De Groene bloem-trilogie van Floortje Zwigtman: Het heeft iets geestigs dat drie zulke lijvige boeken in van die kleine schriften zijn opgeschreven

De trilogie Een groene bloem volgt de liefde tussen twee jongemannen in de tijd van Oscar Wilde en zijn kunstenaarsvrienden. Renée van Marissing verdiept zich in het gedetailleerde onderzoek van schrijver Floortje Zwigtman. ‘Ze heeft niet alleen de personages maar heel eindnegentiende-eeuws Londen tot leven gebracht.’

Elke maand de nieuwste verhalen lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Het is nogal een waagstuk, een trilogie van 1600 pagina’s over een jonge homoseksueel in Londen, eind negentiende eeuw. Een groene bloem, geschreven voor jongvolwassenen, bestaat uit de romans Schijnbewegingen (2005), Tegenspel (2007) en Spiegeljongen (2010). In deze drie delen wordt de liefde tussen twee jongemannen beschreven in de tijd waarin Oscar Wilde en zijn kunstenaarsvrienden, zijn ‘purperen hofhouding’, hun homoseksualiteit vierden, maar waarin Wilde ook in de gevangenis belandde wegens sodomie.

Het Literatuurmuseum is in bezit van de notitieboekjes die auteur Floortje Zwigtman (pseudoniem van Andrea Oostdijk, 1974) gebruikte tijdens het schrijven van deze boeken. Ik schrijf ‘boekjes’, want ze zijn van A6-formaat. Het heeft iets geestigs dat drie zulke lijvige boeken in van die kleine schriften zijn opgeschreven. Zou Zwigtman veel aan het manuscript hebben geschreven terwijl ze onderweg was, vraag ik me af. Of is er een andere reden dat ze voor deze grootte heeft gekozen? Ik lees een fragment manuscript, over hoe hoofdpersoon Adrian in elkaar wordt geslagen door Palmtree, de butler van zijn geliefde. Af en toe een doorhaling, hier en daar een paar woorden boven de zin geschreven, die moeten worden ingevoegd. Direct word ik het verhaal in getrokken. 

 

Tijdens zijn werk als winkelbediende ontmoet de zestienjarige Adrian Mayfield, het hoofdpersonage in de trilogie, de kunstschilder Augustus Trops. Trops geeft Adrian onderricht in de wereld van Kunst, Decadentie en Schoonheid. Hij neemt Adrian in huis en fêteert hem op etentjes en andere uitjes. Maar alles heeft een prijs. De liefde mag dan wel een groot thema zijn in de Groene bloem-trilogie, Zwigtman laat ook zien in hoeveel verschillende vormen die liefde kan komen, en ook dat liefde lang niet altijd van twee kanten komt. Adrian verkoopt zijn lichaam en de schijn van zijn liefde om zijn hoofd boven water te kunnen houden en belandt zo in de wereld van de escorts en (straat)prostitutie.  

 

Gelukkig zit er ook romantische liefde in de boeken. ‘Ik keek het atelier rond met een eigenaardig, fladderend gevoel in mijn maag, alsof ik verliefd was geworden op deze ruimte. Hier was iemand aan het werk die wist wat hij deed. Iemand die deed wat hij wilde.’ Al voordat Adrian zijn geliefde Vincent Farley – een kennis van Augustus Trops en ook kunstschilder – ontmoet, wordt hij in zijn atelier overvallen door een bijzonder gevoel. Toch duurt het nog zo’n 480 pagina’s tot de twee toegeven aan hun liefde voor elkaar. Vlak voor het einde van het eerste deel zegt Vincent tegen Adrian:  

 

Ik bedroog mezelf heel overtuigend, ergerde me aan alles wat je zei, kon niet naar je kijken. God, wat had ik de pest aan je!’ Hij bleef lachen, maar het klonk nu niet meer als lachen, maar als huilen. ‘Ik hou van je,’ zei hij. ‘Het spijt me.

 

Via Augustus Trops en Vincent Farley komt Adrian in de wereld van Oscar Wilde en diens entourage terecht. Wilde heeft op dat moment een relatie met Lord Alfred Douglas, beter bekend als Bosie. Zwigtman schrijft in meeslepende en spannende scènes hoe de markies van Queensberry, Bosie’s vader, samen met Stuart Farley, de broer van Vincent, probeert Oscar Wilde ten val te brengen. Het duo wil hem voor het gerecht te brengen wegens ‘grove onzedelijkheid’, zoals een relatie tussen twee mannen destijds werd bestempeld.

