S.
Vestdijk

1955

Constantijn Huygens-prijs
Simon Vestdijk (1898-1971) kreeg de Constantijn Huygens-prijs 1955.

‘Fenomenaal auteur van veelzijdig oeuvre’, kopt Het Vaderland. ‘Toekenning van de Constantijn Huygens-prijs aan de schrijver Simon Vestdijk is bij uitstek verdiend,’ schrijft criticus – en jurylid – Pierre H. Dubois in deze krant. Hij gaat uitvoerig in op Vestdijks romans; eerder publiceerde hij al een groot stuk over zijn poëzie. In minder dan vijfentwintig jaar tijd heeft Vestdijk een oeuvre opgebouwd ‘dat zowel in kwantiteit als in kwaliteit zijn weerga in de moderne letteren niet heeft’, aldus Dubois.

 

In 1932 was Vestdijks debuutbundel Verzen verschenen, en tot 1955 zouden zo’n 20 dichtbundels volgen. Vestdijk publiceerde in de vroege jaren dertig in het literaire tijdschrift Forum en was daar van 1933 tot 1935 ook redacteur. Zijn debuutroman Kind tussen vier vrouwen werd geweigerd, geen uitgever durfde het aan zo’n omvangrijk werk – 800 blz. – van een nog tamelijk onbekende auteur uit te brengen. Zijn eerste gepubliceerde romans waren Meneer Visser’s hellevaart en Terug tot Ina Damman, beide in 1934. Terug tot Ina Damman was het eerste deel in zijn bekende Anton Wachter-cyclus; in 1949 was het vierde deel verschenen: De andere school (1949). In 1950 kreeg hij de P.C. Hooft-prijs voor zijn roman De vuuraanbidders (1947) en in 1953 de Bijzondere prijs van de Jan Campert-stichting voor Essays in duodecimo (1952); korte, speelse stukjes over talloze onderwerpen.

 

Vestdijk staat bekend als een enorm productief schrijver. Zijn goede vriend A. Roland Holst typeerde Vestdijk in 1947 als iemand ‘die sneller schrijft dan God kan lezen’. ‘In onze literatuur is geen tweede figuur aan te wijzen, die in betrekkelijk korte tijd zoveel heeft gepresteerd met werk van zo grote verscheidenheid,’ stelt ook de jury. Zijn niveau bevindt zich bovendien voortdurend ‘op gelijke hoogte als dat van tot de wereldliteratuur gerekende buitenlandse schrijvers. Zijn romankunst toont bijna het gehele scala van mogelijkheden op dit gebied.’ De jury prijst zijn poëzie, rekent zijn essays over poëtica ‘tot het beste, wat in de laatste decenniën op dit gebied is verschenen’ en stelt dat hij met zijn erudiete besprekingen richting gaf aan de ontwikkeling van de Nederlandse letteren.

 

‘In al dit werk heeft Vestdijk zich doen kennen als een auteur met een speelse en soms grillige fantasie, een stilistisch vermogen van rijke verscheidenheid, een zeer omvangrijke kennis, een doordringend waarnemingsvermogen, een oorspronkelijke en scherpzinnige geest, die evenzeer uitblinkt in het analyseren als in de synthetische beschouwing van zijn onderwerpen, en in het bezit van een groot verantwoordelijkheidsgevoel als schrijver.’

Jury

Van de jury maakten deel uit: Bert Bakker, Pierre H. Dubois, A. Mout.

Uitreiking

Aan de prijs was dit jaar voor het eerst een bedrag van 2.500 gulden verbonden (voorheen 2.000 gulden). De officiële uitreiking vond plaats zaterdagavond 29 oktober 1955 in het stadhuis van Den Haag, als slot van een conferentie over literaire kritiek. Vestdijk was zelf niet aanwezig, hij leed in de jaren 1953-1955 aan een langdurige depressie. A. Roland Holst vertegenwoordigde hem die avond.

 

Credits portretfoto: E. Miedema