Op de illustraties van Carl Hollander heeft Pippi Langkous haar wilde haren nog

De Pippi Langkous van illustrator Carl Hollander is het toonbeeld van tegendraadsheid met haar flexibele ledematen en die eeuwige geniepige glimlach, schrijft Anne van den Dool. Dat juist deze versie van Pippi in de ban wordt gedaan, voelt dan ook extra wrang. 

 

Het ultieme symbool van tegendraadse kinderlijkheid is toch wel Pippi Langkous, het vrijgevochten meisje met de oranje springvlechten. We bewonderden haar avonturen al sinds 1945 in boeken en vanaf 1969 ook in televisieseries en films, waar het jonge meisje – dat voluit Pippilotta Victualia Rolgordijna Kruizemunta Efraïmsdochter Langkous heet – samen met haar aapje, meneer Nilsson, haar eigen leven en dat van anderen op stelten zette. Daartoe kreeg ze alle vrijheid omdat haar ouders haar alleen hadden gelaten: haar moeder woonde ‘in de hemel’, en haar vader was piratenhoofdman en koning van Taka-Tukaland. 

 

In welk gezin sloop via de verhalen van Pippi niet de term ‘Villa Kakelbont’ binnen, als een uitdrukking voor een groot, vaak wat minder goed onderhouden huis met vreemde details? Maar Pippi bracht meer: met haar eigenwijze logica liet ze zien dat je lang niet altijd blindelings de regels hoeft te volgen – ook dan komt alles op z’n pootjes terecht, zolang je maar vrienden om je heen hebt die je door dik en dun steunen. 

 

 

 

De gestalte van Pippi Langkous kreeg in onze kinderlevens vorm dankzij de zwierige televisievertolking van Inger Nilsson – jazeker, dezelfde achternaam als die van het aapje – die na haar wereldwijde bekendheid als het oranjeharige meisje dramatisch genoeg nooit meer op een andere film- of tv-set aan de bak kwam, omdat men haar te zeer associeerde met Pippi. Voor Nederlandse kinderen speelde nog een bron een belangrijke rol in dat vormingsproces: de tekeningen van Carl Hollander. Hij was het die de avonturen van Pippi, neergepend door Astrid Lindgren, in de Nederlandse vertaling van kleurrijk beeld voorzag. Zijn originele illustraties zijn te vinden in de archieven van het Literatuurmuseum. 

 

Uitgeverij Ploegsma, waar de Nederlandse vertalingen van Pippi Langkous verschenen, was een van Hollanders belangrijkste opdrachtgevers. Hij illustreerde daar bijvoorbeeld ook Minoes van Annie M.G. Schmidt en De kleine kapitein van Paul Biegel. Hollander werkte graag met pen, potlood, kleurpotlood en aquarel, waardoor speelse en gedetailleerde tekeningen ontstonden. Perfect voor de speelse persoonlijkheid van Pippi. 

 

 

 

Ieder land waar Pippi van de persen rolde, kende een eigen tekenaar, die ervoor zorgde dat de illustraties aansloten bij de eigen cultuur. Maar met die veelvormigheid van Pippi moet het nu afgelopen zijn, besloten de erven van Lindgren in de zomer van 2021. Vanaf nu moet en zal ieder land de oorspronkelijke tekeningen van Ingrid Vang Nyman gebruiken, zodat Pippi Långstrump overal voor de dag komt zoals ze bedoeld zou zijn. 

 

Critici, onder wie NRC-journalist Joyce Roodnat, die met de platen van Hollander in het achterhoofd naar de Pippi van Nyman keken, werden bevangen door de braafheid van de illustraties, waarop de stand van de vlechten van Pippi de enige variabele in het uiterlijk van het hoofdpersonage is. Haar neutrale gezichtsuitdrukking is op iedere tekening exact hetzelfde, of ze nu jongleert met taarten en theekopjes of een paard berijdt. Heel soms ontsnapt er een glimlachje, maar dat is geen glimlachje van ondeugendheid zoals bij Hollander, maar van vlak, kinderlijk plezier. 

 

Ook haar kleding geeft weinig blijk van frivoliteit. Op Hollanders platen is Pippi gehuld in spannende kostuums, inclusief springerige biesjes en markante hoeden, die ze ongetwijfeld uit de kledingkasten van haar verdwenen ouders heeft getrokken. Bij Nyman moeten we het doen met hoekige, effen shirtjes en jurkjes, die weinig loslaten over de ongehoorzaamheid van Pippi. Hollanders Pippi, daarentegen, danst over de pagina: met haar flexibele ledematen en onverschrokkenheid gaat ze moeiteloos op haar handen staan, danst ze met Tommy en Annika in een kring of tilt ze een koe de lucht in.  

