitfabriek B. Hus uit Den Haag op het idee gebracht kunnen hebben nieuwe klanten te lokken met een koektrommeltje met afbeeldingen van scènes uit dit kennelijk zo geliefde boek.

Een illustrator van wie we de naam niet weten, waarschijnlijk een medewerker van een reclamebureau, kreeg de opdracht tekeningen te maken van drie hoogtepunten uit een van de bekendste verhalen uit de Camera, ‘De familie Stastok’: het verguldavondje, het aandoenlijke verhaal van het diakenhuismannetje, en Pieter Stastok die in het water valt. Met deze keuze miste men overigens wel een kans voor open doel, want wat had meer voor de hand gelegen dan een tekening te laten maken van het moment suprême: de dienstmeid die in het hoofdstuk ‘Er komen mensen op een kopje thee, om verder het avondje te passeren’ met een schaal evenveeltjes (een soort koekjes) de kamer binnenkomt. Die had je heel goed in dit trommeltje kunnen bewaren.

Dit blikje is overigens niet het enige in zijn soort binnen de collectie van het Literatuurmuseum. In 2010 werd het verblijd met de schenking van een trommeltje met een versje uit de Proeve van kleine gedigten voor kinderen van Hiëronymus van Alphen, met vijf prentjes. Het is een slag groter dan het Camera-trommeltje. In de bodem staat: ‘Albert Heijn’.
 

Het is volstrekt onduidelijk wanneer en voor welke gelegenheid dit blikje is gemaakt. De man die het Albert Heijn Erfgoed in Zaandam beheert en me misschien meer zou kunnen vertellen, is met vakantie. Op internet worden diverse exemplaren te koop aangeboden, maar zonder achtergrondinformatie.
 

Op het deksel van het trommeltje staan de eerste twee coupletten van ‘Eene vertelling van Dorisje’, met de beginregels:

Wij zaten laatst bij Saartje,

Onze oude goede baker,

Die sprookjes kan vertellen.


Op de zijkanten de antwoorden van de kinderen op de vraag van Saartje van welk seizoen ze het meeste houden. Het slot van het gedicht ontbreekt. Daar was geen ruimte meer voor. Of werd het te moralistisch gevonden? De ingekleurde prentjes zijn reproducties van de door Jan Punt voor een herdruk van de Proeve van kleine gedigten voor kinderen gegraveerde tekeningen van Jacobus Buys (1724-1801). In 2001 is het museum eigenaar van de originele tekeningen geworden.

Er moet meer literatuur op blik. Wat zou het leuk zijn als een fairtradefirma, bij voorkeur een grote koffiebrander, een blikken bus in de handel zou brengen met plaatjes en citaten uit de Max Havelaar. Om koffiebonen in te bewaren. Of zou die al bestaan?

 

Toch eens navraag doen bij het Multatuli Museum.