Hans
Vlek

1968

Jan Campert-prijs
Hans Vlek (1947-2016) kreeg de Jan Campert-prijs 1968 voor de bundel Een warm hemd voor de winter.

Vlek debuteerde op zeventienjarige leeftijd met de dichtbundel Anatomie voor moordenaars (1965). Na die eerste bundel ‘die nog niet geheel op eigen benen, maar al wel dadelijk op behoorlijk peil stond’, aldus de jury, had hij ‘het binnen enkele jaren en drie bundels klaargespeeld van alles af te leren om geheel voor eigen rekening te kunnen dichten’. Hij had zijn toon gevonden. 

 

De gedichten in Een warm hemd voor de winter (1968) zijn ‘gewoon’, ‘in de zin van zonder op- of uitvluchten, op de directe omgeving betrokken’, schreef de jury. ‘Deze directe omgeving is geen afgesloten ruimte, de hele wereld dringt er in door, maar niet als een theoretisch gegeven waarmee men verplicht zou zijn rekening te houden, maar als iets dat in de onmiddellijke nabijheid concreet geworden is. Tot deze directe omgeving hoort ook het gedicht zelf, dat b.v. aan een stoel genoeg heeft om los te komen en zich de grens der verbeelding bewust te worden zonder er daarom genoegen mee te nemen.’ 

 

Ik zou wel iets willen schrijven / dat na decennia nog eetbaar is, schreef Vlek in deze bundel. ‘Dat kan natuurlijk niet, maar doordat het poëzie is, doet Vlek het toch: hij heeft vooral in zijn laatste bundel, eetbare, en grijpbare, kortom hanteerbare gedichten geschreven.’ Iets eetbaars was ook de titel van zijn tweede bundel, uit 1966. 

 

Hans Vlek werd gezien als jonge belofte, onder meer door dichter Cees Buddingh’. Hij schreef kritisch-humoristische, nieuw-realistische poëzie in de traditie van tijdschriften als Gard Sivik en Barbarber. Wat Vlek wilde brengen was 

 

‘Niet de poëzie 

maar de realiteit 

van het boerend en hoestend, 

ademend leven.’ 

 

Dagblad De Tijd deed verslag van de uitreiking, die pas in 1970 plaatsvond: ‘Opvallend in de waardering van de jury was het zoeken naar het levensechte in de literatuur van heden. Hans Vlek (…) werd geprezen om het gewone, direct op zijn omgeving betrokkene van zijn werk. Rutger Kopland die de zelfde prijs voor 1969 kreeg voor zijn dichtbundel Alles op de fiets om zijn eenvoud en bevrijding.’ Een warm hemd voor de winter werd ook bekroond met de Reina Prinsen Geerligs-prijs 1968. 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois en Gerrit Kamphuis.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 2.500 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op donderdagavond 11 juni 1970 in het Haagse stadhuis, tegelijk met de andere laureaten van 1968 en alle laureaten van 1969. In 1968 werd de grootste van de Jan Campert-prijzen, de Constantijn Huygens-prijs, niet toegekend, vermoedelijk de reden om in 1969 geen uitreiking te organiseren.  

 

Credits portretfoto: Hans Vlek