 

 

 

 

Liever de tekeningen van Hollander, dus. Dat vond ook Lindgren zelf, die de illustrator ooit hoogstpersoonlijk toefluisterde dat zij ‘zijn’ Pippi ‘de levendigste’ vond. En terecht: Hollanders Pippi springt bijna van het papier en wint zo iedereen voor zich – ook dankzij haar eeuwige geniepige glimlach en haar grote, sprekende ogen. De kwastjes aan haar jurkjes en de fleurige strikken in haar haren maken haar verschijning helemaal af. 

 

Wie nog beter naar Hollanders Pippi kijkt, ziet dat hij aan alle kanten heeft geprobeerd haar meer originaliteit en dwarsheid mee te geven dan de originele tekeningen. De zwarte laarsjes hebben extra lange, ietwat opkrullende punten, waardoor je meteen gelooft dat ze – ondanks die spillebeentjes van haar – met grote stappen door de wereld banjert. Haar mond is onnatuurlijk breed, met opkrullende hoeken, die zich laten omringen door eigenwijze sproetjes. Haar neus bestaat niet uit twee minimalistische boogjes, zoals bij Nyman, maar is fors neergezet. Deze versie van Pippi is niet perfect, en dat maakt haar juist geknipt voor Lindgrens verhalen. 

 

 

 

Dat juist deze versie van het meisje na al die jaren in de ban wordt gedaan, voelt dan ook extra wrang: Pippi is juist het toonbeeld van ongehoorzaamheid, van niet in de pas willen lopen, van anders dan anderen willen zijn. Maar de erven zijn onvermurwbaar, en dus zijn de eerste Gouden Boekjes met illustraties van Nyman inmiddels van de persen gerold. Op het omslag prijkt een ‘Pippi of Today’-sticker, voorzien van een plaatje van haar kapsel met de twee kenmerkende vlechtjes, die ervan moet overtuigen dat deze omschakeling geen terugkeer naar de oude stempel betekent, maar juist een vernieuwing, die Pippi Langkous laat aansluiten bij de huidige tijd. De vraag is wie erin trapt. 

 

Het wereldwijd gelijktrekken van uitingen rondom Pippi gaat nog verder: ook de introtune van de tv-series en films over het eigenwijze meisje is nu overal hetzelfde. In de aankondiging gaat het hoofdpersonage niet langer aan de haal met optellen en vermenigvuldigen (‘Tweemaal drie is vier / wiedewiedewie en twee is negen’) en richt ze de wereld – ironisch genoeg – ook niet langer in naar haar eigen zin, zoals ze ons decennialang toezong. Vanaf nu zingt Pippi: ‘Hier komt Pippi Langkous, dat is namelijk mijn naam’ – nietszeggender kan het bijna niet. 

 

Links: Gouden Boekje met de ‘Pippi of Today’ van Ingrid Vang Nyman, rechts: Pippi Langkous geïllustreerd door Carl Hollander

 

 

Dan een stuk liever de oorspronkelijke tekst, een afgeleide van de Duitse vertaling van Wolfgang Franke uit 1969. De erven van Lindgren voerden jarenlang rechtszaken tegen deze versie van het lied, omdat het een schending van het auteursrecht zou zijn. In december 2020 werd Franke inderdaad veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding. De maker van deze Nederlandse vertaling is onbekend. Wie weet verstopt die zich op dit moment in een Villa Kakelbont-achtig huis, wachtend op het moment waarop hij of zij zal worden beschuldigd van het ontvangen van inkomsten uit valselijk omgevormde waar. 

 

Astrid Lindgren is al twintig jaar niet meer onder ons, en zal dus niet kenbaar kunnen maken of zij het eens was geweest met het mondiale gelijktrekken van Pippi’s identiteit. Tijdens haar lange leven bemoeide ze zich wel meermaals met de bewerkingen van haar boeken – met name toen bleek dat de eerste Zweedse omzettingen naar film en televisie door de keuze voor volwassen acteurs weinig kijkers trokken. Wanneer zij nog had geleefd, had ze haar nazaten wellicht de ogen kunnen openen voor de tegenstrijdigheid van hun huidige acties: juist die eigenwijze Pippi moet overal ter wereld zichzelf kunnen zijn. 

 

 

Originele tekeningen © Carl Hollander, collectie Literatuurmuseum