S.
Carmiggelt

1961

Constantijn Huygens-prijs
Journalist, schrijver en dichter Simon Carmiggelt (1913-1987) kreeg de Constantijn Huygens-prijs 1961.

Vanaf 1936 schreef Carmiggelt zijn cursiefjes in de rubriek ‘Kleinigheden’ van de Haagse krant Vooruit, waar hij in 1940 onder de Duitse bezetting werd ontslagen. Het bekendst werd hij met de stukjes onder de naam ‘Kronkel’, vanaf 1946 voor Het Parool: korte, humoristische impressies van mensen die hij tegenkwam op straat en in het café. Voor zijn gedichten gebruikte hij het pseudoniem Karel Bralleput. Hij schreef cabaretteksten voor onder anderen Wim Kan en Wim Sonneveld en trad op met Annie M.G. Schmidt. Op de radio was hij regelmatig te gast en vanaf 1959 was hij de kastelein in het tv-programma Artiestencafé.

 

‘De taalrijkdom van Carmiggelt vindt haar ontplooiing in een zeer persoonlijke, onmiddellijk herkenbare en onverwisselbare stijl,’ schreef de jury. ‘Zijn Nederlands is soepel, fraai en levend. Wat dit laatste betreft sluit hij waardig aan bij een zeer Nederlandse traditie, die slechts weinige, maar meesterlijke figuren telt: Multatuli, Elsschot en Nescio.’ Zijn Kronkel-bundels werden gretig gelezen, maar omdat de columns in de eerste plaats voor de krant waren bedoeld, bleef erkenning in de vorm van een grote literaire prijs lang uit. In 1953 kreeg hij wel een Extra prijs van de Jan Campert-stichting voor de bundel Poespas.

 

Carmiggelt was een taalvernieuwer, aldus de jury. ‘Het spel dat Carmiggelt met de woorden speelt, is sierlijk en vernuftig, maar het getuigt tegelijkertijd van een zeldzame, onuitputtelijke kreativiteit, die ten grondslag ligt aan een humor en een geestigheid, welke op vrijwel geen lezer hun uitwerking missen.’ Zijn ‘filosofie en levenswijsheid, zijn diepe melancholie en scepticisme’ klinken nooit verbitterd, maar zijn ‘doordrenkt van onuitputtelijke warmte en genegenheid, speciaal voor de “underdogs”, de gewone mensen, die hij als geen ander in hun dagelijkse trivialiteit schildert en voor wie hij een begripvol medeleven weet op te wekken. Dit laatste en voornaamste bereikt hij niet door wat hij aan hen ontleent, maar door wat hij aan de evocatie van hun levens of hun situaties toevoegt: een eigen perspectief, waarbij het individu een dieper symbool wordt van het soort; waarbij men zichzelf als “underdog” kan herkennen, rang en stand, armoede of rijkdom ten spijt, en waarbij men, in een glimp van de waarheid, iets van de zin, de onzin of de zinloosheid van het leven aan zichzelf ervaart.’

 

De jury wees tot slot nog op de statuten van de Jan Campert-stichting, die was opgericht ‘ter blijvende herdenking aan de strijd der letterkundigen in de jaren 1940-1945 tegen de Duitse bezetter’ en Carmiggelt – anti-Duits journalist van dagblad Het Vaderland en vanaf 1942 medewerker van de illegale krant Het Parool – heeft ‘ook in dit opzicht de bewijzen van zijn menselijke solidariteit geleverd’.

Jury

Van de jury onder voorzitterschap van A. Mout maakten deel uit: Bert Bakker, Pierre H. Dubois en  Gerrit Kamphuis.

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 3.000 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op vrijdagavond 8 december 1961 in het Haagse stadhuis.

 

Credits portretfoto: Rob Mieremet / Anefo / Nationaal Archief, CC0