 

De ‘Dramatis Personae’, zoals Zwigtman ze noemt, bestaan uit historische en fictieve personages. De markies van Queensberry heeft echt bestaan. En hij was het ook die indertijd tegenover Oscar Wilde, de geliefde van zijn zoon, in de rechtszaal stond om zichzelf te verdedigen tegen de aanklacht van smaad, die Wilde tegen hem had aangespannen. Maar de hele familie Farley is net als hoofdpersoon Adrian door Zwigtman verzonnen. 

 

‘Het schrijven van een trilogie als Een groene bloem brengt een enorme hoeveelheid research met zich mee. Daar moet je van houden, maar ik ben, net als Vincent, nogal gesteld op monnikenwerk.’

 

Naast flarden manuscript kom ik in Zwigtmans aantekeningen veel research tegen. Voor het schrijven van historische romans is onderzoek natuurlijk noodzakelijk. Aan het eind van het tweede boek zegt ze daar zelf in een nawoord over: ‘Het schrijven van een trilogie als Een groene bloem brengt een enorme hoeveelheid research met zich mee. Daar moet je van houden, maar ik ben, net als Vincent, nogal gesteld op monnikenwerk.’ En dan volgt voor de lezer een lijst met non-fictietitels over onder andere Londen, Oscar Wilde en absint in de literatuur.

 

Zwigtman heeft lijsten gemaakt van zaken die ze wilde uitzoeken, zoals de behandel- en verpleegmethoden van tuberculose, hoe de verjaardag van de koningin destijds gevierd werd en het programma van The Empire in mei 1895, nu een bioscoop maar eind negentiende eeuw een variététheater op Leicester Square. In de marge van de pagina staat ‘Holland House candles’, waar ik nog nooit van gehoord heb. Uit nieuwsgierigheid zoek ik het op. Het zijn prachtig bewerkte, behoorlijk kitscherige kaarsen.

 

Notitieboekje met knipsels van Floortje Zwigtman. Collectie: Literatuurmuseum

 

Opgevouwen en tussen de bladzijden van een van de boekjes gestoken zit een gekopieerde boekpagina met foto’s en tekst over ‘wat een vrouw in het midden van de 19e eeuw onder haar japon droeg’. De inklapbare stalen hoepelconstructie die een ‘cage’ werd genoemd bleek een ‘kooi der vrijheid’, omdat het nogal wat lagen (en kilo’s) onderrok scheelde. Iets verderop vind ik een Wikipedia-pagina over gonorroe. En op een ander papier kom ik te weten dat je voor mooie nagels je vinger in een citroen moet steken en dat voor een ‘blank decoleté [sic] en armen’ een mengsel gemaakt wordt van glycerine, rozenwater en zinkoxide. 

 

En op een ander papier kom ik te weten dat je voor mooie nagels je vinger in een citroen moet steken

 


Zwigtman heeft in een van de notitieboekjes een ‘Tijdreisgids – Straat en vervoer’ geschreven. Zo lees ik dat in 1888 de verkeersdrukte in Londen een toeristische attractie was en dat het een kleurrijk spektakel was wanneer vrouwen op het dak van de omnibus zaten. Dit soort details vallen wellicht niet direct op, maar maken dat je als lezer direct in Adrians wereld zit.  

 

Door de aantekeningen van Zwigtman te bekijken, krijg ik een kijkje aan de ‘achterkant’ van haar schrijven. Het is duidelijk dat ze het verrichten van onderzoek serieus neemt. Dat blijkt ook uit vrijwel elke pagina van de trilogie. Ik hoor het verschil tussen het geschreeuw en geruzie in de kroeg waar Adrian is opgegroeid en de muziek en de jolige gesprekken in de variététheaters waar hij avonden doorzakt met zijn nieuwe, rijke vrienden. Ik ruik het verschil tussen de sloppenwijken van Oost-Londen en de tuin van Camelot House, waar Vincent Farley woont. Floortje Zwigtman heeft niet alleen de personages maar heel eindnegentiende-eeuws Londen tot leven gebracht.  

 

Aantekeningen van Floortje Zwigtman voor de trilogie Een groene bloem. Collectie: Literatuurmuseum