Annie M.G.
Schmidt

1964

Theo Thijssen-prijs
In 1964 is in Den Haag de Theo Thijssen-prijs uitgereikt aan Annie M.G. Schmidt.

De Theo Thijssen-prijs (voortzetting van de Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur) voor het gehele oeuvre van Annie M.G. Schmidt is toegekend op voordracht van een jury bestaande uit: Han G. Hoekstra, Chr.S.H. Jansen, L. Kiestra, Clare Lennart, A.J. van Moerkercken van der Meulen, J. Wedzinga, C. Wilkeshuis (voorzitter) en H.J. Kompen (ambtelijk secretaris). Aan de prijs is een bedrag verbonden van fl. 3.000.

 

Annie M.G. Schmidt (Kapelle, 20 mei 1911 – Amsterdam, 21 mei 1995) was de enige dochter van een dominee. Zij werkte veertien jaar in verschillende bibliotheken. Later ontwikkelde ze zich, toen zij in Amsterdam voor Het Parool ging werken, tot schrijfster. Zij kreeg vanaf 1953 grote bekendheid met de Jip en Janneke-reeks. Behalve kinderboeken schreef ze columns, gedichten, cabaretteksten, musicals, toneelstukken, televisie-series en hoorspelen. Met componist Harry Bannink schreef ze talloze liedjes. Ze leefde tot zijn overlijden samen met Dick van Duijn en kreeg met hem zoon Flip. Bij haar uitvaart, per boot over de Amstel naar Zorgvlied, werd gezongen en gelachen, zoals zij het had gewild. Over haar leven en werk werd geschreven door Joke Linders (Doe nooit wat je moeder zegt, 1999), Hans Vogel (Wacht maar tot ik dood ben, 2000) en Annejet van der Zijl (Anna, Het leven van Annie M.G. Schmidt, 2002).

 

Annie M.G. Schmidt ontving diverse andere prijzen, waaronder de Constantijn Huijgens-prijs 1987 en de Hans Christiaan Andersen-prijs (1988).

Annie M. G. Schmidt ontvangt de ‘staatsprijs’ kinderboek uit handen van Staatssecretaris Onderwijs Kunst en Wetenschappen, 25 maart 1965. Credits foto: Joop van Bilsen / Anefo / Nationaal Archief, CC0.

Fragment uit het juryrapport

‘Annie Schmidt onderscheidt zich in haar werk door trefzeker taalgebruik, klankrijke, vaak malle onverwachte namen en uitroepen, die appelleren aan het kind. Het ritme dat zij gebruikt, spreekt gemakkelijk aan’, schrijft de jury. ‘Onuitputtelijk lijkt zij in het brengen van oorspronkelijke ideeën en grappige vondsten. In haar gedichten vooral, is sprake van grote variatie. Sommige zijn zeer dwaas, speels of vrolijk, andere gevoelig, weer andere rebellerend. Als zij in haar werk rebelleert, doet ze dat – met of zonder de kinderen – tegen de wereld van de volwassenen. De wereld van het kind blijft veilig en onaangetast; zij houdt van het kind.’

Naar de algemene bevinding van de jury zijn deze verhalen intelligent en met humor geschreven en verdienen ook om hun compositie en woordkeus lof.

 

Lees hieronder het volledige juryrapport.

Juryrapport Theo Thijssen-prijs 1964

 

De jury heeft na kennisneming van het werk van een groot aantal kandidaten en na ampele overwegingen uiteindelijk met algemene stemmen besloten de schrijfster Annie M.G. Schmidt voor 1964 voor te dragen voor toekenning van de Staatsprijs kinderboek, zijnde de driejaarlijkse prijs die voor het gehele oeuvre van een auteur dan kinder- en/of jeugdboeken kan worden toegekend. De jury is van oordeel, dat Annie Schmidt deze prijs toekomt, omdat zij door nieuwe impulsen te hebben gebracht in de Nederlandse kinderliteratuur, en wel voornamelijk in de kinderpoëzie, als vernieuwer daarvan mag worden beschouwd.

+

Annie Schmidt onderscheidt zich in haar werk door trefzeker taalgebruik, klankrijke, vaak malle onverwachte namen en uitroepen, die appelleren aan het kind. Het ritme dat zij gebruikt, spreekt gemakkelijk aan. Onuitputtelijk lijkt zij in het brengen van oorspronkelijke ideeën en grappige vondsten. In haar gedichten vooral, is sprake van grote variatie. Sommige zijn zeer dwaas, speels of vrolijk, andere gevoelig, weer andere rebellerend. Als zij in haar werk rebelleert, doet ze dat – met of zonder de kinderen – tegen de wereld van de volwassenen. De wereld van het kind blijft veilig en onaangetast; zij houdt van het kind.
 

Voor de pas beginnende lezertjes schreef Annie Schmidt haar verhalen over Jip en Janneke. Zij bevatten brokjes uit het kinderleven die in korte eenvoudige zinnetjes, klaar de ongecompliceerde gedachtewereld van het kleine kind vertolken. De lezertjes kunnen zich gemakkelijk met de twee hoofd-figuurtjes vereenzelvigen, omdat de beschreven voorvallen hun vertrouwd zijn. De simpele scènetjes uit de werkelijkheid van alle dag zijn vaak ontroerend weergegeven. Zij zijn pedagogisch om de zuiverheid van taal en om de wijze waarop de moederfiguur met een enkel woord of gebaar recht trekt wat scheef dreigde te gaan.
 

Een ander voorbeeld van haar creatief vermogen vormen de Abeltjes en de Wiplala’s. Deze verhalen voor tien tot twaalfjarigen zijn van een genre, dat in Nederland nog weinig is aangetroffen. Zij bevatten een mengeling van fantasie en werkelijkheid en zijn geschreven in een spontaan en geestig proza. Tegenover de mening van sommigen, dat enkele daarin gedane uitspraken te zeer op de volwassenen zijn afgestemd, stellen anderen dat oud en jong er dan samen van kunnen genieten, hetgeen een voordeel biedt. Naar de algemene bevinding van de jury zijn deze verhalen intelligent en met humor geschreven en verdienen ook om hun compositie en woordkeus lof.
 

Het schenkt de jury voldoening te weten dat het werk van Annie Schmidt door vele kinderen wordt gelezen en de jury waardeert het dat dit werk – dat een geest van ruimte en frisheid ademt – nooit moraliserend en opzettelijk pedagogisch is.

 

In de jury zaten Han G. Hoekstra, Chr.S.H. Jansen, L. Kiestra, Clare Lennart, A.J. van Moerkercken van der Meulen, J. Wedzinga en C. Wilkeshuis (voorzitter). H.J. Kompen was ambtelijk secretaris.

-