‘Het plot van zijn romans is banaal en gotisch.’ Karel van het Reve en de anti-Dostojevskiclub

Banaal, sentimenteel, langdradig, goedkoop. Een artikel waarin Karel van het Reve de vloer aanveegt met de romans van Dostojevski, doet John-Alexander Janssen zijn eigen waardering voor de Russische schrijver tegen het licht houden.

 

Een van mijn favoriete schrijvers is Fjodor Dostojevski. Zijn naam noem ik althans geregeld, als me wordt gevraagd welke auteurs ik graag lees. Meestal is het daarmee wel afgedaan, of er klinkt iets als: ‘En wie nog meer?’ Inhoudelijk op mijn waardering voor de Russische grootmeester ingaan is hoe dan ook niet nodig. Uitleggen waarom je van Dostojevski houdt is een beetje als verklaren waarom je fan bent van FC Barcelona. Natuurlijk, niet iedereen is fan. Maar diegenen die dat wel zijn hoeven zich niet te rechtvaardigen. 

 

Dat dacht ik tenminste. Tot ik in het archief van het Literatuurmuseum een in het Engels geschreven stuk (ongedateerd proza)* las van Karel van het Reve, ‘A reader’s note on the Brothers Karamazov’, waarin hij de vloer aanveegt met de auteur van klassiekers als De broers Karamazov, Duivels en Misdaad & straf.  

 

Sterker nog, net als in zijn veelvuldig herdrukte Geschiedenis van de Russische literatuur (Amsterdam, 1985) maakt Van het Reve gewag van een internationale vereniging van mensen die Dostojevski niet te pruimen vinden. Niet alleen Ivan Toergenjev maar ook Vladimir Nabokov zou tot deze ‘club’ hebben behoord. Wat me nog het meest verbaast is dat ook Van het Reve uitkomt voor zijn lidmaatschap, dat volgens hem ‘nog veel meer mensen zouden aanvragen, ware het niet hun angst om ontdekt te worden’. 

 

Een gelovige is per definitie niet vatbaar voor tegenargumenten. Het is tijd om de proef op de som te nemen: is mijn voorkeur voor Dostojevski een geloof? 

 

 

Van het Reve begint met een algemeen probleem, dat hij ook in zijn Huizinga-lezing van december 1978 aan de orde stelde: hoe komt het eigenlijk dat academische bestudering van literatuur zelden een antwoord geeft op de meest relevante vraag van alle, namelijk waarom het ene boek beter is dan het andere? En hoe komt het dat je op grond van zo’n wetenschappelijk commentaar vaak niet eens kan uitmaken of de geleerde auteur wel enig plezier beleefde aan het lezen? Het effect van een boek op een lezer: gaat het daar niet uiteindelijk om? Vanuit dat perspectief komt Van het Reve met zijn stuk; we moeten het zien als een leesrapport van Dostojevski. In eerste instantie van De broers Karamazov

 

In tegenstelling tot bij Tolstoj, schrijft Van het Reve, leren we bij Dostojevski niets wezenlijks over het leven van zijn personages. ‘Hun biografie wordt ons alleen in zeer algemene termen gegeven’. Soms mag de lezer kiezen uit verschillende mogelijkheden. ‘De held, zo wordt ons verteld, verliet zijn ouderlijk huis omdat hij niet met zijn ouders overweg kon, of misschien om een andere reden.’ Deze auctoriale onzekerheid kan volgens Van het Reve paradoxaal genoeg bijdragen aan de geloofwaardigheid van de verteller, maar niet als het trucje te vaak wordt toegepast. Dat verwijt hij de Rus. 

 

 

‘Een serie dramatische gebeurtenissen, opeengepakt in een paar dagen. Gigantische ruzies, moord, geld, schandaal’

 

 

Dostojevski’s boeken strekken zich daarnaast niet uit over de levens van zijn personages. ‘Ze zijn meer als detectives: een serie dramatische gebeurtenissen, opeengepakt in een paar dagen. Gigantische ruzies, moord, geld, schandaal.’ Na hevige persoonlijke conflicten mijden zijn personages elkaar bovendien niet, maar ze zoeken elkaar juist op en hebben ellenlange gesprekken, terwijl ze elkaar kort tevoren nog voor rotte vis hebben uitgemaakt. ‘Dostojevski’s held, in plaats van zich uit de voeten te maken als hij zijn vijand ziet, gaat het gesprek met hem aan.’ 

 

Het leed dat Dostojevski’s personages elkaar berokkenen is bovendien dat van goedkope romannetjes: ‘ze beroven een onschuldig meisje van haar geld of eer, ze vermoorden hun vader, ze intrigeren tegen elkaar op een kleinburgerlijke wijze. De deugden van de “goede” mensen in zijn romans zijn even saai en goedkoop’. Voor Van het Reve een van de belangrijkste bezwaren: ‘het plot van zijn romans is banaal en gotisch’. Dat laatste woord kunnen we ook lezen als: barok. Kortom te weinig verfijnd. ‘De discussies en monologen van zijn hoofdpersonen fascineren veel mensen. Maar het is extreem lastig om er een algemene uitspraak uit te citeren die niet banaal, oud en langdradig is.’ 

 

Zo. Even op adem komen hier.  

