Ongehoord geluid: een reactie van Joke van Leeuwen op de ‘complexe misogynie’ van Komrij

‘Een lachertje voor later’, noemt Joke van Leeuwen de pastiche die ze schreef op een gedicht van Gerrit Komrij, waarin ze zijn vrouwonvriendelijke uitspraken hekelt. De NRC weigerde de tekst te plaatsen, maar waarom? 

 

In 1993 werd de P.C. Hooft-prijs toegekend aan Gerrit Komrij voor zijn essayistisch oeuvre. Roman- en jeugdboekenschrijver Joke van Leeuwen gaf een reactie, ze vond dat er te weinig openlijke aandacht was voor de ‘complexe misogynie’ van Komrij, die begin jaren tachtig feministen betitelde als de ‘onwelriekende gleuvenbrigade’. Het werd een pastiche op een gedicht van de prijswinnaar, ‘geheel in de stijl van de pastiches die Komrij (…) in NRC Handelsblad publiceerde. Dat leek me een passende toon (…)’.

 

Van Leeuwen schreef een tekst geïnspireerd op ‘Geluid’, een sonnet over een je die tijdens het schrijven gestoord wordt door een rinkelende telefoon. De persoon raakt uit zijn concentratie, hij hoeft nog maar vijf regels! En net als hij besluit de telefoon dan maar op te nemen, ‘wordt het weer stil’. 

 

In ‘Ander geluid’ is er een zij aan het woord, een vrouw die de regels leest die ‘G.’ geschreven heeft. Tijdens het lezen ‘Weerklinkt een tegentoon, ze fluit verbaasd.’ Met diverse verwijzingen naar citaten uit Komrij’s oeuvre, onder andere uit Lof der simpelheid en Intimiteiten, schrijft Van Leeuwen een tegensonnet bomvol kritiek op de misogynie die zij uit verschillende van zijn teksten vindt spreken.

 

De vrouw die aan het woord is ‘neemt zijn fel geschmier in ogenschouw’ en ‘scherpt haar klauw’. Deze laatste woorden zijn een verwijzing naar Komrij’s beschouwende tekst ‘Vijanden in vredestijd: de collabo’s van de tolerantie’ waarin hij over vrouwen schrijft: ‘Dat ze met hun kunstjes de bijval van het publiek hebben stijft ze alleen maar in hun ijdelheid. Bewonder een vrouw om haar nagels, en als klauwen zal ze ze laten groeien.’  

 

 

Ander geluid 

 

Terwijl ze leest wat G. voor regels schrijft 

Weerklinkt een tegentoon, ze fluit verbaasd. 

Ze denkt dat hij maar aan ’t drijven blijft 

Och, ’s mans verstoring. Primitief helaas? 

 

Sla flinker. En verlicht ’n vent z’n nijd. 

Dat plagerige stelletje is vrouw. 

God schenkt de sterkste donder majesteit 

G. spreekt die Godheer die hem stijven zou. 

 

Ze neemt zijn fel geschmier in ogenschouw. 

Hij kreeg wel zog! Het hinderen gaat door. 

Het dreunt, met zo’n sjabloonkracht, in d’r oor. 

 

Ze oefent snel een vinger, scherpt haar klauw. 

Z’n soortwaan, als geperst op crux en spil. 

Net nu ze dit bedenkt wordt het zeer stil. 

 

 

Joke van Leeuwen stuurde haar pastiche naar NRC Handelsblad, maar ontving een afwijzingsbrief: ‘Hierbij retourneer ik uw pastiche. Dergelijke reactie op werk van auteurs van de Achterpagina, ook als zij bekroond worden met de P.C. Hooft-prijs, plaats ik nu eenmaal niet.’  

 

Het is een antwoord dat vragen oproept. Wat wordt bedoeld met een ‘dergelijke reactie’? Gaat het om de pastiche-vorm? Dat lijkt me sterk, aangezien Komrij zich ook van deze vorm bedient op zijn vaste plek op de Achterpagina van de NRC. Gaat het om het ter verantwoording roepen? Zou kunnen, maar een columnist zou dat toch gewend moeten zijn. Vervolgens, hoe zit het met ‘ook als zij bekroond worden met de P.C. Hooft-prijs’? Deze woorden impliceren dat doorgaans mensen die een prijs als de P.C. Hooft-prijs in ontvangst nemen wel een reactie mogen verwachten, maar niet als het zo’n reactie is. En als laatste vallen de woorden ‘nu eenmaal’ op. Wat hebben die te betekenen? Het is een bekrachtiging, een vaststaand feit dat een reactie als die van Van Leeuwen niet geplaatst wordt.   

 

Frappant is dat de brief is gericht aan ‘mevrouw de Vries’, al is de brief wel goed geadresseerd, aan J. van Leeuwen. Moet daar iets achter worden gezocht of is het een vergissing?  

 

 

Wonderlijk dat een schrijver die zo geprezen wordt om zijn polemieken, zo uit de wind wordt gehouden door de redactie van een krant

 

 

Met jouw steun kan het museum nieuwe online exposities blijven realiseren

Steun ons

De jury van de P.C. Hooft-prijs, die in 1993 overigens uit louter mannen bestond, prees Gerrit Komrij omdat hij met zijn essays en columns deze genres hun ‘intellectuele en subversieve waardigheid’ teruggaf. Een citaat uit het juryrapport: ‘De lading van zijn essays en columns ontstaat uit de wetenschap dat de kunstenaar in een permanent polemische verhouding staat tot de maatschappij.’ 

 

Het is op zijn minst wonderlijk dat een schrijver die zo geprezen wordt om zijn polemieken, zo uit de wind wordt gehouden door de redactie van een krant.  

 

Je zou denken dat een literaire aanval koren op de molen van een polemist is. Wellicht was dat ook zo, had Komrij zeker een tegenzet willen doen, maar heeft hij nooit weet gehad van ‘Ander geluid’. De redacteur van de Achterpagina besloot een dergelijke reactie ‘nu eenmaal’ niet te plaatsen.  

 

In 1994 gaf Joke van Leeuwen de brief van NRC Handelsblad en de pastiche (inclusief het origineel van Komrij) aan het Literatuurmuseum, met als afsluiter in haar begeleidend schrijven: ‘Het geheel lijkt me een lachertje voor later.’ Hierbij wordt, bijna dertig jaar na dato en ruim acht jaar na Komrij’s dood, Van Leeuwens tekst alsnog gepubliceerd. En inderdaad is het geestig om terug te lezen, maar helaas heeft de strekking van haar kritiek in de wereld anno nu niet aan actualiteit ingeboet.