Wijze raad van Cissy van Marxveldt: ‘Vergeet de duisternis. Wees vrolijk. Vergeet jezelf. Vergeet...’

Vurig en vol levenswil is de brief van Cissy van Marxveldt over eenzaamheid, en hoe er niet aan ten onder te gaan. Alma Mathijsen raadt iedereen die het even niet meer weet aan de brief te lezen. ‘Ja, ik weet, dat jouw leven net zoo doelloos is als de mijne. Maar je moet een beetje naar me luisteren.’

 

Eens in de zoveel tijd schrijf ik over een vergeten schrijfster. Schrijfsters die om wat voor reden dan ook niet meer in ons collectieve geheugen zitten, in ieder geval niet omdat ze minder goed zouden schrijven. Ditmaal gaat het om een schrijfster die allesbehalve vergeten is. Al moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat ik me haar pas herinnerde toen ik de titel van haar meest bekende boek las: De H.B.S-tijd van Joop ter Heul. Ik heb het natuurlijk over Cissy van Marxveldt. Ik ben niet opgegroeid met haar verhalen, maar vele generaties voor mij wel. En zelfs leeftijdsgenoten hielden als tiener van haar boeken. Ellen Deckwitz vertelde me dat ze die verslond.

 

Voor me liggen vijf brieven en vier briefkaarten. Allemaal gericht aan Peg, oftewel Peggy Bigot-Wilkinson, een vroegere verloofde van Cissy’s zoon Ynze. De kaarten bevatten vooral veel verontschuldigingen waarom er niet eerder iets is gestuurd. Soms weidt Cissy uit over de oorlog, die op dat moment in alle hevigheid woedt. Ze is feitelijk en wordt zelden emotioneel. Dit moet ten tijde van de hongerwinter geschreven zijn: ‘Lieve schat, je vraagt, hoe het met my gaat. Zo mager als een rammetje, maar overigens niet slecht.’

 

Cissy van Marxveldt, datum onbekend (collectie Literatuurmuseum)

 

 

Toch is er een brief die me in het bijzonder raakt. Alle correspondentie die is terug te vinden in het museum, is gericht aan ‘liefste Peg’, op één brief na. Die heeft geen aanhef, is op de typemachine geschreven en met potlood staat erboven: ‘Eenzaamheid’. Het is onduidelijk of dit stuk tekst als brief bedoeld is of als verhaal. Ze richt zich tot een jongen, ik denk dat het om haar zoon gaat. 

Meestal is de mensch eenzaam. Maar er zijn ook dagen, waarop die eenzaamheid overgaat in een gelukkig opgaan in iemand of iets. Dan wordt alles om je heen vergeten, dan zingt de wereld – dan hoor je in alles, in elk geluid, een lied. Dan zingen zelfs de stralen van de zon.

 

[...]

 

Ja, ik weet, dat jouw leven net zoo doelloos is als de mijne. Voor elkaar zijn we slechts Ships that pass in the night. Maar je moet een beetje naar me luisteren.

Twee kantjes schrijft ze vol over eenzaamheid en hoe we die moeten overwinnen. Haar woorden hebben nog niet aan kracht verloren:

Vergeet de duisternis en kijk naar het licht. Ik weet het wel – ik ben een wijze oude vrouw. Ik weet heel goed wat je denkt en wat je voelt. Ik ken elk plekje in je hart. En daarom – wees vrolijk… Vergeet jezelf. Vergeet...

Het lijkt of er iemand in het leven van de jongen is die hem meesleurt in droefenis:

Het is misschien vreemd, maar er is iets, dat je bindt. Misschien is het die droefheid, die in allebei heerscht. Misschien is het omdat je allebei voelt, dat je op de een of andere manier bij elkaar hoort. Immers het waren twee stukken wrakhout, die tegen elkaar aandreven in een stormachtige zee. Twee stukken wrakhout, die samen werden meegevoerd door dezelfde stroom, tot één op een zandbank blijft steken of totdat de één in een draaikolk gevangen raakt en naar beneden zinkt in een onbekend niets…Of misschien ook zullen er twee stromen komen, twee andere stromen…. Dan is alles weg. Dan is het verband verbroken.

 

Maar nu, nu schijnt de zon. Nu lacht de wereld. Nu lacht de heele natuur. Jongen, je moet vergeten….

Het lijkt een wanhopige poging van een moeder die niets liever dan goeds voor haar zoon wil. Om twee geliefden te omschrijven als stukken wrakhout op een stormachtige zee, daar gaat mijn romantische hart van bloeden. En zelfs een klein beetje van hunkeren naar een liefde die zo nijpend is. 

 

Ik lees nu ook haar romans over Joop ter Heul – De H.B.S-tijd van Joop ter Heul is in 2017 opnieuw uitgegeven met een voorwoord van Sylvia Witteman – en kan me voorstellen dat ik er als tiener van zou hebben genoten. De brieven die Cissy schreef raken me dieper. Misschien is het de wanhoop in haar woorden, ze wil iemand van wie ze houdt opbeuren en gebruikt daarvoor alles wat in haar macht ligt. Metaforen, overdrijving en herhaling, alles sleept ze erbij. Ik had erbij willen zijn toen de jongen deze brief opende. Zou hij tranen in zijn ogen hebben gekregen, opgestaan zijn van de bank, stof van zijn schouders hebben geslagen en fier de deur uit zijn gestapt? Hoofd in de zon, weg van het donker, nog verder van de stormachtige zee vandaan? 

 

Ik weet het niet. Ik weet wel dat de brief van Cissy nog even vurig en vol levenswil is als op het moment dat ze die schreef. Ik raad iedereen die even niet meer weet wat die met zichzelf aan moet de brief ter hand te nemen. En vergeet jezelf. Dat is beter.