F.
Bordewijk

1957

Constantijn Huygens-prijs
F. Bordewijk (1884-1965) kreeg de Constantijn Huygens-prijs 1957.

‘Wie reeds vóór de laatste wereldoorlog de vraag stelde naar de drie belangrijkste levende prozaïsten in de Nederlandse letteren, zou de namen van Van Schendel, Bordewijk en Vestdijk te horen hebben gekregen,’ aldus de jury. ‘Van deze drie zijn er nog twee in leven, van wie Vestdijk reeds enkele jaren geleden de Constantijn Huygens-prijs ontving. Aan Bordewijk viel deze onderscheiding tot nu toe niet te beurt, om geen andere reden dan dat hij deel uitmaakte van het bestuur der Jan Campert-stichting.’ Bordewijk was vanaf de oprichting tot 1952 voorzitter geweest van de Jan Campert-stichting en was ook in 1957 nog bestuurslid, maar hij was bij ‘geen der daartoe strekkende beraadslagingen’ aanwezig geweest.

 

Bordewijk werd geprezen om de ‘een volkomen zelfstandige plaats in onze literatuur’ die hij zich had verworven en om de vernieuwende invloed van zijn proza. ‘Wanneer een schrijver is wat hij uitdrukt, dan is Bordewijk, in tegenstelling tot wat men weleens gedacht heeft, reeds van zijn eerste publicaties af, namelijk de drie bundels Fantastische vertellingen, die tussen 1919 en 192 S verschenen, Bordewijk geweest. Maar een schrijver is niet alleen zijn inhoud, hij is tevens zijn vorm. En zijn volkomen eigen vorm heeft Bordewijk eerst enkele jaren later met verrassende nadruk getoond, toen hij achtereenvolgens in 1931, 1933 en 1934 zijn korte romans Blokken, Knorrendebeesten en Bint liet verschijnen. Bordewijk is door deze boeken vaak beschouwd als de voornaamste vertegenwoordiger van de zogenaamde “nieuwe zakelijkheid”. Zijn verrassende “vormvernieuwing” gaf daar stellig aanleiding toe. Maar het is waarschijnlijk het lot van een auteur van zijn formaat te midden van misverstanden te moeten leven. Evenmin als hij op grond van zijn Fantastische vertellingen beschouwd kan worden als een min of meer griezelige fantast in de trant van Edgar Allan Poe, evenmin mag men Bordewijk op grond van Bint als dogmaticus van de nieuwe zakelijkheid zien. In geen van beide karakteristieken is hij te vangen en vast te leggen. Het zijn slechts verschijnselen die van het begin af tot op heden geheel het oeuvre van Bordewijk heeft bepaald.’

 

In het langdurig schrijversleven heeft elk werk een eigen plaats ingenomen, betoogt de jury. En boeken als Bint, De wingerdrank, Karakter en Noorderlicht zijn zelfs uitgegroeid tot ‘monumenten van het moderne Nederlandse proza’.

Jury

De jury bestond uit Bert Bakker, Pierre H. Dubois, Gerrit Kamphuis en A. Mout.

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 2.500 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op woensdagavond 30 oktober 1957 in het gemeentemuseum in Den Haag.

 

Credits portretfoto: Hans Roest