 

Misschien, oppert Van het Reve, die moet hebben aangevoeld dat het tijd was voor enige mildheid, ligt de aantrekkingskracht van Dostojevski’s boeken erin dat ze deze dingen combineren, ‘en dat mensen in zijn boeken vrijelijk en voortdurend hun hart kunnen luchten’. Dingen die zijn lezers in het echt nooit zouden durven zeggen. ‘Dostojevski’s held kan altijd zijn ziel uitstorten ten overstaan van een publiek van geïnteresseerde toehoorders, een kans die mensen in het echte leven zelden krijgen, vooral omdat de meeste mensen geen idee hebben van wat ze werkelijk denken.’  

 

Daarna gaat het afkraken verder. ‘Dan is er de voortdurende, extreme opwinding waarin praktisch iedereen in Dostojevski’s boeken verkeert.’ De emoties vliegen alle kanten op. Van het Reve erkent dat dit ook wel eens voorkomt in de alledaagse realiteit. Maar bij Dostojevksi gebeurt het te vaak. Het probleem zit hem dus in een gebrek aan maat houden. Ook zou de schrijver er slecht in slagen om sympathie te wekken bij de lezer; iets wat volgens Thomas Mann iedere auteur begeert. 

 

 

‘Niemand is ooit gelukkig en verliefd. Niemand bedrijft de liefde. Zelfs de manier waarop ze slapen of eten is walgelijk’ 

 

 

Hoewel dat laatste me aanvechtbaar lijkt, is het deze zin die me het sterkst treft: ‘Misschien zijn deze argumenten slechts een rationalisering van mijn afkeer’. Het belet Van het Reve niet om er nog een schepje bovenop te doen: ‘er is werkelijk geen enkel idee, of het nu door de verteller wordt geuit of door de personages, dat mijn bewondering of sympathie opwekt.’ Nieuw hoeven die ideeën volgens Van het Reve niet te zijn in een roman: ‘het is dus toch de stijl, niet de materie die telt. En deze stijl is uiterst sentimenteel (...) en langdradig’. En meer: de personages hebben nooit plezier. ‘Niemand is ooit gelukkig en verliefd. Niemand bedrijft de liefde. Zelfs de manier waarop ze slapen of eten is walgelijk.’ 

 

 

Lees meer

Bekijk het volledige typoscript van ‘A reader’s note on the Brothers Karamazov’ door Karel van het Reve

 

Wat hier gebeurt is opmerkelijk. Eerst vraagt Van het Reve zich af of zijn stuk niet stiekem op een antipathie berust die hij met argumenten probeert te rechtvaardigen. Om vervolgens meer argumenten te geven die diezelfde afkeer uitdrukken. Tegelijkertijd erkent hij ruiterlijk de irrationaliteit van literaire kritiek, en van smaak, zeker zijn eigen: ‘Ik heb niets tegen sentimentele clichés in Poesjkin of Toergenjev. Flagrante psychologische onwaarschijnlijkheden, moord en bruiloften aan het einde van de toneelstukken van Shakespeare amuseren me sterk.’ 

 

Nu lijkt smaak mij persoonlijk een afdoende reden om het ene boek te verkiezen boven het andere, maar eerlijk is eerlijk: het brengt ons weer terug bij af, want de reden dat Van het Reve het stuk schreef was omdat hij – in tegenstelling tot academische literaire beschouwingen – juist wél wilde uitleggen waarom het ene boek beter is dan het andere. Of in dit geval: waarom De broers Karamazov hem zo slecht beviel. 

 

‘Misschien heb ik gewoon een aversie tegen de “gotische” roman.’ De onderwerpen van dergelijke romans waren in ieder geval ‘verschrikkelijk: geld, beledigingen, misdaad, oneerlijkheid, pathetische liefdesverklaringen en uitingen van piëteit door oneerlijke mensen, performatief berouw’ en ga zo maar door. De broers Karamazov, zo mag inmiddels duidelijk zijn, schaarde Van het Reve onder het thema. ‘Niemand in het hele boek is eerlijk en recht door zee’, terwijl ‘niets op een eenvoudige wijze wordt gezegd, zonder overbodige herhalingen’. 

 

Na al deze kritiek is het nu tijd voor een bekentenis. Ook mij bevalt de stijl van Dostojevski in theorie maar matig. Zo houd ik niet van boeken met lange zinnen met veel komma’s, romans met oeverloze mono- en dialogen of waarin pagina’s lang niets gebeurt. Het gekke is, al die dingen kom je tegen in nagenoeg alle grote romans die Dostojevski schreef. Zeker ook in De broers Karamazov – al verdient dat boek het alleen al dankzij de passage over de grootinquisiteur om gelezen te worden. 

 

En toch stoort het me niet. Daarin schuilt ook het raadsel van zijn literatuur. Alles is stijl, maar hij transcendeert die stijl, als een ware literaire god. In een tolerant polytheïsme welteverstaan. Maar nog steeds een god. Goed, wie beweerde ooit dat smaak geen kwestie van geloof is? 

 

 

Uitgever Geert van Oorschot en Karel van het Reve tijdens de presentatie van Van het Reve’s Freud, Stalin en Dostojevski bij Athenaeum boekhandel in Amsterdam, 1985. Foto: Ewoud de Kat, collectie Literatuurmuseum