Menno
Wigman

2002

Jan Campert-prijs
Menno Wigman (1966-2018) heeft de Jan Campert-prijs 2002 ontvangen voor zijn bundel Zwart als kaviaar.

De jury waardeerde Wigman om zijn ‘vormvaste verzen over liefde, walging en vergeefsheid’. Vanaf zijn debuut viel Wigman op door zijn gebruik van traditionele verstechnieken van metrum en rijm. ‘De vijfvoetige jambe vormt in de Nederlandse taal de gulden snede voor een dichtregel,’ zei hij in een interview. 

 

‘Een goed voorbeeld van een dichter, die weinig lijkt te hebben met de generatie waartoe hij wordt gerekend, is Menno Wigman,’ schreef NRC in 1999. ‘Hij heeft zich, na bestudering en imitatie van laat-romantici als Baudelaire, ontwikkeld tot een dichter die in klassieke vormen de grote vermoeienis aan het einde van de eeuw verwoordt.’  

 

In het begeleidend essay onderzoekt Yves T’Sjoen in hoeverre de invloed van Baudelaire nog terug te vinden is in Zwart als kaviaar (2002), nadat Wigman Les fleur du mal ‘het beslissendste boek’ voor zijn literaire ontwikkeling had genoemd in NRC. In zijn tweede bundel heeft Wigman zich ‘geleidelijk losgemaakt’ van het werk waar hij als puber mee dweepte. T’Sjoen leest in Zwart als kaviaar een verschuiving van de invloed van Baudelaire: waar eerder diens toon en thematiek van de grootste invloed waren, ligt in deze bundel de nadruk meer op technisch vermogen, en is Wigmans bundel net als Baudelaires meesterwerk ‘strak architectonisch opgebouwd’. Maar, schrijft T’Sjoen, ‘meer nog dan in het debuut speelt Wigman een intertekstueel spel met literaire en algemeen-culturele referenties. (…) [Die herschrijving] van de brontekst, het spel met pastiche en parodie, citaat en illusie, zorgt ervoor dat een al te opzichtige belijdenis van weemoedigheid steeds gecounterd wordt met ironie en pointes.’    

‘Een goed voorbeeld van een dichter, die weinig lijkt te hebben met de generatie waartoe hij wordt gerekend, is Menno Wigman'

Peter de Boer beschreef Wigman in Trouw als ‘een welbewuste en welbespraakte nazaat van de negentiende-eeuwse decadente traditie. (…) Hij slaagt er meestal overtuigend in, vaak wanhopig, maar op zijn tijd ook wel “vrolijk en pervers”, de aloude ennui een eigentijds aanzien te geven. Daarbij is zijn taalgebruik doorgaans opvallend licht en soepel, wat een aangenaam contrast vormt met de veelal sombere grondstemming.’ In de Nederlandse poëziewereld biedt hij een tegenwicht voor de postmoderne en vormvrije dichters: ‘Romantisch en robuust – zo valt de poëzie van Menno Wigman misschien nog het best te omschrijven. Met Zwart als kaviaar, het vervolg op ’s Zomers stinken alle steden, plaatst Wigman zich opnieuw in de traditie van de Europese Romantiek. Toch stormt door elk gedicht de rusteloosheid van het moderne bestaan. In vuurvaste, ritmisch ronduit virtuoze gedichten geeft Wigman een verrassende nieuwe gloed aan de grote thema’s van het leven.’ 

 

Menno Wigman was dichter, vertaler en bloemlezer. In 1997 debuteerde hij officieel met ’s Zomers stinken alle steden, nadat hij in de jaren tachtig in eigen beheer een aantal bundels drukte in kleine oplages. Hij gold als een begenadigd spreker en was een opvallende verschijning, en construeerde een romantisch beeld van hemzelf als poète maudit: ‘geïnspireerd door Baudelaire en geestverwanten, een verleden als punkdrummer en anarchistische pamflettenschrijver, onveranderd in zwart pak, de kuif even vormvast als zijn gedichten,’ zoals Ron Rijghard hem eens omschreef in Trouw.

Jury

De jury bestond uit: Harry Bekkering, Yra van Dijk, Aukje Holtrop, Jos Joosten, Anton Korteweg, Janet Luis en Bart Vervaeck.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 4.500 euro verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op vrijdagavond 13 december 2002 in het Letterkundig Museum in Den Haag.  

 

 

 

Credits portretfoto: Annelies Flinterman